Laat zien dat je met veel bent en verstoor de openbare orde

Demonstreren Protest van boeren had meer effect dan dat van leraren en verpleegkundigen. Intimidatie maakt indruk, net als een krachtig symbool (de tractor) en duidelijke eisen. „Een klein beetje geweld loont”, maar vooral op de korte termijn.

De klimaatmars in Den Haag, op 27 september 2019.
De klimaatmars in Den Haag, op 27 september 2019. Foto Sem van der Wal/ANP

Na een week demonstreren hebben de boeren ten dele hun zin gekregen. Zes provincies schortten hun voornemen op om nieuwe stikstofregels in te voeren. De boeren zeiden dat zij het slachtoffer zijn van onzuivere metingen van het RIVM en dat zij te strenge regels krijgen opgelegd. Onder druk werd het stikstofdossier weer vloeibaar.

Lees ook: De boeren eisen hun plek op

Aan de toezeggingen van de provincies was een grimmig boerenprotest voorafgegaan. Boeren hadden voor de deuren van provinciehuizen gedemonstreerd, de deur van het Groningse provinciehuis opengebroken en agenten bekogeld. Een grote demonstratie in Den Haag verliep woensdag in het algemeen minder grimmig. Maar ondanks een enorme aanwezigheid van leger en politie lieten honderden boeren zich niet tegenhouden hun tractors naar het Malieveld te rijden, waar ze niet mochten komen.

Politiek, bestuur, praatprogramma’s: iedereen heeft het over de boeren. Beleidsmatig krijgen ze, ten dele, hun zin. Demonstreren heeft dus nut gehad. Maar dat is niet altijd zo. In maart demonstreerden tienduizenden leraren voor een betere cao. De demonstranten gedroegen zich keurig: het Malieveld was precies op tijd weer verlaten en schoon. Premier Rutte (VVD) zei alleen: „We moeten kiezen. Er zijn geen onbeperkte middelen.”

Vergroot verstoring van de openbare orde de kans op succes? „Een klein beetje geweld loont”, zegt hoogleraar sociale psychologie Bert Klandermans. Hij doet al jaren onderzoek naar protestbewegingen. „Omdat je geweld gebruikt, krijg je media-aandacht. Maar pas op: bij veel geweld gaat de verslaggeving alleen nog maar over het geweld zelf. En dan verspeel je weer de sympathie onder de bevolking. Met een tractor een deur inrijden is wel een grens.”

Media-aandacht en sympathie onder de bevolking zijn belangrijke succesfactoren voor een demonstratie, zegt Klandermans. Voor beide helpt het dat de boeren zo’n prachtig symbool hebben als de tractor. „Dat werkt heel goed op het journaal: het simpele beeld van tractors op de snelweg, zo ver je kunt kijken.” Zo’n symbool missen leraren en verpleegkundigen.

Schuim op het Binnenhof

Onder druk van intimidatie en geweld is vaker beleid gewijzigd. Denk aan de demonstratie van scholieren tegen het Studiehuis in 1999. Op het Binnenhof liep de demonstratie helemaal uit de hand. Toenmalig staatssecretaris Karin Adelmund (Onderwijs, PvdA) zwakte haar plannen meteen af. Bert van den Braak, hoogleraar parlementaire geschiedenis, noemt verder ambtenarenprotesten in de jaren tachtig. „Die hebben het hele Binnenhof onder het schuim gespoten. Lubbers heeft toen zijn collega’s gepasseerd door op eigen gezag een voorgenomen korting op hun salaris te verlagen.”

Intimidatie maakt indruk op beleidsmakers en politici, zegt Jacquelien van Stekelenburg, hoogleraar sociale verandering en conflict aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Op korte termijn krijgen zij vaak hun zin. „Als je politici wil beïnvloeden, moet je twee dingen doen: laten zien dat je met veel bent en de openbare orde verstoren.” Het lastige is alleen: in de publieke opinie verspélen demonstranten hun sympathie zo juist. En daar kijken politici ook naar. Die willen herkozen worden. Op langere termijn, zegt Van Stekelenburg, werkt intimidatie averechts.

Rellen in Charlottesville

De Amerikaanse hoogleraar sociologie Brent Simpson, verbonden aan de Universiteit van South Carolina, liet proefpersonen nep-artikelen lezen over demonstraties die uit de hand liepen. „Geweld leidt tot een scherpe reactie van de publieke opinie. Dat gebeurt ook als het publiek achter de zaak staat.”

