Foto Lars van den Brink

‘De mensen die ons dag en nacht schaduwen via onze iPhones zijn onze vijanden’

Zadie Smith Het nieuwe boek van Zadie Smith gaat onder meer over afleiding door technologie en onvrijheid. „Als ik een volwassene in een vliegtuig zes uur lang Candy Crush zie spelen op zijn telefoon, denk ik: is dit een mens waardig?”

Zadie Smith (1975) voert het gesprek min of meer zelf. We zitten in een Londense hotellobby en ze heeft maar een paar woorden, een knikje of opgetrokken wenkbrauw nodig en de gedachten rollen van haar tong. Ze poneert, weegt, vult aan en schiet er weer vandoor. Zo veelstemmig en springerig, zo aftastend en tegelijk vastberaden als haar nieuwe, eerste verhalenbundel Het verbond.

„Mijn redacteur stuurde me een bestand met alle verhalen die ik door de jaren heen had gepubliceerd – of ik daar misschien een boek van wilde maken. Dus ik ging lezen, en dat was helemaal niet leuk: op je 43ste lezen wat je schreef toen je 22 was. Alsof je iemand anders leest. Verhalen met véél erin, veel meubilair, zeg maar, verhalen waarover mensen om me heen heel enthousiast waren, maar waar ik niets meer in zag. Misschien zag ik het niet helder – een lastige kwestie, als je schrijft, het helder zien. Hoeveel is waar, hoeveel illusie? Dat is een zin uit een van mijn verhalen, nietwaar?”

‘De vraag van de eeuw, wat haar betrof’, is de zin die er in het verhaal op volgt. „Het is het probleem met het leven, denk ik. Je moet constant uitdokteren wat goed is en wat gek.”

Authentieke stemmen

Uit het bestandje selecteerde ze een paar verhalen en ze schreef er nieuwe bij. „Ik wilde een betoog opzetten door voorbeelden te geven, in het bijzonder aan jonge lezers. Om te laten zien waartoe fictie in staat is, alle interessante dingen die fictie kan doen, en dan helemaal los van de opvatting van schrijven als manier om je te uiten. Wat je uitspreekt kun je ook opschrijven – dat is een heel prominente opvatting, dankzij internet, waar al het geschrevene ‘authentiek’ beweert te zijn. Ik ben totaal niet geïnteresseerd in authenticiteit als waarde, schrijven heeft daar niets mee te maken. Schrijven draait om retoriek.

„De tekst die je uitspreekt is niet van jou. Je kunt de woorden opgeschreven hebben, maar op een fundamenteel niveau bezit je de tekst niet. Omdat je de taal niet hebt uitgevonden; die leen je, die hergebruik je. In wat je schrijft zitten andere schrijvers, muziek, je ouders, je omgeving: jouw woorden zijn een collectieve verrichting.

Een belediging voor mijn ziel is de opvatting dat we alleen kunnen en moeten schrijven over mensen die fundamenteel “zoals” wij zijn

„Waarom ik dat graag wil benadrukken: daarmee begon mijn literaire opvoeding, en het was de kern van de Franse literatuurtheorie die ik op de universiteit kreeg. Ik leerde: het doet er in fictie niet toe wie de auteur is. Woorden behoren niemand toe. Schrijven heeft te maken met het hergroeperen van woorden, met het manipuleren van de taal. Dat betoog leek me nodig in een tijd waarin men terug lijkt te gaan naar Plato: alsof de schaduwen op de grotwand het kwaad zijn, en het enige wat wij kunnen doen is in het licht staren en onze eigen naam roepen.”

Verdediging van fictie

We moeten dat begrijpen in de context van een essay dat ze publiceert in het nieuwste nummer van The New York Review of Books, getiteld ‘Fascinated to Presume: In Defense of Fiction. Daarin staat, in essayvorm, zo ongeveer wat ze in de verhalenbundel met fictie beoogt te doen: de vrijheid van fictie vieren. Ze breekt een lans voor fictie die echt fictioneel is. Verzonnen en niet autobiografisch, niet realistisch maar vervoerend, ontregelend. Dat is onder jonge mensen niet in de mode, schrijft Smith: ‘Een belediging voor mijn ziel is de opvatting – tegenwoordig populair in de cultuur en gepresenteerd in uiteenlopende graden van complexiteit – dat we alleen kunnen en moeten schrijven over mensen die fundamenteel “zoals” wij zijn: raciaal, seksueel, genetisch, nationaal, politiek, persoonlijk.’ Maar zo wordt fictie een weerslag van ‘de zogenaamd onomstotelijke authenticiteit van de persoonlijke ervaring’ en bovendien een solipsistische aangelegenheid: Smith signaleert in dit identiteitsgerichte denken een ‘opzichtig vertoon van desinteresse’ in de ander.

Dat denken, vertelt ze nu, zag ze onder andere bij studenten creatief schrijven, die ze lesgeeft in New York. „Als fictieschrijvers voelen dat ze niet kunnen vertellen met de stem van een ander, kunnen ze niet schrijven. Maar mijn gevoel bij de jonge mensen die dat soort fictie voorstaan is dat ze op zoek zijn naar vrijheid. Vrijheid, gelijkwaardigheid, rechtvaardigheid: we streven allemaal naar hetzelfde, maar zij gebruiken taal die niet van henzelf is. Ik geloof dat ze gemanipuleerd worden, een ideologie aanhangen die juist een onvrijheid betekent. Tegelijk geldt dat voor ons allemaal in Europa of de Verenigde Staten, dat we gemanipuleerd worden, met onze technologie en sociale media.”

