Hij verzon de Melkertbanen

In deze rubriek elk weekeinde een necrologie van iemand die recent is overleden.

Al vóór Wim Kok vond Jan Bugter (1951-2019) dat mensen moeten werken, werken, werken.

Jan Bugter, rechts op Koninginnedag in de Amsterdamse Dapperbuurt in 1978.
Jan Bugter, rechts op Koninginnedag in de Amsterdamse Dapperbuurt in 1978. Foto familiearchief

Tien dagen voor zijn overlijden is Jan Bugter even alleen thuis. Hij besluit zonder iemand iets te zeggen naar de bloemist te rijden. „Op 30 augustus zouden we 46 jaar getrouwd zijn”, vertelt zijn vrouw Sophie van Nimwegen. „Hij wilde er zeker van zijn dat er die dag een mooie bos bloemen zou zijn.” Eén dag eerder overlijdt Bugter op 67-jarige leeftijd aan de gevolgen van longkanker. „De ochtend erop stond de bloemist ineens op de stoep met een prachtige bos bloemen van Jan.”

Foto Familiearchief

Het is het soort kleine attenties waar Bugter in grossierde – ook bij sociale werkplaats Sallcon in Deventer, waarvan hij vanaf 2000 elf jaar directeur was. Bart Burgers, die bij Sallcon met Bugter in de ondernemingsraad zat, weet nog hoe hij eind 2005 bij de opening van de nieuwbouw alle duizend gasten persoonlijk een hand gaf bij de ingang. „En hij kende 70 tot 80 procent van de medewerkers bij naam.” Bugter haalde ook artiesten naar het Deventer bedrijf – van huisvriendin Karin Bloemen tot de Havenzangers. En bij het eindejaarsfeest was hij degene „die de kartonnen bekers opstapelde”, zegt Jerry Schalk, sinds veertig jaar bode bij Sallcon.

Eerder had Jan Bugter als ambtenaar en PvdA-wethouder al zijn stempel op het Deventer stadsleven gedrukt. Hij betrok prominente stedelingen bij de uitvoering van zijn beleid, reisde om inspiratie op te doen voor zijn stad en dacht groot: voor de vernieuwing van de Deventer grachtengordel kreeg hij 70 miljoen los. „Bugter was niet alleen ontzettend charmant, maar ook een man met visie, die duidelijk vertelde waar het naartoe moest”, vertelt Jan-Jaap Kolkman, die later als lokaal PvdA-kopstuk en wethouder in Bugters voetsporen trad. „Hij was zeg maar niet zo van de inspraak en de gesprekstafels.” Bart Burgers ervoer dat ook in de ondernemingsraad van de sociale werkplaats. „Maar hij had gewoon vrijwel altijd gelijk. En hij nam uitgebreid de tijd om mensen mee te nemen in zijn visie. Ook als er vervelende besluiten moesten worden genomen.”

„Bugter wist mensen te enthousiasmeren voor zijn beleid”, herinnert James Lidth de Jeude zich. Als burgemeester van Deventer, import vanuit Utrecht, verscheen hij in de jaren 90 zoveel mogelijk in de stad met de ongekend populaire wethouder Bugter aan zijn zijde – een ras-Deventenaar, geboren en getogen in de Rivierenwijk, de enige wijk van Deventer die het stempel ‘Vogelaarwijk’ kreeg. „Veel wethouders opereren vanuit een houding van ‘ga jij maar linten knippen, want ik ben gekozen en jij benoemd’. Bugter zette mij juist in voor zijn doelen.”

Al vóór PvdA-premier Kok erover begon was het Bugters adagium: ‘werk, werk, werk’. Van Nimwegen: „Van Jan mocht je mensen best een duwtje geven of zelfs dwingen te werken. Alles beter dan aan de kant staan.” Zo legde hij de basis voor ‘de banen van Bugter’, die door zijn connecties in de landelijke PvdA landelijk beleid werden en bekend werden als Melkertbanen. Een sociaal-economisch offensief, zoals dat in die dagen heette.

Aanvankelijk ging hij daarmee in tegen de partijlijn. Bovendien bepleitte Bugter dat je niet tegen ondernemers, maar mét ondernemers moest werken. Hij was dan ook een graag geziene gast in de businesslounge van voetbalclub Go Ahead Eagles. „Vreselijk vond hij dat eerst”, zegt Van Nimwegen. „Hij komt uit een echt voetbalgezin, waar alles om de Eagles draaide. Daar wilde hij juist vanaf. Toch kreeg hij er na verloop van tijd steeds meer aardigheid in. Misschien wel omdat ik met hem meeging. Ik kan voetbal wel waarderen.”

Zijn status als aimabele wethouder van het volk zat hem in vriendschappen soms in de weg. Van Nimwegen: „Men verwachtte dat hij wel iets voor hen zou doen. Maar juist omdat hij met je bevriend was deed hij het dan niet. Hij wilde elke schijn van vriendjespolitiek vermijden.” Het leidde niet tot breuken. „Soms duurde het anderhalf jaar, maar na verloop van tijd kwamen die vrienden weer bij hem terug.”

Al in zijn jaren als opbouwwerker in Amsterdam – ze waren net getrouwd – wist zijn vrouw dat ze een bijzonder type aan de haak had geslagen. „Die kun je wel proberen af te remmen, maar dat gaat je nooit lukken.”