‘Minister moet keuring licht gemotoriseerde voertuigen zoals Stint herzien’

Volgens de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) is er onvoldoende aandacht voor veiligheid bij de keuring van nieuwe licht gemotoriseerde voertuigen.

Een Stint aan een kettingslot in Den Haag.
Een Stint aan een kettingslot in Den Haag. Foto Bart Maat/ANP

Minister van Infrastructuur en Waterstaat Cora van Nieuwenhuizen (VVD) moet de wijze herzien waarop licht gemotoriseerde voertuigen worden gekeurd. Dit schrijft de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) in een woensdag gepubliceerd rapport. Er is volgens de OVV onvoldoende aandacht voor veiligheid bij de keuring van nieuwe licht gemotoriseerde voertuigen, zoals de Stint, elektrische bakfietsen en scootmobiels.

Er bestaan verschillende categorieën licht gemotoriseerde voertuigen waarvoor verschillende keuringen gelden. De categorie voor bijzondere bromfietsen zoals de Stint is volgens de OVV „onder grote politieke druk” ontstaan om innovatieve voertuigen „simpel en snel toe te laten op de openbare weg”. Deze categorie, schrijft de OVV, was tussen 2007 en 2015 „erg breed”, waardoor er te veel voertuigen onder vielen.

Het toelatingsproces was bovendien „eenvoudig ingericht en week sterk af van de Europese procedures”, aldus de OVV. „Er werden minimale eisen gesteld aan het voertuig en de veiligheid daarvan. Hierdoor ontbrak een effectieve veiligheidstoets voordat de voertuigen op de weg kwamen.”

De keuring van deze categorie moet wat betreft de OVV dan ook worden ingericht naar Europees model. Voor sommige voertuigen kan dat betekenen dat ze mogelijk alsnog door een keuring moeten, voor andere dat de toelatingsprocedure opnieuw moet worden beoordeeld. Voor voertuigen die al op de weg zijn, zijn volgens de OVV „mogelijk maatregelen nodig om alsnog de veiligheid te vergroten”. De Onderzoeksraad beveelt aan dat een onafhankelijk keuringsinstantie - de Dienst Wegverkeer (RDW) - eindverantwoordelijk wordt voor de besluitvorming over toelating.

Lees ook: Hoe de Stint een politieke kwestie werd

Opnieuw politieke druk

Het gebruik van de Stint werd vorig jaar na een dodelijk ongeval opgeschort. Om zo snel mogelijk een nieuwe versie van de Stint de weg op te krijgen, heeft de Tweede Kamer minister Van Nieuwenhuizen opgedragen het ‘toelatingskader bijzondere bromfietsen’ in hoog tempo om te vormen. De Kamer oefende volgens de OVV zo opnieuw politieke druk uit om een voertuig de weg op te krijgen. De veiligheidseisen voor bijzondere bromfietsen werden daarop aangepast, maar de toelatingsprocedure bleef ongewijzigd, aldus de OVV. De „tekortkomingen in het toelatingsproces” die de OVV heeft vastgesteld „zijn daarmee nog niet opgelost” en er is nog steeds onvoldoende zicht op de veiligheid bij het op de weg komen van licht gemotoriseerde voertuigen, waaronder de nieuwe, aangepaste Stint.

Verder adviseert de OVV in het woensdag gepubliceerde rapport dat de risico’s van alle licht gemotoriseerde voertuigen in kaart worden gebracht en worden getoetst aan een door de minister vastgesteld veiligheidsniveau. Volgens de Onderzoeksraad zit het probleem er onder andere in dat er een „grote verscheidenheid aan toelatingsprocedures” is, die „afwisselende of helemaal geen eisen” stellen aan de veiligheid van de voertuigen. Bovendien is er onvoldoende zicht op het effect van veel verschillende voertuigen op de verkeersveiligheid.

Ook bij de categorie ‘voertuigen die zonder keuring de weg op kunnen’ ziet de OVV problemen. Zo is de elektrische bakfiets in snelheid, gewicht en functionaliteit grotendeels vergelijkbaar met de Stint, maar is die zonder toelatingsprocedure toegelaten op de weg, tot „verbazing” van de OVV, aldus een woordvoerder.

In een reactie noemt minister Van Nieuwenhuizen de conclusies van de OVV „pijnlijk”. Ze zegt dat ze het oordeel over toelating van nieuwe voertuigen gaat „beleggen bij een onafhankelijke instantie”. Tot die tijd, zegt ze, zijn de adviezen van de RDW en de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV) bindend. Ook gaat ze „aan de slag” met het advies dat er gekeken moeten worden naar elektrische bakfietsen.

Ongeluk in Oss

De aanleiding voor het OVV-onderzoek was een ongeluk dat vorig jaar september gebeurde in het Brabantse Oss. De Stint was toen betrokken bij een dodelijk ongeluk op een spoorwegovergang waarbij de bestuurder niet kon remmen en de elektrische bolderkar op het spoor belandde en door een trein werd geraakt. Vier van de vijf kinderen die in het voertuig zaten, kwamen om het leven. Het vijfde kind en de bestuurder raakten zwaargewond.

Volgens het OVV was twintig procent van de in totaal 678 dodelijke slachtoffers in het verkeer vorig jaar gebruiker van een licht gemotoriseerd voertuig. „Gezien de toegenomen drukte op de openbare weg en de grote aantallen slachtoffers”, schrijft de OVV, „kunnen maatregelen niet op zich laten wachten”.