De ‘werkbonus’, nu ook in Rotterdam

Inkomen Met een uitkering deeltijdwerk doen betekent vaak: elke verdiende euro inleveren. Rotterdam wil nu juist een bonus.

Illustratie Rik van Schagen

Als je in Rotterdam in de bijstand zat, moest je als tegenprestatie papier prikken in een oranje werkhesje. Dat was het strenge beleid van het vorige college van Leefbaar Rotterdam, CDA en D66. Maar het huidige college van zes middenpartijen zit met het werkloosheidsbeleid meer op de sociale lijn van Amsterdam. Coalitiepartij D66 pleit nu voor een ‘werkbonus’ om deeltijdwerk door uitkeringsgerechtigden te stimuleren.

D66-raadslid Nadia Arsieni dient deze donderdag een initiefvoorstel in met steun van een raadsmeerderheid, zegt ze. „Deeltijdwerk kan een stap naar een voltijdsbaan zijn, zeker voor langdurig werklozen”, zegt Arsieni. „Maar nu wordt na zes maanden elke euro die je verdient verrekend met je uitkering. Deeltijdwerk schrikt mensen soms ook af, omdat ze met hogere inkomsten achteraf toeslagen aan de Belastingdienst moeten terugbetalen. Die inkomensonzekerheid is geen stimulans om te gaan werken. Met de werkbonus krijg je toch meer inkomen, want werk moet lonen.”

Premie

Het werkt zo. De eerste zes maanden mogen mensen in de bijstand maximaal 211 euro per maand houden van wat ze bijverdienen. En dat is het: daarna mogen ze niks meer houden. De Participatiewet geeft gemeenten wél de ruimte om mensen in de bijstand twee keer per jaar een ‘premie’ te geven: maximaal 2.517 euro per jaar ofwel 210 euro per maand.

Werken met behoud van uitkering is niet gemakkelijk: lees hier meer

Het idee is om de werkbonus ná die eerste zes maanden deeltijdwerk als premie uit te keren. Het moet voorkomen dat mensen een inkomensval maken. Hoe meer uren je werkt, des te hoger de bonus is: D66 gaat uit van gemiddeld 105 euro per maand of 1.260 euro per jaar. De Belastingdienst telt dit inkomen niet mee voor de toeslagen.

Het gebeurt al op meer plekken in Nederland. Leeuwarden bijvoorbeeld keert een deeltijdpremie uit en in Amsterdam loopt een vergelijkbaar experiment. In Rotterdam is het initiatief politiek saillant door de koerswijziging in het stadhuis. Leefbaar Rotterdam opperde in 2017 in verkiezingstijd ook al een werkbonus – maar dat was juist een eenmalig extraatje voor werkende minima zónder uitkering.

Overigens is het verplichte papier prikken al vervangen door de „passende Prestatie010”: veel Rotterdammers met een uitkering volgen nu taalles, verlenen hulp bij mantelzorg of doen vrijwilligerswerk.

Richting landelijk gemiddelde

De werkbonus moet uiteindelijk leiden tot minder werklozen én minder uitkeringskosten. Rotterdam telde eind vorig jaar ongeveer 35.300 bijstandsuitkeringen, en wil naar 30.000 in 2022. Het aantal uitkeringsgerechtigden dat in deeltijd werkt is relatief laag: ruim 6 procent. De ambitie van D66 is om dat aandeel met de werkbonus straks te verhogen naar het landelijk gemiddelde van zo’n 8 procent.

De werkbonus zou betaald moeten worden uit de reïntegratiebudgetten van de gemeente. D66 schat de jaarlijkse kosten op bijna 1,9 miljoen euro, maar verwacht dat er bijna 1,5 miljoen euro bespaard kan worden op uitkeringen.

PvdA-wethouder Richard Moti (Werk en Inkomen) is ontvankelijk voor het plan: „Rotterdam zoekt al langer naar oplossingen voor dit probleem. Ik ga kijken of het initiatiefvoorstel bijdraagt aan het vergroten van de inkomenszekerheid van onze Rotterdammers.”