Ook de ervaring van een Uberchauffeur telt

Leven en werken in Silicon Valley Zowel academici als beleidsmakers missen inzicht in techbedrijven, merkt .
Illustratie Pepijn Barnard
Illustratie Pepijn Barnard

Met een Uberchauffeur praat ik over mijn eerste dagen in the Bay Area en deel observaties: „Lekker weer, maar wel bizar veel daklozen.” Ik voeg toe: „Als student was ik vrijwilliger in een crisisopvang, dus ik heb geen moeite met daklozen om te gaan, maar ik gun hun natuurlijk een beter leven.” Na een korte stilte vraagt hij: „Mag ik je iets vertellen? Ik ben ook dakloos. Ik slaap bij een vriendin en soms in deze auto.” Hij laat me de slim gemonteerde haken voor een hangmat zien.

Lees ook: Techno-elite is moreel failliet

We komen aan op een heuvel vanwaar de groene, glooiende campus van Stanford University te zien is. Mijn voornemen om overal heen te fietsen en het ov te gebruiken is na een paar dagen al ingehaald door talloze ritjes via apps als Uber en Lyft. Boemeltreinen naar San Francisco rijden onregelmatig en de gele taxi’s die je in steden als New York aanhoudt door een hand omhoog te steken, zijn in San Francisco en omstreken nauwelijks meer te vinden. Ik ben geen fan van bedrijven die miljarden omzetten terwijl chauffeurs ook van twee banen nauwelijks rondkomen en worden opgejaagd door winstgedreven algoritmes. Maar als ik op tijd en zonder te worden aangereden wil arriveren, zijn er weinig alternatieven. Ik geef extra fooi, maar voel me niet minder ongemakkelijk.

Lees ook dit interview met Schaake: Europarlementariër Schaake (D66): ‘Ik had last van machtsmisbruik’

In het Europees Parlement werkte ik aan technologiebeleid, nu sta ik op het punt me te vestigen op Stanford. Vanuit die universiteit ontwikkelden de heren Hewlett en Packard, Google-oprichter Sergey Brin en techinvesteerder Peter Thiel digitale producten en diensten die nu door miljarden mensen overal ter wereld worden gebruikt. Ik zal me, omgeven door computerprogrammeurs, investeerders en studenten die ervan dromen de volgende Mark Zuckerberg te worden, bezighouden met vragen als: hoe blijven democratie en rechtsstaat overeind terwijl technologische innovaties de ene na de andere sector ontwrichten? En welk beleid is nodig om kunstmatige intelligentie in het publieke belang en mensgericht te laten werken?

In een gebouw van de faculteit gedragswetenschappen wordt een seminar gehouden over het reguleren van het digitale domein, cyberspace. Hoogleraren en experts op het gebied van privacy, mededingingsrecht en kunstmatige intelligentie delen hun onderzoeksresultaten en analyses. We bespreken het effect van het opsplitsen van monopolisten, het nut van databases met politieke reclames en de verschillende biases die in datasets of machinetaal kunnen kruipen. Elke onderzoeker blijkt het de grootst mogelijke moeite te kosten om toegang te krijgen tot de nodige datasets van bedrijven. Dat probleem hebben academici met beleidsmakers gemeen: gebrek aan inzicht in wat er bij technologiebedrijven precies gebeurt en waarom. Data en algoritmes van bedrijven worden krampachtig beschermd door intellectueel eigendomsrecht.

Zelfs de groep onderzoekers verenigd in Social Science One, waarin ze met bedrijven samen proberen te werken aan toegang tot onderzoeksinformatie, loopt tegen muren op. Facebook schermt met - jawel - de databeschermingsrichtlijn uit Europa, de AVG – privacybescherming als reden om toegang te weigeren. Europese wetgeving als gevaarlijke boemerang afschilderen blijft populair in de VS. Toch is er langzaam een omkeer zichtbaar, en is het breken van de macht van de techbedrijven al een splijtend thema in debatten tussen Democratische presidentskandidaten.

Ik had mijn Uberchauffeur moeten uitnodigen voor het seminar. Persoonlijke ervaringen met een door algoritmes gestuurd leven, een laag loon en weinig zekerheid hadden ongetwijfeld inzichten opgeleverd die zelfs de gevoeligste dataset niet had kunnen onthullen. Wie wil zorgen dat technologie echt mensgericht is, heeft inzicht in data en in de ervaringen van mensen nodig.

Marietje Schaake, voormalig Europarlementariër, werkt voor de universiteit van Stanford, waar ze zich vooral bezighoudt met kunstmatige intelligentie. Dit is de eerste aflevering van een tweewekelijkse rubriek over leven en werken in Silicon Valley.