Recensie

Recensie Theater

Een behapbaar lesje in wit privilege

Theater Met De witte kamer probeert regisseur Ada Ozdogan het complexe thema van wit privilege behapbaar te maken voor een jong publiek. Het resultaat is een geestige, maar ook wat didactische voorstelling.

De witte kamer wil racisme ontwarren voor brugklassers.
De witte kamer wil racisme ontwarren voor brugklassers. Foto Sanne Peper

Wit privilege, micro-agressies, systemisch racisme: het zijn concepten die zelfs voor de gemiddelde NRC-lezer nog moeilijk te begrijpen zijn, laat staan voor brugklassers. Theatermaker Ada Ozdogan haalde zich dan ook wel wat op de hals, door haar eerste jeugdtheatervoorstelling bij Theater Sonnevanck en Toneelgroep Oostpool rond deze thema’s te laten draaien. Hoe maak je aansprekend theater over termen die zo veel uitleg behoeven?

Ozdogan en toneelauteur Tjeerd Posthuma komen een heel eind door een eenvoudig uitgangspunt tot in het absurde op te blazen. Een jonge vrouw (Sophie Höppener) komt bij een overheidsinstelling haar beklag doen naar aanleiding van een nieuwe wet. Die wet verplicht alle witte mensen om een symbolische euro te betalen, ter compensatie van het racisme in de samenleving. Ze vindt het maar onzin - zij is toch geen racist? Waarom moet ze dan een boete betalen?

Door de vrouw te laten verdwalen in een Kafkaëske bureaucratie, spiegelen de makers mooi de verwarring die de laatste jaren rond de term ‘racisme’ heerst. Langzaam maar zeker breken de andere personages, allen gespeeld door Denzel Goudmijn en Liza Macedo Dos Santos, door de defensieve houding van de vrouw heen – met als doorslaggevende factor haar sympathieke vriendje en een hilarisch gastoptreden van Barack en Michelle Obama.

De botsing tussen hedendaagse ideeën over de manier waarop racisme in de westerse samenleving is ingebakken, en het zelfbeeld van met name ‘progressieve’ witte mensen, wordt in heldere dialogen en geestig spel weergegeven. De voorstelling weet echter niet helemaal aan de sfeer van een college te ontsnappen – vanwege de focus op het in kaart brengen van een maatschappelijk probleem blijft het enigszins schematisch. Wellicht heeft dat ook te maken met het centraal stellen van het witte perspectief: de pijn van racisme blijft daarmee abstract, waardoor de voorstelling uiteindelijk maar het halve verhaal vertelt.