Het pensioenfonds voor priesters presteert nog prima

Pensioen Tientallen kleine pensioenfondsen staan er nog goed voor, ondanks de gedaalde rente. Kunnen noodlijdende grote fondsen iets van hen leren?

Het Pensioenfonds van de Nederlandse Bisdommen heeft financiële producten gekocht die rendement opleveren zodra de rente daalt. Het fonds staat er nu goed voor.
Het Pensioenfonds van de Nederlandse Bisdommen heeft financiële producten gekocht die rendement opleveren zodra de rente daalt. Het fonds staat er nu goed voor. Foto Ramon Mangold/ ANP

Geluk? Nee, het was strategie, benadrukt voorzitter Jan van Susante van het Pensioenfonds van de Nederlandse Bisdommen. Dát is de reden dat zijn fonds er nu zo goed voorstaat.

Begin dit jaar kregen de ongeveer drieduizend aangesloten priesters, diakens en andere kerkelijk medewerkers een pensioenverhoging, zoals ieder jaar, ter compensatie van de inflatie. En nog steeds heeft het fonds forse financiële reserves: de dekkingsgraad is 131 procent. Ook andere, vooral kleinere pensioenfondsen staan er nog relatief goed voor, ondanks de dalende rente.

Het contrast met grote, bekende pensioenfondsen zoals ABP (ambtenaren en onderwijs) en Zorg en Welzijn is groot. Daar dreigt juist een verlaging van de pensioenen, omdat zij te weinig geld hebben om de toekomstige uitkeringen zeker te stellen. Hun dekkingsgraden zitten ruim onder de 100 procent, blijkt uit donderdag gepubliceerde cijfers.

Zwaar indekken

Wat is het geheim van die kleine, goed presterende fondsen? Kunnen de grote fondsen daar iets van leren?

„Wij hebben ons al jaren geleden voorbereid op een rentedaling”, zegt Van Susante. „Onze deskundige beleggingscommissie zei dat we ons daar zwaar tegen moesten indekken.”

De gevolgen van een rentedaling zijn groot. Met de rente berekent een pensioenfonds hoeveel vermogen het nú moet hebben om alle toekomstige pensioenen te kunnen betalen. Daalt de rente? Dan moet het fonds ervan uitgaan dat zijn vermogen langzamer aangroeit. Dus moet het voortaan meer geld in kas hebben om financieel gezond te blijven.

Lees meer over de dreigende pensioenverlagingen: ‘Níet korten van pensioenen raakt ook mensen’

Het pensioenfonds voor de bisdommen heeft daarom financiële producten gekocht die juist rendement opleveren zodra de rente daalt. Rentederivaten bijvoorbeeld. Als de rente daalt en het fonds meer geld in kas moet hebben, leveren deze derivaten het benodigde geld. Stijgt de rente? Dan maakt het pensioenfonds verlies op de derivaten. Maar dat is dan niet erg, omdat het fonds ook minder geld in kas hoeft te hebben.

Alle fondsen hebben dit soort beleggingsproducten, maar het bisdommenfonds heeft er bijzonder veel, waardoor een rentedaling er 70 procent zachter aankomt. Ter vergelijking: Nederlands grootste pensioenfonds, ABP, heeft zich voor 27 procent beschermd tegen een rentedaling, en Zorg en Welzijn voor 34 procent.

Een ander klein fonds, voor werknemers van het farmaceutische bedrijf MSD, heeft zich nu voor 65 procent beschermd. Maar in het verleden, tijdens de gehele economische crisis, was zijn rentebescherming zelfs 100 procent. „De rente bleef toen maar dalen en wij hadden er weinig last van”, zegt voorzitter Frank Mattijssen. De dekkingsgraad van zijn fonds is 124 procent.

Van Susante van het fonds voor bisdommen vindt het dan ook raar als mensen zeggen dat zijn fonds geluk heeft gehad met het besluit tot renteafdekking. „Stel: ik neem een paraplu mee naar buiten, nadat ik zes verschillende weersvoorspellingen heb geraadpleegd. Dan kun je niet zeggen: ‘wat een geluk dat je een paraplu bij je had’. Het was een ingecalculeerd risico.”

Hogere premies

Eerder dit jaar beschreef toezichthouder De Nederlandsche Bank de belangrijkste verschillen tussen de ruim tweehonderd pensioenfondsen. Ook in die analyse bleek de bescherming tegen de rentedaling erg bepalend te zijn. De dertig best presterende fondsen hadden zich gemiddeld voor 72 procent beschermd. De veertig fondsen die er het slechtst voorstaan voor slechts 31 procent.

