Grunberg zegt Holocaust-literatuurprijs te starten

Arnon Grunberg roept lezers op om verhalen te schrijven voor de door hem op te richten driejaarlijkse ‘Nederlandse Spoorwegen Holocaust Literatuurprijs’. Een tegenhanger van de NS Publieksprijs.

Arnon Grunberg
Arnon Grunberg Foto Robin van Lonkhuijsen

Schrijver Arnon Grunberg begint de Nederlandse Spoorwegen Holocaust Literatuurprijs. Dat maakte hij donderdagmorgen bekend in een column in de Volkskrant.

De prijs lijkt hem een zinvolle besteding van de schadevergoeding die hij van de NS krijgt. In juni maakte het vervoersbedrijf bekend holocaustoverlevenden die met treinen naar de concentratiekampen zijn vervoerd en hun directe nabestaanden een individuele schadevergoeding tussen de 5.000 en 15.000 euro te betalen. Grunberg ontvangt een bedrag van tussen de 5.000 en 7.500 euro omdat zijn (overleden) moeder en haar ouders in 1944 met de trein werden vervoerd naar Theresienstadt, en vandaar naar Auschwitz.

Beste genocide-verhaal

De nieuwe literatuurprijs zal eens in de drie jaar worden uitgereikt „voor het beste verhaal waarin de genocide door de nazi’s een rol speelt”, schrijft Grunberg. Het lijkt hem een fijne tegenhanger voor de NS Publiekprijs, die volgens de schrijver jaarlijks naar „een min of meer goed boek” gaat.

Grunberg was eerst van plan de schadevergoeding te verdelen onder zijn exen, schrijf hij. Hij wilde hen het geld sturen samen met het bericht: ‘Mijn moeder leed onder de oorlog, ik leed onder mijn moeder, jullie leden onder mij, hier is geld van de NS.’ Maar een nieuwe literatuurprijs leek hem bij nader inzien een beter idee, schrijft hij.

Desgevraagd laat Grunberg weten dat de prijs minimaal 1.000 euro zal bedragen. Hij hoopt dat het NIOD hem kan helpen met het samenstellen van een kundige jury. Ook is hij van plan de Duitse en Franse spoorwegen te contacteren met de vraag of zij ook het prijzengeld willen bijdragen. „Op die manier kan het ook echt een Europese prijs worden.”

Zijn column eindig Grunberg met een oproep: „U kunt alvast beginnen met schrijven.”