Op je 26ste gaan je ouders uit elkaar: ‘Kom je nu mee, denk ik dan’

Scheiden Een scheiding is moeilijk voor de kinderen, ook als die al volwassen zijn. „Mijn ouders wilden met iemand praten, maar dat ík degene was om dat mee te doen vond ik soms ingewikkeld.”

Illustratie Nanne Meulendijks

Vrijdagochtend 15 maart, vijf voor negen. Mette Dijkstra (27) uit Utrecht wordt wakker van haar telefoon. Het is haar vader, die samen met haar moeder in zeven weken de Spaanse provincie Málaga bewandelt. Ze zijn een week onderweg. Haar vader vertelt dat hij en haar moeder naar huis komen, zo snel mogelijk. En dat ze uit elkaar gaan. „Ik ga weg bij je moeder, zoiets zei hij.”

Ze maken elkaar niet meer gelukkig, eigenlijk al lang niet meer. Ze houdt zich in het telefoongesprek een poosje stil, laat haar vader praten. „Ik vroeg me af of het deze keer echt zou gaan gebeuren. Mijn ouders hebben vaker gezegd dat ze uit elkaar zouden gaan.” Toch voelt ze al snel dat het deze keer anders is. In alle eerdere ruzies waarin haar ouders dreigden met een scheiding was er vooral boosheid, frustratie, verwijten. „Nu was er alleen maar verdriet. Daardoor wist ik: dit is echt. Nu is het voorbij.”

Sindsdien is ze een scheidingskind, een volwassen scheidingskind. Hoeveel meerderjarigen te maken krijgen met scheiding van ouders is niet bekend. Alleen van het aantal minderjarige scheidingskinderen worden cijfers bijgehouden. Dat zijn er jaarlijks meer dan tot nu toe werd gedacht, blijkt uit een recent CBS-rapport. Jaarlijks krijgen niet 70.000 maar 86.000 kinderen te maken met scheiding. Scheiden gaat niet meer alleen over het formeel verbreken van een huwelijk, maar ook over het verbreken van een relatie.

Dat niet wordt bijgehouden hoeveel volwassen scheidingskinderen er zijn valt te verklaren. Ouders hebben zorg- en opvoedingsplicht tot hun kinderen achttien jaar zijn. De volwassen scheidingskinderen – met een eigen huis, eigen geld en een eigen leven – moeten zich wel kunnen redden, daar komt het op neer.

Maar zo simpel is het niet. Jelte Boersma (23) uit Amsterdam stond twee jaar geleden op het punt uit huis te gaan toen zijn ouders vertelden dat ze gingen scheiden. Dus stelde hij het op kamers gaan nog even uit. „Voor mijn moeder, om er voor haar te zijn”, zegt hij. Maar ook voor zichzelf, voegt hij er aan toe. Zijn moeder Margot heeft het „prettig gevonden” dat haar zoon langer thuis bleef wonen. „Doordat Jelte thuis bleef wonen, werd het gezin niet in een keer gehalveerd.”

Uit elkaar, maar het gezin is nog een gezin

Volgens Boersma hebben zijn ouders hun best gedaan het goed te doen voor hem en zijn broertje. „We bleven dingen met zijn vieren doen, ook al wilden zij dat misschien niet op dat moment, dat vind ik knap.” Ook Margot is daar blij om. „Het gezin is nog steeds een gezin. Je hoeft door de breuk niet ook als gezin gebroken te zijn. Bij andere gezinnen kan dat zo gaan, bij ons was dat gelukkig niet nodig.”

Tijdens en na de scheiding vroegen mensen uit zijn omgeving vooral hoe het met zijn ouders ging. Hoe hij zich voelde vroeg eigenlijk niemand. Dat vond hij niet eens zo erg. „Natuurlijk wilden mijn ouders met iemand praten, maar dat ík degene was om dat mee te doen vond ik soms ingewikkeld.” Hoewel hij die gesprekken met zijn ouders ook wel voor zichzelf voerde, zegt hij. Boersma had vragen die hij beantwoord wilde hebben. Zijn moeder heeft daarmee geworsteld, probeerde zo vaak als kon steun bij vriendinnen te zoeken. „Mijn kinderen hebben hun eigen verdriet, maar ze zien ook mijn verdriet. Het zijn volwassen kinderen, dus ik ga het ook niet voor ze verstoppen, ze mogen het verdriet zien. Dat hoort erbij.”

Ik realiseer me nu dat alles uit elkaar kan vallen, ook na zoveel jaren samen

Jelte Boersma

Onderzoeker Inge van der Valk zegt dat parentificatie, kinderen die de rol van verzorger op zich nemen, een veelvoorkomend fenomeen is bij volwassen scheidingskinderen. Bij de onderzoeksgroep Jeugd en Gezin van de Universiteit Utrecht bestudeert ze de samenhang tussen ouderlijke conflicten, echtscheidingen en het welbevinden van scheidingskinderen.

