Dj en producer Lwazi Asanda Gwala, ook bekend als DJ Lag.

Foto Roger Cremers

DJ Lag: beroemd dankzij Beyoncé

Interview De Zuid-Afrikaanse DJ Lag werd bekend toen Beyoncé zijn medewerking vroeg voor haar soundtrack ‘The Gift’, bij de film ‘The Lion King’. „Radiostations wilden opeens mijn muziek draaien.”

De Zuid-Afrikaanse dj en producer Lwazi Asanda Gwala hoorde voor het eerst Afrobeats, een mengelmoes van Afrikaanse muziekstijlen, in Polen. „Ik stond op een festival in Krakau toen iemand zei dat er op een podium wat Amerikanen Afrobeats gingen draaien”, vertelt Gwala in de entresol van Hotel Americain in Amsterdam. „Daarna ging ik door naar Londen…” – hij hangt nu met een been over de stoelleuning, de neus van zijn vrolijk gekleurde sneaker zweeft in de lucht – … „en ineens was Afrobeats daar ook een ding. En ook nog eens heel populair. De afgelopen drie jaar zie ik dat het steeds groter en groter wordt, ik hoor Afrobeats in clubs en festivals over heel de wereld.”

Is het merkwaardig dat u als Afrikaanse artiest in Polen over Afrobeats hoort?

„Er worden verschillende Afrikaanse genres samengebracht, die noemen ze dan Afrobeats of Afrovibes. Maar die genres komen uit alle Afrikaanse landen, hebben allemaal een eigen naam. Dat is wel gek, ja. Toch ben ik echt trots als ik buiten Afrika Afrikaanse muziekinvloeden hoor in clubs. Gelukkig heb ik niemand horen zeggen dat gqom onder Afrobeats valt.”

Gqom is de naam van de muziekstijl die de 24-jarige Gwala ontwikkelde toen hij op de middelbare school zat. Mensen, onder wie Beyoncé – daarover later meer – kennen hem als DJ Lag. Gqom betekent trommelen in het Zulu, de taal die zijn bevolkingsgroep, de grootste in Zuid-Afrika, spreekt. De ‘g’ en de ‘q’ spreekt hij uit als klik. „Aan deze kant van de wereld zeggen ze dat Gqom een soort techno is. Maar dat kende ik niet in Zuid-Afrika. Techno leerde ik pas kennen toen mijn muziek groter werd en ik zelf kon toeren.” Gqom, dat een zware bas kent, klinkt als een Afrikaanse stroming binnen de techno. Het is ontstaan vanuit Zuid-Afrikaanse house. Gwala noemt het gebrek aan kennis over buitenlandse muziek een gevolg van segregatie. „In Durban leven mensen in groepen: Indiërs, witte mensen en zwarte mensen. We weten soms niet eens wat er buiten onze groep wordt gemaakt, laat staan in de rest van het land of buiten Zuid-Afrika. Op tv zien we voornamelijk westerse artiesten. We hebben één kanaal, Channel O, dat je in heel Afrika kunt ontvangen. Daar hoor je wel echt alle Afrikaanse muziekgenres langskomen. Maar dan weet je nog niet uit welk Afrikaans land het nummer komt en onder welke genre het valt.”

Hoe spreekt u met collega-artiesten in Zuid-Afrika over het feit dat hun muziek nu buiten het continent onder Afrobeats of Afrovibes wordt geschaard?

„Ze vinden het niet leuk, te makkelijk, maar ze accepteren het maar gewoon, omdat ze niet denken dat ze het kunnen veranderen.”

De afgelopen jaren reist Gwala – die zo zacht praat dat je automatisch dichterbij gaat zitten, en soms met zijn vingers knipt om zijn woorden kracht bij te zetten – de wereld over met zijn muziek. Hij heeft op alle continenten gedraaid, behalve Zuid-Amerika, zegt hij.

Deze vrijdag zit hij tijdens Amsterdam Dance Event in een panelgesprek over het succes van Afrikaanse muziekinvloeden. Hij zegt dat techno hier anders wordt beluisterd dan gqom in Zuid-Afrika. „Jullie kunnen het thuis draaien, in jullie eentje, bij ons moet erop gedanst worden”, zegt hij. Zijn muziek wordt gedraaid op parkeerplaatsen in Durban. „We rijden grote taxi’s met goede geluidsinstallaties naar een parkeerplaats, iedereen gaat los.”

