Rapporteur wil zicht op slachtoffers orgaanhandel

Nationaal Rapporteur Mensenhandel Nederland kreeg vorig jaar te maken met twee buitenlandse mannen bij wie in een ander land gedwongen een orgaan was verwijderd.

"We moeten zicht krijgen op de aard en omvang", zegt Nationaal Rapporteur Mensehandel Herman Bolhaar.
"We moeten zicht krijgen op de aard en omvang", zegt Nationaal Rapporteur Mensehandel Herman Bolhaar. Foto Oliver Weiken

Nederlandse opsporingsdiensten hebben vorig jaar vier zaken behandeld van mannen die in een ander land gedwongen een orgaan hebben afgestaan, of bedreigd zijn met orgaanverwijdering. Dat is opmerkelijk omdat orgaanhandel in de jaren ervoor nauwelijks in Nederland is opgemerkt. Het staat in de Slachtoffermonitor mensenhandel 2014-2018 van de Nationaal Rapporteur Mensenhandel die vrijdag verschijnt.

Lees ook: Chinese rechter veroordeelt voor het eerst orgaanhandelaren

De rapporteur noemt de toename „opmerkelijk”. In de periode van 2014 tot 2017 zijn in totaal slechts twee slachtoffers van gedwongen orgaanverwijdering bekend. De mannen zijn volgens CoMensha, de organisatie die slachtoffers van mensenhandel registreert, 22 tot en met 33 jaar oud, en komen uit Syrië, Sierra Leone, Sri Lanka en Oekraïne.

Italië en Maleisië

Bij twee van de vier mannen is een orgaan verwijderd. In welke landen dat is gebeurd en onder welke omstandigheden is volgens directeur Ina Hut van CoMensha niet bekend. Twee anderen zouden zijn benaderd om een orgaan af te staan, een in Italië en een in Maleisië. In die landen zou de orgaanverwijdering ook plaatsvinden, als die doorgang zou vinden. Ze werden met orgaanverwijdering bedreigd, heet het in het rapport.

Asiellocaties

Van de vier mannen zijn er drie na de melding ondergebracht in een opvanglocatie. Een van de drie is daarna weer vertrokken met voor instanties onbekende bestemming. De achtergrond van de vier mannen wordt nu onderzocht, zegt Nationaal Rapporteur Mensenhandel Herman Bolhaar. Bolhaar wil dat in de medische sector en op asiellocaties actiever gezocht wordt naar slachtoffers van gedwongen orgaanverwijdering. „We moeten zicht krijgen op de aard en omvang.”

Met de vluchtelingencrisis in 2015 steeg de kans dat slachtoffers van orgaanhandel zich ook in Nederland melden. Vluchtelingen die tijdens hun tocht financieel in de knel komen, kunnen soms de rest van hun reis betalen door een nier af te staan, bleek uit onderzoek van Zembla.

Soms chanteren mensensmokkelaars vluchtelingen met orgaanverwijdering om extra geld los te krijgen bij de familie, zegt Tin Verstegen, directeur van Nidos, dat de voogdij heeft over alleenstaande minderjarige vreemdelingen in Nederland. Verstegen sluit niet uit dat soms wordt overgegaan tot het verwijderen van de nier. Dat achterhalen is lastig, omdat er bij de medische controle niet naar wordt gevraagd, zegt hij.