Opinie

De boze boeren en het nationaal ongenoegen

Tom-Jan Meeus

Je hoort wel dat het boerenprotest een onderstroom van nationaal ongenoegen zou blootleggen, maar het vreemde is: we zien het hele jaar precies het omgekeerde. 2019 is hard op weg een jaar van bijna ontstellende politieke redelijkheid te worden. Wegkwijnende flankpartijen en een wederopstanding van het midden.

Ik kwam erop toen dinsdagavond, tussen alle boerenberichten door, bekend werd dat de Partij voor de Dieren de eigen voorzitter heeft geroyeerd. De strijd van die partij voor dierenrechten heeft onbetwist succes. Maar het eerdere vertrek van Kamerlid Femke Merel van Kooten leerde al dat de PvdD blijkbaar geen vijf Kamerleden heeft die kunnen samenwerken. Best pijnlijk voor een Kamerfractie die stelselmatig beëindiging van hele bedrijfstakken eist. Het royement van de partijvoorzitter was absurder: eerst passeren leden het bestuur bij hun voorzitterskeuze, daarna gaat het bestuur klagen over de voorzitter, dan gooit het bestuur de voorzitter eruit, mede omdat hij „persoonlijke opvattingen uitte”. Een partijvoorzitter met persoonlijke opvattingen, en dat in de politiek: het moet niet gekker worden.

Dit verval, met voorspelbare electorale gevolgen, staat niet op zichzelf. Bij de Statenverkiezingen dit voorjaar leden de twee sterkste flankpartijen sinds Fortuyn, PVV en SP, zware nederlagen. De PVV veertig procent, de SP vijftig procent. Bij de Europese verkiezingen werd het erger: beide vielen terug naar nul zetels. Hun verklaring was de ‘lage opkomst’, geen klein gebrek aan zelfinzicht: ben je partij van het volk, blijkt het volk niet te komen stemmen.

Je kon zeggen dat Baudets succes dit verlies compenseerde. Hij won de Statenverkiezingen maar viel terug bij de Europese verkiezingen, en we weten hoe daarna het royement van medeoprichter Henk Otten uitpakte: verlies van aanzien en electorale steun. Intussen staan coalitiepartijen VVD en CU op winst in de Peilingwijzer, en CDA en D66 op relatief beperkt verlies. Het gat dat Baudet dit voorjaar in de coalitie sloeg, is bijna weer gedicht.

Het betekent natuurlijk niet dat alle onredelijkheid voorgoed uit de politiek (of de kiezer) is verdwenen. Sta in 2020 te veel pensioenkortingen toe en de vlam slaat zomaar weer in de pan. Onredelijkheid is sowieso een uitstekende politieke motivator. Het geeft energie, het genereert verzet. Herman Tjeenk Willink zei ooit dat machthebbers tegenspraak nodig hebben om tot samenspraak te komen – en hoe scherper de tegenspraak, hoe beter uiteindelijk de samenspraak.

Evengoed heeft dat boerenprotest voorlopig alles van geïsoleerd ongenoegen: een relatief kleine groep die zich radicaal misdeeld voelt, terwijl de rest van het land zich juist afkeert van radicale ideeën.

Tom-Jan Meeus (t.meeus@nrc.nl; @tomjanmeeus) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Lotfi El Hamidi.