In Nederlandse clubs en op festivals waar techno wordt gedraaid, worden ook drugs gebruikt.

„Ja bij ons ook, xtc vooral. Daarom werd er in het begin slecht gereageerd op onze muziek, we zouden drugs promoten. In 2017 werd het groter en mainstream.”

Even over Beyoncé…

„Jeeeej”, roept hij, gaat rechtop zitten.

Vindt u het leuk om over Beyoncé te praten of wordt er te vaak naar gevraagd?

„Ik vind het leuk. Met haar samenwerken is het grootste wat ik ooit heb bereikt. Er is niemand groter dan Beyoncé, het is best gek hoe het allemaal is gelopen.”

De Amerikaanse zangeres was eind vorig jaar in Zuid-Afrika en liep tijdens een festival het podium op met het nummer ‘Trip to New York’. „Dat was mijn nummer!”, zegt Gwala. In 2017 had hij het via Whatsapp verspreid onder zijn fans.

Had Beyoncé zonder toestemming uw muziek gebruikt?

„Ik had geen idee nee, maar dat boeide me niet. Ik was op een feestje en werd door allemaal mensen gebeld die op tv zagen hoe Beyoncé, op míjn nummer…”

Een paar dagen later kreeg Gwala een telefoontje van iemand uit haar team. Hij hoorde dat Beyoncé een album maakte met het beste talent uit Afrika. Of Gwala wat samples kon sturen. „Ik hoorde drie maanden niks.” Tot hij wel bericht kreeg: ze wilden een van zijn nummers op het soundtrackalbum ‘The Gift’, dat uitkwam met de film The Lion King. In juni ging hij naar een studio in Los Angeles, bewerkte het nummer ‘MY POWER’, dat meer dan vijf miljoen keer is beluisterd op Spotify. Het steekt ver uit boven andere nummers van Gwala, die meer dan tienduizend keer zijn beluisterd. „Ik heb Beyoncé uiteindelijk niet ontmoet. Maar thuis werd ik bekend, er werd over mij gepraat. Radiostations die eerst mijn nummer niet wilden draaien, deden dat nu wel.”

Beyoncé noemde haar album een „liefdesbrief aan Afrika”. Er kwam ook kritiek op. Ze werkte vooral samen met West-Afrikaanse artiesten. Kon ze het dan wel een Afrikaans album noemen?

„Was hier kritiek op? Nee, dit soort dingen heb ik in Zuid-Afrika niet gehoord. Het is misschien oneerlijk, maar je kan niet alle artiesten op zo’n album proppen. Er staan wel echt véél artiesten op.”

Is het belangrijk dat grote artiesten als Beyoncé hun podium vrijmaken voor talent uit Afrika? Of wilt u liever uw eigen podium bouwen?

„Soms is het wel nodig, ja. Ik ben nu een van de kandidaten voor de Grammy’s, ik hoor volgende maand of ik ook echt ben genomineerd. Ik beschouw de Grammy’s niet als een westerse prijs maar een internationale. In Zuid-Afrika ben ik nooit ergens voor genomineerd geweest. Wij hebben artiesten die denken dat alleen zíj het muziekspel bepalen. Ze kopen radiopresentatoren om, willen dat alleen hún muziek wordt gespeeld. Het is niet eerlijk. Daarom probeer ik ook zoveel mogelijk mijn muziek buiten Zuid-Afrika te verspreiden.”

Het is voor Gwala belangrijk dat Gqom overal populair wordt. „Het is een sterk geluid voor clubs. Ik denk dat het groter kan worden dan house. Het zal me niet verbazen als het volgend jaar op ADE door meer dj’s wordt gedraaid. Laatst was ik in China, in een club, waar het live werd gespeeld.”

Hij springt een stukje omhoog van zijn stoel: „In China!”

Wat zeiden ze erover tegen u?

„Ik weet het niet, we konden elkaar niet verstaan. Maar ze waren echt goed. Ik was geschokt. Gqom. In China. Wow.” 

Met medewerking van Elian Yahye.

DJ Lag is 18/10 te zien bij ADE Beats Afrolosjes: The Global Success of Africa’s Club Sounds, tussen 14:45-15:30 in de Melkweg, Amsterdam. In augustus kwam zijn nieuwste plaat, ‘Uhuru’, uit.