Ze ziet dat ouders tijdens en na een scheiding even wat minder oog hebben voor hun kinderen doordat ze bezig zijn met eigen problemen. „Bij oudere kinderen speelt dat nog meer. Ouders gaan ervan uit dat die kinderen zelfstandig zijn en op eigen benen kunnen staan.” Sommige ouders van volwassen kinderen hebben dan ook het gevoel ‘klaar’ te zijn met opvoeden, zegt Van der Valk. Ze lijken te vergeten dat je altijd ouder blijft, óók als je kind volwassen is. „Oudere scheidingskinderen worden veel meer dan jonge kinderen betrokken bij de problematiek van de ouders, in plaats van gesteund.”

Een vorm van liefdesverdriet

Willemijn van Lochem (29) uit Groningen kwam zes jaar geleden net terug van huwelijksreis toen haar ouders lieten weten dat ze gingen scheiden. Natuurlijk was ze boos en verdrietig, maar ze vond ook al snel dat ze zich eraan moest conformeren. „Ik vond dat ik het goed moest vinden dat ze op zoek gingen naar hun eigen geluk.” Haar eigen gevoelens schoof ze aan de kant om er voor haar ouders te kunnen zijn. „Dat heeft me vorig jaar nog even opgebroken, ik moest opnieuw door een periode van verwerking.”

Lees ook: Hoe praat ik met de kleinkinderen over scheiden?

Het is een vorm van liefdesverdriet, zegt ze nu, maar dat werd door haar omgeving niet gezien. „Ik was volwassen, het zal zo’n impact niet meer hebben, dachten ze.” Natuurlijk moet een ouder zijn kind niet betrekken bij problematiek van de scheiding, en dat wisten mijn ouders heus, zegt ze. „Maar ik begrijp het achteraf wel. Een scheiding is zo heftig, de rem is weg.”

Het was vooral lastig dat haar basis wegviel, zegt ze, dat vanzelfsprekende samenzijn. „Het fundament wat ik had met mijn ouders heb ik nu zelf gecreëerd met mijn eigen gezin, maar ik ben vooral mijn eigen fundament geworden.” Dat vindt ze best pijnlijk om te moeten zeggen. „Ik noem bewust mijn moeder niet als persoon waar ik op leun, denk ik. Vroeger deed ik dat meer, nu ben ik daar voorzichtiger mee.”

Wanneer je ouders scheiden als je volwassen bent, wordt plotseling wankel wat je hele jeugd zeker was, zegt onderzoeker Inge van der Valk. „Het kan voor een kind voelen alsof je gezin niet het gezin was dat je dacht te hebben, alsof het verleden op losse schroeven komt te staan.”

Mette Dijkstra is er boos en verdrietig over dat haar ouders zo lang bij elkaar zijn gebleven, terwijl ze niet gelukkig waren. Ze krijgt buikpijn als ze eraan denkt dat haar ouders al zeventien jaar geleden hadden willen scheiden. „Kom je nu mee, denk ik dan. Was dan gewoon uit elkaar gegaan.”

Een verrot idee van relaties

Hoe ouders met elkaar omgaan tekent je, zegt Dijkstra. „Ik heb nu een fijne relatie, met een hele lieve, geduldige vriend, maar hij heeft ook wel eens gezegd dat mijn idee van relaties helemaal verrot is.” Bij dagjes uit met haar gezin was het altijd spannend of er een ruzie zou uitbarsten. „Ik was verbaasd toen een dagje naar een pretpark met mijn schoonfamilie de héle dag gezellig was.”

Niet alleen wanneer ouders op die manier uit elkaar gaan heeft dat gevolgen voor hoe kinderen latere relaties ervaren, zegt Van der Valk. „Scheidingskinderen hebben vanwege hun gebroken thuissituatie sowieso extra hindernissen te nemen.” Vooral op het gebied van relaties is dat merkbaar. „Omdat hun vertrouwen is gekrenkt.”

Lees ook het opiniestuk van mediator Steven de Winter: Volwassen scheiden schaadt kind niet

Jelte Boersma merkt dat ook. Als hij nu een relatie heeft, heeft hij er niet per se vertrouwen in dat dat voor altijd is. „Ik realiseer me nu dat alles uit elkaar kan vallen, ook na zoveel jaren samen.” Willemijn van Lochem vond het zelfs lastig zich open te stellen tegenover haar man. „Waarom zou ik me nog kwetsbaar opstellen dacht ik, als het over dertig jaar toch kapot kan gaan?”

De scheiding van haar ouders blijft moeilijk voor haar. Wat doet ze met Kerst, wie komt er op welke verjaardag en wie niet? Het vanzelfsprekende is weg. „Dat blijft voor altijd etteren.” Ieder gezin kent zijn eigen gevechten, zegt ze. „Ik dacht altijd dat dit ons nooit zou overkomen. Maar ik heb geleerd dat er bijna altijd iets is. Geloof me, als alles koek en ei is in je gezin, dan heb je iets heel moois te pakken.”

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.