‘Wat dans betekent, doet er niet toe’

Jeugddans Een kind gevoel voor kunst bijbrengen is net zoiets als het leren te wennen aan exotisch eten, aldus Jack Timmermans van De Stilte, de jeugddansgroep die zowel in Nederland als in het buitenland zeer succesvol is.

Scène uit ‘Cinderella’ van De Stilte.
Scène uit ‘Cinderella’ van De Stilte. Foto Hans Gerritsen

‘Het zal toch góddomme niet waar zijn!” Jack Timmermans (65) kijkt van zijn telefoon op na een repetitie in het studiotheater van dansgezelschap De Stilte. Erdogan, heeft hij net gelezen, is Syrië binnengevallen. Hij is boos. „De wereld is zo kut. Want wat kun je nou tegen geweld doen? Meer geweld?”

Het bericht versterkt de artistiek leider van De Stilte in zijn misantropische houding ten opzichte van de volwassen mens. Niet voor niets konden de voorstellingen die hij ooit voor dat publiekssegment maakte „niet zwart genoeg zijn”. Aan de muur van de kantine annex vergaderruimte annex kostuumopslag in de voormalige Prinses Julianaschool van Breda hangen nog een paar posters uit die tijd: inktzwart.

Bij kinderen kon hij zijn zwartgalligheid laten varen, vertelt Timmermans, zelf vader van twee kinderen. Hij is een poëzieminnende spraakwaterval die de bezoeker ontvangt of hij haar al jaren kent. Zijn betogen zijn, zonder dikdoenerij, gelardeerd met metaforen, citaten en dichtregels van Multatuli, Couperus, Svevo, Bloem en zijn geliefde Vijftigers.

Vijfentwintig jaar geleden richtte hij De Stilte op, na jaren als danser en docent te hebben gewerkt. Met voorstellingen voor kinderen tussen vier en twaalf jaar is de groep, aanvankelijk ongesubsidieerd, stilletjes uitgegroeid tot een van de succesvolste exportproducten van het Nederlandse theater, met bovenop ruim 100 voorstellingen in binnenland jaarlijks nog eens evenzoveel optredens verspreid over Europa, Noord- en Zuid-Amerika, Azië en Afrika. Daarnaast is er een uitgebreid educatief programma, met 1.300 workshops en 400 presentaties van ‘dansers in de klas’.

De Stilte is tegenwoordig niet meer weg te denken uit het jeugdaanbod in Nederland. Maar het gevoel buitenstaander te zijn is Timmermans nooit helemaal kwijtgeraakt. Als telg uit een gezin met elf kinderen kreeg hij altijd („van een weinig tactische moeder”) te horen dat hij niet normaal was. De ontdekking van kunst, met name literatuur en poëzie, betekende zijn redding. „Als dat er niet was geweest, had ik al lang zelfmoord gepleegd.”

Tegenwoordig wíl hij nergens meer bij horen. „Als je in de soep valt, ga je ernaar smaken. Je kunt er beter buiten blijven, als wortel.” Hij gelooft niet dat een jong publiek alleen nog geboeid raakt door snelheid en spektakel – het gezelschap heet niet voor niets De Stilte – en ergert zich aan volwassenen die vinden dat je voor kinderen alles moet uitspellen. „Je moet juist vragen mobiliseren en ruimte voor onduidelijkheid laten. Dat is soms het spanningsveld tussen ons en het onderwijs. Docenten vragen vaak: ‘wat betekent het?’ Maar dat doet er niet toe. Soep betekent niets, een appel ook niet. Maar het smaakt wel.”

Kinderen kunnen veel aan, ook abstractie en moeilijke onderwerpen. Uit eigen ervaring weet hij dat een kind ’s avonds in bed met complexe problemen kan worstelen. Zijn vaak interactieve voorstellingen zijn daarom meerduidig en doen een appèl aan de fantasie, de speelsheid én de grijze cellen van het kind.

Zoals in de nieuwe voorstelling Cinderella. Timmermans maakte er een raamvertelling van met brechtiaanse vervreemding en nu en dan een dwaalspoor – pittig voor een vijf-pluspubliek. Een klunzige regisseuse (actrice Elena Peters) probeert het sprookje van Assepoester, haar vader en lelijke stiefzusters, prins en goede fee met slechts twee dansers (Wiktoria Czakon en Christopher Havner) te vertellen, maar raakt regelmatig de kluts (en zelfs het essentiële schoentje!) kwijt. Ze moet haar voorstelling keer op keer stopzetten om na te denken, waarbij het jonge publiek telkens uit en weer ín het verhaal wordt getrokken, terwijl het ook alle dubbelrollen moet bijhouden.

„Ik snap het niet meer. Snappen jullie het nog?”, vraagt de wanhopige Peters aan het publiek. „Jaaaaa! Ja hoor!”, klinkt het uit de kinderkelen.

Als ze bereid zijn tussen de regels door te lezen, komen ook volwassenen bij Timmermans aan hun trekken. In zijn vorige productie Mankind bijvoorbeeld ging een inventief, verhaalloos spel met tientallen dikke boeken – stapelen, paadje leggen, territorium puzzelen, muurtje bouwen – hand in hand met een symbolische verbeelding van de betekenis van boeken voor de ontwikkeling van de individuele geest en de mensheid (mankind) als geheel.

Met zijn werk voor en met jonge kinderen wil Timmermans een actieve rol spelen in de maatschappij. „Ik wil niet in een kelder mijn dingetje zitten doen en af en toe wat geld toegeworpen krijgen.”

Er is veel vraag naar de activiteiten van De Stilte. Om daaraan te voldoen zou de organisatie moeten groeien. Maar dat willen ze niet. Het zou betekenen dat ze aan de diversiteit van het aanbod in de regio gaan knabbelen. En kinderen moeten nou juist kunnen kiezen.

Timmermans: „Hoe meer keuze, des te beter. Leren omgaan met je zintuigen vergt oefening. Dat wil overigens niet zeggen dat je het simpel moet maken – met amusement bevestig je alleen wat ze al weten. Dat doen wij niet. Wij willen kunst maken, tegen de stroom in zwemmen.”

Met gevoel voor relativering: „Wat wij doen is eigenlijk hetzelfde als je kind leren wennen aan eten bij de Chinees.”

Cinderella van De Stilte en pianoduo Mephisto. Tournee t/m 22/3. Inl: destilte.nl