Lees ook: Altijd afgeleid? Niet janken maar terug hacken

Dat zal ze even uitleggen. Ze pakt ondertussen de theepot, die veel te vol zit, en de thee stroomt over tafel. „Pas op voor je iPhone.” Ze dept de nattigheid op. „Dat ding, hè. De juiste metafoor is die van de kolonialist die aankwam op het strand en tegenover de oorspronkelijke bewoners stond – we zeggen daarover niet dat die bewoners dom of naïef waren, maar we zien de vreselijk ongelijke machtsverhouding. Zo ongelijk was het ook toen deze telefoons arriveerden: we wisten niet wat ze waren, niet wat ze konden, het maakte ons niet uit. Handig, een plattegrond-app, leuk, een app die zegt welk liedje er speelt. Dat er ook geluisterd werd naar álles wat we zeggen en dat te gelde werd gemaakt, daar kwamen we later pas achter. We hoeven ons niet te schamen dat het kapitaal ons gigantisch dupeert, maar die mensen die ons dag en nacht schaduwen, via onze iPhones, moeten we zien als onze vijanden.”

Luie rivier

„Nee, ik denk niet dat mijn boek over kapitalisme gaat, maar wel over onvrijheid. Het is belangrijk om nog ergens een plek te hebben voor jezelf. Waar je kunt doen wat je wilt, zonder gezien te worden. Zo’n plek heb ik nodig om na te denken.”

En door constant online te zijn verspelen we die plek – die verkopen we aan techgiganten. Om dat punt te maken schrijft ze een verhaal als ‘De Lazy River’, over een draaikolk in het zwembad van een vakantiepark, die ‘knalblauw, fluorescerend blauw, Facebookblauw’ is. In die luie rivier, uiteraard een metafoor, blijven de mensen maar rondjes draaien: ‘Het leven is een strijd! Maar wij zijn op vakantie, van het leven én van de strijd. We laten ons meevoeren op de stroom.’

„We hadden vroeger een ander idee van wat afleiding moest zijn – in elk geval niet dat ons hele leven erdoor in beslag genomen moest worden. Als ik een volwassene, sterk en knap, vol vaardigheden en ideeën en mogelijkheden, in een vliegtuig zes uur lang Candy Crush zie spelen op zijn telefoon, denk ik: is dit een mens waardig? We hebben altijd van vrijheid én gemak gehouden, maar nu lijkt het alsof we hersenloos gemak verkiezen. Prima hoor, als iemand zegt: ik zeg ‘sokken’ en dertig seconden later zie ik op mijn Facebook-app een sokkenadvertentie, wat fijn! Maar ik zou wel graag willen dat het voor iedereen zo’n bewuste keuze is. Dat is het natuurlijk niet.

Lees ook de recensie van Smiths vorige boek Voel je vrij: Zadie Smith negeert de olifant in de kamer

„De verhalen gaan vooral over het gevoel dat je kunt hebben dat er iets fundamenteel mis met je is, of onopgelost, of tegenstrijdig. Het is een wezenlijk menselijk gevoel om die tegenstrijdigheid te willen oplossen. Maar het ontkennen of opheffen van die tegenstrijdigheid is ideologie – het onechte deel. Daar is het kapitalisme ook heel goed in, in het bieden van schijnoplossingen. Zoals: iets kopen.

„We willen onze vrees dolgraag indammen, maar tegelijk is vrees onontkoombaar. Wie niet vreest, leeft niet. Daarom wilde ik schrijven over mensen die ‘oplossingen’ vinden, wat hen een goed gevoel geeft, maar waaronder wel iemand lijdt. De held is die enkeling die kan accepteren dat hij met contradicties moet leven. Een van de moeilijkste dingen, die ik laat zien in het verhaal ‘Miss Adele tussen de korsetten’, is de illusie dat wat in jouw hoofd gebeurt ook bij een ander gebeurt. Terwijl: je weet het niet, je zit gevangen in je eigen kooi van vlees.”

Gespannen unie

„Een van de verhalen die ik had liggen, ging over mensen die aan weerszijden van een rivier woonden – respectabele mensen uit de middenklasse tegenover een chic Brexit-achtig stel. Een leuk verhaal, over tegenstellingen, maar het verveelde me. Het idee van realistische fictie verveelde me, van een tegenstelling en een synthese en een sociale oplossing. Omdat het fundamenteel onwaar is: de tegenstellingen zitten binnenin mensen zélf en die lossen ze op door een simpel besluit te nemen, wat een daad van zelfbedrog is. De oplossing is soms het probleem.

Autumn van Ali Smith is de eerste post-Brexit roman. Lees ook: Uw hoofd is vijf millimeter te klein

„Dus dat verhaal gooide ik weg, en ik realiseerde me dat ik wilde nadenken over unies, verbonden. De unies waarvan ik houd bestaan in spanning. Schotland, Noord-Ierland, Engeland en Wales zijn verschillend, en soms komen onderlinge spanningen tot uitbarsting, maar in principe werkt het, in het Verenigd Koninkrijk. Dat is een unie, een identiteit die bestaat uit gespannen onderdelen – zonder dat de tegenstrijdigheden gladgestreken worden. Schrijvend wil ik een klein stemmetje verheffen vóór complexiteit, conflict en spanning. Het is niet zo erg een weifelend, onopgelost mens te zijn.

„Iemand vroeg me laatst of het feit dat ik van gemengde afkomst ben maakt dat ik me zo interesseer voor die tegenstrijdigheden – een interessante gedachte. Maar wat je kunt aflezen van mijn gezicht is hetzelfde als wat binnenin iedereen zit: dat ik niet het ene en niet het andere ben, ik ben niet maar één ding. Misschien ben ik er met mijn gemengde bloed wel meer aan gewend dat ik nergens bij hoor. Voor een schrijver is dat trouwens een geweldige eigenschap. Het maakt creatief.”