Opinie

Geef die Nobelprijs aan Edna O’Brien

Joyce Roodnat Nicolas Roeg mag niet worden vergeten en Edna O’Brien niet over het hoofd worden gezien en Karin Kneffel mag niet worden overgeslagen. Joyce Roodnat maakt duidelijk waarom niet.

Joyce Roodnat

Eerlijk is eerlijk. Edna O’Brien was een beter idee geweest voor de Nobelprijs voor literatuur dan Peter Handke. Ze is een schrijver van wereldformaat. En ze is Handkes pendant. Althans, ze laat zien hoe het ook kan in haar roman De rode stoeltjes (2017), een literaire bestorming van de geile attractie van de Servische potentaat Radovan Karadzic. Bovendien heeft ze net een nieuwe roman: Girl, die ze wijdde aan de door Boko Haram ontvoerde jonge vrouwen in Nigeria. Ik durf ’m nog niet te lezen, eerst even moed verzamelen. Want ik weet waar ze toe in staat is als ze het vuile verbond beschrijft tussen macht, machteloosheid en geweld.

Eerlijk is eerlijk. Nicolas Roeg (1928-2018) maakte de filmThe Man Who Fell to Earth (1976). Hij was het die eraan dacht om de toen 29-jarige David Bowie te casten als de alien op wie diens bejubelde muziekdrama Lazarus voortborduurt. Roeg is niet de eerste de beste geitenbreier, hij maakte Don’t Look Now – de legendarische Venetiëfilm. En Performance – de enige film waarin Mick Jagger tot zijn recht kwam. En ook The Witches, de beste Roald Dahlverfilming, is van hem. In het enthousiasme voor Bowie wordt Roeg gewoon vergeten. Hoe kan dat?

Eerlijk is eerlijk. De schilderijen van Karin Kneffel hadden allang in Nederland te zien moeten zijn.

Karin Kneffel: Zonder titel (2011) Foto Erik van Zuylen

Huh? Wie? Kneffel? Ja, ik had ook nooit van haar gehoord, toen ik vorige week bij haar expositie binnen ging in Baden Baden, in museum Frieder Burda. Kneffel maakt enorme schilderijen in ultra-realistische stijl, je ziet dat ze is opgeleid door Gerhard Richter. Maar ze is veel frivoler en vrijer dan haar leermeester. Het lijkt of ze verslag doet van andermans herinneringen, vol interesse voor wat ze niet kan weten. Ze denkt zich iets in, associeert en laat alleen maar zien (maar ondertussen...). En ik kijk alleen maar en word (ondertussen!) diep haar wereld in getrokken, waar ik misschien kan stikken. Ze schildert een luxueuze huiskamer waar bij nader inzien iemand onderuitgaat. Een hip restaurant waar in stralend zonlicht een man ligt te slapen met de punt van zijn stropdas over zijn ogen.

Kneffel versluiert wat ze toont, vaak geven druppels aan dat er door een ruit wordt gekeken. Het mooiste vind ik het schilderij met de vier klassieke poetsvrouwen op hun knieën. In een volgend schilderij: weer die drie vrouwen, maar nu blijkt dat dit een filmset is, en het eerste schilderij een shot uit een film.

Nicolas Roeg mag niet worden vergeten en Edna O’Brien niet over het hoofd worden gezien en Karin Kneffel mag niet worden overgeslagen. Toch gebeurt het, allemaal. Dat is geen kwaaie opzet, het is het blinde toeval. Ik kan dat niet uitstaan.