Simpson onderzocht de publieke opinie over de rellen in Charlottesville door neonazi’s, in 2017, waar ook linkse tegendemonstranten waren. Wat bleek: na geweld door de neonazi’s gingen mensen nauwelijks anders over deze groep denken, omdat het publiek zich al niet met hen identificeerde. Links tegengeweld veroorzaakte juist scherpe afkeuring. Proefpersonen vonden de tegendemonstranten ‘onredelijk’. De identificatie met die groep nam af. Met andere woorden: een neonazi slaan leidt tot vervreemding van het beoogde publiek.

Simpson, die het Nederlandse nieuws volgt dankzij een Nederlandse echtgenote, is daarom „licht verbaasd” dat de provincies zo snel toegaven aan de boeren. „Dat is atypisch. Meestal weten bestuurders dat ze zich vooral om de publieke opinie zorgen moeten maken.”

Simpson onderscheidt vier factoren die een demonstratie succesvol maken: identificatie van het grote publiek met de demonstranten, duidelijke eisen, eenheid en een gevoel dat demonstranten opkomen voor een zaak die de identiteit van een groot deel van de bevolking raakt. „Het succes van de Burgerrechtenbeweging [in de jaren zestig] was dat ze geweldloos was. Maar ook dat veel witte Amerikanen zich erbij aansloten.”

Is die identificatie met de boeren er nu ook? Bert Klandermans zegt dat de huidige protesten „over veel meer dan stikstof gaan”. „Wanneer er varkenspest of vogelgriep uitbreekt, treft dat de boeren onevenredig hard. Zij hebben het idee: wij zitten telkens in de hoek waar de klappen vallen, en dat moeten we dan zelf oplossen. Ze produceren eten, en voelen zich niet gewaardeerd.”

Terug naar de jaren zestig

De huidige tijd „lijkt in veel opzichten op de jaren zestig”, zegt Berend Roorda (Rijksuniversiteit Groningen), gespecialiseerd in het demonstratierecht. „Net als toen worden demonstraties weer veel gebruikt als politiek pressiemiddel.” In 2000 werden in Den Haag 350 demonstraties gehouden. Vorig jaar waren dat er 1.638. Mogelijke verklaringen, volgens Roorda: meer polarisatie, de opkomst van sociale media die het organiseren van demonstraties makkelijker maken, en globalisering, waardoor internationale bewegingen als Extinction Rebellion of de gele hesjes sneller doorbreken.

Roorda vindt het „heel ongelukkig” dat Friesland eind vorige week na een boerendemonstratie als eerste provincie toegaf aan de eisen van de boeren. „Dat had effect. Boeren in de andere provincies hadden meteen de indruk dat er iets te halen viel.”

Nog iets opvallends: demonstraties verrechtsen. Jacquelien van Stekelenburg werkte enkele jaren geleden mee aan een internationaal onderzoek, waarin honderd demonstraties werden bekeken op politieke kleur. „Circa 90 procent van de 28.000 respondenten noemde zichzelf links. Links heeft traditioneel minder problemen met verstoring van de openbare orde.” Nu is dat anders: links heeft, grof gezegd, meer sympathie voor klimaatprotesten, rechts is zichtbaarder bij gele hesjes-demonstraties en pro-Zwarte Piet-protesten. De boerendemonstratie kreeg woensdag steun uit rechts-populistische hoek: FVD-leider Thierry Baudet en PVV-leider Geert Wilders spraken de demonstranten toe.

Pakt de politie de ene groep milder aan dan de andere? Vorige week werden tientallen demonstranten van klimaatgroep Extinction Rebellion aangehouden in Amsterdam, nadat ze een brug bij het gemeentehuis hadden bezet. In Den Haag, waar ook veel overlast was, werden maar enkele arrestaties verricht. Berend Roorda: „De inhoud van een demonstratie lijkt nog wel eens een rol te spelen bij de ruimte die burgemeesters toelaten en in de felheid waarmee de politie optreedt. Als [het extreem-rechtse] Pegida voor files had gezorgd, en niet de boeren met tractors, dan hadden bestuurders waarschijnlijk harder ingegrepen.”

Roorda zegt dat demonstranten vaak ook politiebescherming nodig hebben. Het recht op demonstratie staat volgens hem onder druk door tegendemonstranten die intimidatie of geweld gebruiken, in de hoop dat een demonstratie verboden zal worden. „De politie zou daar meer aandacht aan moeten besteden.”