Nieuwe ideeën over werk botsen nog te vaak op oude gewoontes, betogen Davidson en Van der Loo.

Foto Olivier Middendorp

‘Het nieuwe werken is gekaapt door bedrijven die lagere kosten willen’

Interview | Patrick Davidson en Hans van der Loo Werk moet zinvol zijn. En leuk, is de gedachte. Maar dat idee maakt ons vaker teleurgesteld, dan bevlogen. Patrick Davidson en Hans van der Loo onderzochten hoe dat kan. „Is geluk dat we allemaal in een limegroen kantoor werken?”

Op de congressen en seminars die Patrick Davidson (48) en Hans van der Loo (65) de afgelopen jaren bezochten, vlogen de ‘passies’, ‘purposes’, ‘happiness officers’ en ‘employee experiences’ ze om de oren. „Werk moet vooral leuk zijn”, lacht Van der Loo in hun kantoor op de NDSM-werf in Amsterdam.

Als zelfstandig adviseurs houden Davidson en Van der Loo zich nu ruim vier jaar bezig met de vraag wat mensen energie geeft. Daarover geven ze trainingen aan bedrijven, schreven ze boeken. Maar in die vier jaar constateerden ze ook: ondanks alle „halleluja-verhalen” over geluk zorgde zelfs economische voorspoed niet voor minder vermoeidheid.

Het aantal mensen dat burn-outklachten ervaart, neemt volgens TNO nog steeds jaarlijks toe. Was het in 2007 nog 11 procent van de werkende mensen die burn-outklachten ervaarde, in 2017 was dat al 16 procent. Die stijging hangt, volgens de respondenten zelf, samen met een dalende autonomie en een groter takenpakket.

Davidson: „We wilden daarom weten: in welk tijdsgewricht zitten we nu? Hoe verhielden we ons in het verleden tot werk, en wat kunnen we daarvan leren voor de toekomst?”

Het resultaat van die zoektocht – „veel lezen, eigen onderzoek doen, wetenschappers, bedrijven en inspirerende mensen interviewen” – is het deze maand uitgekomen Werkvuur – hun derde gezamenlijke boek. Dat is een grotendeels praktisch ingestoken boek, bedoeld om erachter te komen wat jou als lezer bevlogen maakt. Maar het is ook een boek dat context geeft.

Zo begint het met een antwoord op de vraag waar toch die hang naar „eigentijdse werkparadijzen” vandaan komt. Waarom verwachten we dat onze werkplek een plezierige omgeving is, waarin we onszelf optimaal kunnen ontplooien?

Zelfontplooiing

In de eerste plaats heeft dat te maken met technologische ontwikkeling, schrijven Davidson en Van der Loo. Die stelt ons in staat meer dan ooit met elkaar te communiceren, onafhankelijk van tijd en plaats te kunnen werken. Dát maakt dat we werk niet langer als vast, saai en voorspelbaar zien, maar als creatief en flexibel.

Daar komt onze welvaart nog eens bij, zegt Van der Loo. Als in basisbehoeften zoals sociale zekerheid en veiligheid is voorzien, komt zelfontplooiing aan bod. Mensen willen hun eigen keuzes maken, méér uit het leven halen. Werk is niet uitsluitend meer een middel om geld te verdienen, maar onderdeel van onze identiteit. Werk moet zinvol zijn. En vooral een beetje leuk.

Bij sommige leiders die we interviewden merkten we een dédain tegenover werk

Hans van der Loo adviseur

Dat botst met waar we vandaan komen, stellen Davidson en Van der Loo. Vanaf het begin van de vorige eeuw heeft de productie centraal gestaan, niet de mens. Werk moest zo efficiënt mogelijk worden ingericht, om voortdurende economische groei mogelijk te maken.

Pas rond de millenniumwisseling kwam een tegengestelde beweging op gang – werk moest menselijker worden. Het ‘nieuwe werken’ deed daarop zijn intrede: meer flexibiliteit, meer autonomie en vertrouwen voor werknemers en meer ruimte voor creativiteit.

Maar in de praktijk was er de kantoortuin, zeggen Davidson en Van der Loo.

In het boek geven jullie af op de manier waarop bedrijven ‘het nieuwe werken’ hebben omarmd. Wat is daar mis mee?

Van der Loo: „De ideeën van het nieuwe werken zijn goed. Maar ze worden vaak gekaapt door bedrijven die kosten willen reduceren met een kantoortuin. Dáár gaat het mis.”

Davidson: „Is werkgeluk dat we allemaal in een limegroen kantoor werken, waarin niemand zich kan concentreren? Dan zijn de oplossingen: doe een koptelefoon op, ga mediteren, ga een stuk wandelen tijdens een pauze. Maar met het verbeteren van je mentale wendbaarheid, verander je het systeem niet.”

Van der Loo: „We zien bij de bedrijven waar we trainingen geven bijvoorbeeld vaak dat medewerkers geen idee hebben wie er op de hr-afdeling werken. Dat zegt wat ons betreft alles. Het gaat niet alleen om een leuke werkomgeving, het gaat erom dat de mensen die daarover gaan, weten waar iedereen behoefte aan heeft.”

Het is toch goed dat er meer aandacht is voor mentale wendbaarheid?

Van der Loo: „Zeker, maar dat is slechts een klein onderdeel van een groter verhaal. Neem sommige Silicon Valley-types die we interviewden. Bij hen merkte je af en toe echt een dédain tegenover werk. Niet hun eigen werk, en ook niet dat van hun directe werknemers – het kantoor is altijd fancy. Maar als je dan kijkt naar de mensen die onder hen werken en hoe ze over hen denken, dan gaat het ineens over medewerkers in termen van staff on demand.”

Davidson: „Een druk op de knop.”

Nieuwe ideeën over werk botsen nog te vaak op oude gewoontes, betogen Davidson en Van der Loo. Autonomie vinden we belangrijk, maar efficiëntie blijkt leidend. Zolang bedrijven hun werknemers als een druk op de knop blijven zien, hebben zij onvoldoende autonomie. En dan heeft een gezonde lunch op kantoor enkel symbolische waarde. Dat maakt ons eerder teleurgesteld, dan bevlogen.

Daar kun je wél een positieve draai aan geven, zegt Davidson. „We stellen onszelf steeds vaker de vraag: waarom doe ik dit? Maak ik de wereld hier beter mee, word ik hier gelukkiger van? Die vooruitgang is er. De volgende stap is wat ons betreft dat bedrijven diezelfde vragen ook stellen.”

In het boek noemen jullie een aantal Nederlandse start-ups als positief voorbeeld. Wat gaat daar goed?

Van der Loo: „Bij een aantal bedrijven waar we over de vloer kwamen, zagen we dat iedereen serieus genomen werd. De organisatievorm waarin je dat vervolgens giet, doet er niet toe, het gaat erom dat mensen de regie over hun werk hebben.”

Davidson: „Daar zit ook een harde kant aan: iedereen is verantwoordelijk voor hoe het bedrijf het doet.”

Met name bij jonge start-ups, waar iedereen zich eindeloos verantwoordelijk voelt, komen ook veel burn-outs voor.

Van der Loo: „Dáár is die bedrijfscultuur nu juist zo belangrijk voor. Als je in een omgeving werkt waarin ‘groei’ en ‘naar de beurs gaan’ niet het gezamenlijke doel zijn, dan gaan mensen ook niet pochen met hun prestaties. Pas dan creëer je een sfeer waarin het niet oké is om maar door te buffelen.”

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.