Nu de rest van Purmerend nog van het gas af

Energietransitie In Purmerend zijn de eerste huizen aangesloten op het warmtenet. Bonus: „Ik heb mijn buren beter leren kennen”, zegt een bewoner.

Van de 95 huizenbezitters in de pilotwijk stappen er 89 over op stadswarmte. „Het koken op inductie heb ik inmiddels in de vingers”, zegt bewoner Jan Kas.
Van de 95 huizenbezitters in de pilotwijk stappen er 89 over op stadswarmte. „Het koken op inductie heb ik inmiddels in de vingers”, zegt bewoner Jan Kas. Foto Olivier Middendorp

Tinneke Kas kijkt met grote ogen om zich heen. De woonkamer van haar rijtjeshuis aan de Van Goor Hinloopenstraat in Purmerend loopt vol mensen: buurtbewoners, ambtenaren van de gemeente en het ministerie van Binnenlandse Zaken, journalisten, fotografen. „Dat wordt stapelen”, zegt ze met een glimlach tegen haar man Jan. „Het past er net in”, constateert hij.

Vorige week woensdag werd het huis van het echtpaar Kas officieel ‘gasvrij’ verklaard – twee dagen eerder was de cv-ketel definitief uitgezet en de stadsverwarming aangesloten.

Eigenlijk zou minister Ollongren (Binnenlandse Zaken, D66) komen, maar zij is vanwege ziekte verhinderd. Ter vervanging heeft ze haar directeur-generaal Wonen gestuurd, die samen met verantwoordelijk wethouder Paul van Meekeren (Energietransitie, D66) een bord met de tekst ‘gasvrij’ op het raam plakt.

Koophuizen verduurzamen

Purmerend heeft een voorsprong op de rest van Nederland als het gaat om de energietransitie van de ‘gebouwde omgeving’: zo’n driekwart van alle gebouwen is aangesloten op een warmtenet. Dat werd al in de jaren tachtig aangelegd, naar aanleiding van de oliecrisis. Sinds 2015 wordt de energie hiervoor geleverd door biomassacentrale De Purmer.

Maar nog altijd moeten zo’n tienduizend huizen in de Noord-Hollandse gemeente van het aardgas af, en dat is geen gemakkelijke opgave. Pakweg de helft van die huizen is in particulier bezit, en zie die huizenbezitters maar eens te overtuigen.

Daarom tuigde de gemeente in 2017 het plan Gasvrij Purmerend op. Het doel: een wijk met veel koophuizen verduurzamen. De keuze viel op Overwhere-Zuid, een typische arbeiderswijk die eind jaren vijftig, begin jaren zestig gebouwd werd, met kleine flats en rijtjeshuizen waar je over de lage hekken en heggen de voortuintjes in kunt kijken.

„Hier woonden vroeger mensen die op het NDSM-terrein en in de Shell-fabriek in Amsterdam-Noord werkten”, zegt Jaspert Verplanke, programmamanager duurzaamheid van de gemeente en het hoofd van Gasvrij Purmerend. „Na zestig jaar was het riool aan vervanging toe, toen zagen wij onze kans schoon een warmtenet aan te leggen.”

Het project kreeg de vorm van een tweetrapsraket: eerst een pilotwijk van 95 woningen en een school, waarvoor de gemeente 800.000 euro vrijmaakte. Daarna een proeftuin van 1.276 woningen, waarvoor het Rijk een subsidie van 6,9 miljoen euro heeft toegekend. Eind 2020 moeten de huizen in de pilotwijk zijn aangesloten op het warmtenet, in 2022 de hele proeftuin.

De aanleg van een warmtenet heeft alleen zin als een groot deel van de wijk meedoet, anders worden de kosten per huis te hoog. Lang niet alle bewoners waren in het begin enthousiast. „Tijdens de eerste bijeenkomst dachten we eindelijk te horen waarom de renovatie van het riool steeds werd uitgesteld”, zegt Barry Rosema, een 46-jarige elektromonteur. „Maar we kregen te horen dat er een warmtenet zou worden aangelegd, zonder dat de aanwezige ambtenaren er veel meer over konden vertellen.”

Harten en hoofden winnen

David van der Hak, een 28-jarige begeleider in de gehandicaptenzorg, was in 2017 net met zijn vriendin naar Overwhere-Zuid verhuisd. „Ik was in mijn voortuin aan het werk toen mijn buurman kwam vertellen wat er ging gebeuren. Dat was een grote verrassing. Daardoor had ik in het begin wel een bepaalde mening over dit project.”

Daar lag voor duurzaamheidsmanager Verplanke en zijn team een uitdaging. „We moesten de harten en de hoofden van de bewoners winnen”, zegt hij. Zijn team bouwde een woning in de wijk om tot kantoor, ging bij iedere bewoner op huisbezoek, soms meermaals, en organiseerde informatieavonden. De acht ton van de gemeente hielp daarbij. Voor elk van de huizen in de pilotwijk was er zo’n 8 mille om de overstap van cv-ketel naar warmtenet te betalen. Voor dat geld wordt een huis met leidingen aan de gevel aangesloten op het warmtenet dat door de straat loopt.

Daarnaast ging het ambtenarenteam van Verplanke net een stapje verder dan normaal om bewoners bij te staan. „De verbouwing van ons huis stond gepland in de periode dat mijn vriendin was uitgerekend voor de geboorte van ons tweede kind”, zegt Van der Hak. „Speciaal voor ons hebben ze de werkzaamheden naar voren gehaald.”

Langzaam draaiden de bewoners bij. „Eerst waren Jaspert en zijn team vreemden voor ons”, zegt de 67-jarige Jan Kas, die al 38 jaar in de wijk woont. „Maar ze zaten elke dag in de wijk met altijd dezelfde mensen. Dat werd vanzelf vertrouwd.”

Foto Olivier Middendorp

Levensvatbaar

Uiteindelijk besloten 89 van de 95 huizenbezitters en de school over te stappen op stadswarmte, genoeg om het project financieel haalbaar te maken. In mei ging de eerste schop de grond in, afgelopen week zijn in de eerste woningen de cv-ketels uitgezet. Wethouder Van Meekeren: „Wij zijn de eerste proeftuin in Nederland waar huizen in particulier bezit op het warmtenet zijn aangesloten. In dat opzicht is het project in mijn ogen al geslaagd.”

Ook de bewoners zijn tevreden. „Het was een heel karwei, maar het is zonder gedoe verlopen. En het koken op inductie heb ik inmiddels in de vingers”, zegt meneer Kas. „Met de aanleg van nieuwe straten en stoepen is de hele wijk opgeknapt”, zegt bewoner Rosema, „en door het project heb ik ook mijn buren beter leren kennen.”

Nu is de vraag: is deze methode ook grootschalig toepasbaar? Nog ruim 9.000 huizen in Purmerend en zo’n 7 miljoen woningen in Nederland wachten op hun energietransitie. „Eigenlijk moet je met elke huizenbezitter in gesprek. En niet één keer, maar wel vier of vijf keer”, zegt Verplanke. „Ik weet nog niet of het kan”, zegt wethouder Van Meekeren. Hij vergelijkt de opgave met een zoektocht naar de heilige graal. „Dat klinkt misschien onhaalbaar, maar zelfs al vind je de heilige graal niet, dan stuit je onderweg toch op dingen die heel nuttig zijn.”