Botsing kabinet en provincies vergroot de onzekerheid

Stikstofbeleid Provincies voelen zich in de steek gelaten door het kabinet bij het nemen van stikstofmaatregelen.

Boeren protest trekkers zijn langs een afzetting gereden en komen uit bij het station Een ME-er krijgt een koetjesreep aangeboden. foto: David van Dam
Boeren protest trekkers zijn langs een afzetting gereden en komen uit bij het station Een ME-er krijgt een koetjesreep aangeboden. foto: David van Dam

Twee parallelle werelden zijn het, woensdag in Den Haag: even op een steenworp van elkaar, maar ook lichtjaren verwijderd. Terwijl de boeren op het Malieveld klagen dat zij door het stikstofbeleid van het kabinet wéér gepakt worden terwijl van hen al zoveel is gevraagd, hoort nog geen kilometer verderop een aantal Tweede Kamerleden een andere boodschap. Daar vertelt een groep experts in een hoorzitting dat datzelfde kabinetsbeleid misschien wel helemaal niet genoeg is om de stikstofuitstoot voldoende terug te dringen en om een nieuwe toets van de rechter te doorstaan.

Het wrange van het stikstofdossier is dat het zover gekomen is dat zachte maatregelen al moeilijk verkoopbaar zijn, terwijl harde maatregelen in de praktijk niet te vermijden zijn. Je kunt, weet elke feestvierder, met één vers biertje de kater van gisteren nog wat langer verdrijven – maar uiteindelijk betaal je er toch de prijs voor.

Het beste bewijs is het Programma Aanpak Stikstof (PAS) zelf: in leven geroepen om bouwers en boeren niet te laten lijden onder natuurbescherming, ter vervanging van het Toetsingskader Ammoniak, dat hetzelfde moest regelen maar in 2008 óók al strandde voor de Raad van State, en dat op zijn beurt weer een reactie was op het Europese Natura 2000-programma, in 1992 opgericht om de balans tussen natuur en economie recht te trekken.

De onvrede van de boeren is dan ook breder. Ze zijn niet naar het Malieveld gekomen om tegen één provinciale salderingsmaatregel te strijden. Maar ook tegen de banken en de veevoederbedrijven, die hen nieuwe stallen en grotere veestapels hebben aangepraat. Tegen de supermarktconcerns die hun melk en vleeswaren tegen dumpprijzen in de schappen willen zetten. Een kluwen van belangen, een schier onoplosbaar politiek probleem.

Dat maakt de uitvoering van het beleid onaantrekkelijk. Groot is onder de provinciebesturen daarom de frustratie over het stuklopen van de stikstofregels die zij voorstelden. Het suddert al sinds vrijdag 4 oktober. Bij het kabinet hadden de provincies na het Remkes-rapport aangedrongen op een strikte norm voor stoppende boeren die hun stikstofrechten wilden verkopen, ‘extern salderen’ in ambtenarentaal. Óf de capaciteit van hun stallen moest zo streng mogelijk worden berekend óf ze moesten meer van hun rechten inleveren. Zo ontstond meer stikstofruimte, hoopten de provincies: ruimte die goed van pas zou komen in de bouw en voor andere projecten.

Suggesties provincies genegeerd

Een dag voordat het kabinet zijn officiële reactie op het Remkes-rapport presenteerde, legde minister Carola Schouten (Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, ChristenUnie) aan provinciale gedeputeerden en gemeentelijke bestuurders een concepttekst voor die veel milder was op beide onderdelen. „Het kabinet nam de ene helft van het ene voorstel en de andere helft van het andere voorstel”, aldus een betrokkene, „zodanig dat er geen enkele stikstofwinst overblijft.”

De gedeputeerden vroegen Schouten om haar plan aan te passen: anders zou er geen ruimte zijn voor nieuwe vergunningen. Met succes, daarvan waren ze overtuigd. Maar toen de kabinetsbrief een dag later uitging, was van hun suggestie niets terug te zien. En toen de gedeputeerden een provinciaal akkoord aangrepen om hun wensen alsnog door te voeren, vonden ze niet alleen de boeren, maar ook het kabinet tegenover zich. Zes provincies bonden in: zelfs Groningen, dat publiekelijk zei dat het niet zwichtte voor de boeren, zegde toe dat er „geen zwaardere normen zullen worden gehanteerd dan op basis van het rijksbeleid”. De rest voelt zich daartoe nu gedwongen.

De vergunningverlening, die de provincies hoopten op te starten, moet nu langer wachten. Maar de grotere vraag hangt boven de lange termijn: wie gaat nu voorop in het beleid? In de provincies overheerst de teleurstelling. In de coalitie de wens om het conflict ‘procesmatig’ op te lossen. En bij de boeren nog altijd onzekerheid.