Die veertig fondsen in slechte staat beheren samen een meerderheid van de pensioenen: 60 procent. Daaronder bevinden zich de vier grootste fondsen: ABP, Zorg en Welzijn en de metaalfondsen PMT en PME. De dertig gezondste fondsen beheren slechts 2 procent van de pensioenen.

De Nederlandsche Bank zag nóg een belangrijk verschil: de goed presterende fondsen heffen hogere premies. Dan is het ook makkelijker om financieel gezond te blijven.

Op een rentedaling hebben wij ons lang voorbereid

Jan van Susante Pensioenfonds van de Nederlandse Bisdommen

Bij het ABP betalen werknemers al jarenlang minder premie dan nodig is voor hun pensioenopbouw. Vorig jaar hoefde een werknemer voor een pensioenopbouw van 100 euro maar 78 euro premie te betalen – de overige 22 euro ging ten koste van de financiële reserves.

Zo’n ‘gedempte premie’ is heel gangbaar. Pensioenfondsen willen werkgevers en werknemers niet opzadelen met torenhoge premies. De veertig fondsen met de laagste dekkingsgraad heffen gemiddeld voor iedere 100 euro pensioenopbouw een premie van 75 euro.

De dertig best presterende fondsen heffen gemiddeld juist een iets hogere premie dan nodig is voor de pensioenopbouw. Hierbij worden de financiële reserves dus bij iedere premieontvangst wat groter. Vaak gaat het om pensioenfondsen die aan één bedrijf verbonden zijn. Die werkgever betaalt meestal een groot deel van de premie. En bij sommige fondsen doet de werkgever wel eens een bijstorting, om de dekkingsgraad op te krikken.

Behoudend

Dat gebeurde eind 2016 ook bij Pensioenfonds MSD. „Alles zat toen tegen”, zegt voorzitter Mattijssen. „De rente én de aandelenkoersen waren gedaald.” De werkgever stortte 120 miljoen euro in de pensioenpot, waardoor de dekkingsgraad eind dat jaar 7 procentpunt hoger uitviel, op bijna 130 procent. Wel heeft Pensioenfonds MSD de premie een beetje gedempt. „Anders zou die onbetaalbaar worden”, zegt Mattijssen.

Het pensioenfonds van aardappelzetmeelconcern Avebe heeft wél altijd genoeg premie geïnd om de pensioenopbouw te kunnen betalen – ook in de jaren dat de pensioenpot zo vol zat dat een lagere premie logisch leek. „Daar zijn we altijd vrij behoudend in geweest”, zegt voorzitter Erik Elderman. „Er kunnen immers altijd weer slechte jaren aankomen”.

Maar ook Elderman zegt: de manier waarop zijn fonds zich heeft beschermd tegen een rentedaling is de „belangrijkste factor” geweest voor de goede dekkingsgraad: nu 116 procent.

Was het dom van de grote fondsen om zich weinig in te dekken tegen een rentedaling?

Zo sterk kun je dat niet zeggen, vindt Peter Schotman, hoogleraar empirische financiering aan de Universiteit Maastricht. „Ik denk dat er in 2007 zeer weinig mensen waren die voorspelden dat de rente zo lang zo laag zou blijven.”

De grote pensioenfondsen hebben er bewust voor gekozen een renterisico te nemen. „Als ABP zijn renteafdekking verhoogt”, zegt een woordvoerder van het grootste pensioenfonds, „is het beter beschermd tegen verdere rentedaling, maar profiteert het minder van stijgende rentes”.

Dat bevestigt Theo Kocken, hoogleraar risicomanagement aan de Vrije Universiteit Amsterdam en oprichter van Cardano, een bedrijf dat pensioenfondsen adviseert over rentebeschermingsproducten. Fondsen die zich volledig indekken, „hebben weer nadeel als een ander economisch scenario uitkomt”.

Lees meer over de lage rente: Geld sparen in een pensioenfonds, hoe slim is dat nog?

Goede balans

Stel dat de rente én de inflatie binnenkort weer hard gaan stijgen. Dan zullen de grote pensioenfondsen daar zo sterk van profiteren, dat de kans groot is dat ze hun deelnemers een pensioenverhoging kunnen geven – ter compensatie van de hard gestegen inflatie. De fondsen die zich helemaal hebben ingedekt, profiteren niet.

Fondsen moeten dus een goede balans vinden tussen twee doelstellingen, zegt Kocken: pensioenen kunnen verhogen als de rente en inflatie stijgen, óf pensioenverlagingen vermijden als de rente daalt. „En die balans vinden is altijd moeilijk.”