Dealer niet langer met rust gelaten

Drugsbestrijding Amsterdam Burgemeester Halsema komt na een alarmerend rapport met strenger beleid tegen drugshandel en -gebruik in de hoofdstad.

Restaurant aan de Johan Huizingalaan in Amsterdam Slotervaart, waar in augustus 2018 een aanslag plaatsvond.
Restaurant aan de Johan Huizingalaan in Amsterdam Slotervaart, waar in augustus 2018 een aanslag plaatsvond. Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

Bezoekers van het Amsterdam Dance Event, even opgelet: het bezit van drugs is verboden tijdens het festijn dat woensdag is begonnen. De organisatie hanteert een zerotolerancebeleid voor de circa 400.000 festivalgangers. Wie wordt betrapt – ook met een gebruikershoeveelheid – moet zijn drugs inleveren en wordt geweerd tijdens de rest van het evenement.

De waarschuwing past bij een nieuwe, strengere drugsaanpak die de gemeente Amsterdam eerder deze week heeft gepresenteerd. Zo zal de politie drugsdealers weer zichtbaar lastig gaan vallen op straat. Ondernemers die worden afgeperst kunnen op steun van de gemeente rekenen. En jongeren die dreigen af te glijden in de drugscriminaliteit wordt „dwingend voorhouden” dat het door hun gekozen pad naar de gevangenis kan leiden – of zelfs het kerkhof.

De Amsterdamse burgemeester Femke Halsema bespreekt de nieuwe aanpak volgende maand met de gemeenteraad. Het is het eerste pakket maatregelen sinds het geruchtmakende rapport De achterkant van Amsterdam, waarin bestuurskundige Pieter Tops en journalist Jan Tromp beschreven hoe de gewelddadige drugseconomie doorsijpelt in alle hoeken en gaten van de Amsterdamse samenleving.

De maatregelen zijn een mengeling van repressie en preventie. En ze maken ook pijnlijk duidelijk wat er de afgelopen jaren allemaal níét meer gebeurde. Zo moet de politie de drugscriminaliteit weer actief gaan „verstoren”, schrijft Halsema in haar plan. Dat gebeurt nu nauwelijks. „In de afgelopen jaren is de capaciteit bij de politie afgenomen en was de inzet op drugs geen prioriteit”, aldus Halsema. De dalende lijn van de drugscriminaliteit in de Amsterdamse politiecijfers is dan ook geen reden voor een feestje, vindt de burgemeester. Nee, het is juist reden voor grote zorg. Van drugshandel en -productie wordt weinig aangifte gedaan, dus moet de politie er zelf op uit – en dat doet ze dus steeds minder.

Met die „zichtbare verstoring” van de drugshandel hoopt Halsema ook het vertrouwen in de overheid onder Amsterdammers te vergroten – wat weer zou moeten leiden tot meer bereidheid om melding te doen. Maar hóé de politie vaker en steviger kan gaan optreden tegen dealers, is niet duidelijk. Uit cijfers van verslavingsinstelling Jellinek blijkt dat bijna de helft van de xtc en cocaïne aangeschaft wordt via de ‘06-dealer’, die bij gebruikers thuis komt. Die kun je lastig hinderen op straat.

Lees ook: Onbekommerd drugsgebruik in Nederland is normaal geworden

Er is ook een ‘softe’ kant aan Halsema’s nieuwe drugsaanpak. Zo wil ze langdurig investeren in zogeheten ‘zwijgwijken’, zoals Zuidoost en Nieuw-West. Kwetsbare jongeren lopen daar een verhoogde kans om in het drugsmilieu te belanden, aangetrokken door snel geld en de YouTube-romantiek van rappers met wapens en gouden kettingen. Deze jongeren moet een ‘eervolle’ uitweg geboden worden uit de criminaliteit, onder meer door de inzet van credible messengers: personen die het vertrouwen weten te winnen van de probleemjongeren en hun ouders.

Top-600

Tussen de plannen zit ook een opmerkelijke aanpassing van de Top-600. Deze aanpak van jonge criminelen, het geesteskind van Halsema’s overleden voorganger Eberhard van der Laan, geniet in Amsterdam een onaantastbare status. Toch kende het programma een belangrijke omissie: het richt zich uitsluitend op jongens die zich schuldig maken aan ‘high-impactcriminaliteit’, zoals gewapende overvallen en straatroven. Het gevolg is dat jonge drugscriminelen voor de politie vaker uit het niets komen, omdat ze niet meer het traditionele pad bewandelen van roofoverval naar drugsgeweld.

Dat gaat nu veranderen: Halsema maakt drugscriminaliteit en excessief geweld een criterium voor de Top-600. Daarmee hoopt de burgemeester het op zich succesvolle instrument aan te laten sluiten bij de realiteit op straat. Daar verdienen jonge criminelen nu veel geld met drugshandel. Bij de vele liquidaties in de Amsterdamse onderwereldoorlog ziet de politie al sinds 2014 jongens opduiken die zijn opgeklommen in de criminele hiërarchie, zónder Top-600-notering.

Het elimineren van de drugshandel in Amsterdam is „geen realistisch doel”, schrijft Halsema: het gaat nu eenmaal om een internationaal verschijnsel. Bovendien is er in de hoofdstad een ongekende vraag naar geestverruimende middelen. Het gebruik van xtc en cocaïne is in Amsterdam vijf keer zo hoog als het landelijke gemiddelde, zo blijkt uit cijfers van de Amsterdamse GGD en de Nationale Drug Monitor.

Toch kiest Halsema er niet voor om recreatieve gebruikers rechtstreeks aan te spreken op hun verantwoordelijkheid: hé, met je pilletje en lijntje coke houd je een gewelddadig systeem in stand. „Massamediacampagnes met een belerende boodschap over drugsgebruik” kunnen volgens haar juist een averechts effect hebben: mensen komen op het idee om te gaan gebruiken. In plaats daarvan zet de burgemeester in op „een maatschappelijke dialoog” en „sociale bewustwording onder drugsgebruikers”.

Drugsgebruik in en buiten Amsterdam.