Recensie

Recensie Film

Zusjes, parasieten en rednecks op de vierde NRC Filmdag

Programma De NRC Filmdag gaat dit jaar op wereldreis met de Zuid-Koreaanse komedie ‘Parasite’, het Amerikaanse ‘The Peanut Butter Falcon’, het New York van mode-icoon Slick Woods in ‘Goldie’ en het Israëlische ‘It Must Be Heaven’.

Voor de vierde keer organiseert de filmredactie van NRC, ditmaal in samenwerking met de Verkadefabriek in ’s-Hertogenbosch, de NRC Filmdag. Op zondag 1 december kunt u in drie zalen genieten van voorpremières van vier prachtfilms. Peter de Bruijn, Dana Linssen, Joyce Roodnat en Coen van Zwol verzorgen inleidingen. De Verkadefabriek biedt een heerlijk lunch- en dinerbuffet. Dit keer gaan we op wereldreis. De Zuid-Koreaanse zwarte komedie Parasite, het Amerikaanse The Peanut Butter Falcon, het New York van mode-icoon Slick Woods in Goldie, en het Israëlische It Must Be Heaven.

Tickets zijn te koop via verkadefabriek.nl/nrc. Ze kosten inclusief lunch en diner 69,50 voor NRC-abonnees en 79,50 voor niet-abonnees. Supporters van de Verkadefabriek betalen 59,50.

Parasite

Halverwege Parasite, die dit jaar de Gouden Palm won in Cannes, vraag je je af wat dat ook alweer precies is: een parasiet. Zijn de leden van de aan lager wal geraakte familie Kim die het leven van de welgestelde familie Park binnendringen de parasieten, of is het toch precies andersom?

Parasite is een even slimme als vermakelijke film. In het begin van de film roept zoon Kim Ki-woo nog wel eens dat het allemaal zo ‘metaforisch’ is, en zijn vader dat hij een plan heeft, maar gedurende deze briljante mix van home invasion-film en sociale satire van de regisseur van onder andere monsterfilm The Host en sciencefictionfilm Snowpiercer wordt het plan een metafoor voor iets anders, en blijken metaforen een slecht plan.

Parasite verrast niet alleen door z’n bizarre plotwendingen en chaotische apotheose waar Quentin Tarantino nog een puntje aan kan zuigen, maar ook door z’n esthetiek. Het opvallendst is natuurlijk het huis van de Parks: glazen, functionele architectuur, waar elk shot een wonder van compositie wordt. Binnen en buiten communiceren via enorme ramen, filmkaders om de werkelijkheid. De camera slingert als een lintworm en de muzikale montage ratelt als een kakkerlak.

The Peanut Butter Falcon

Zak, een jongeman met downsyndroom, ontsnapt uit een bejaardentehuis – elders was geen plek voor hem – om professioneel worstelaar te worden bij zijn videoheld, de Salt Water Redneck. In die queeste vindt hij een grote broer in kleine crimineel Tyler: hij vult een gat in diens ziel.

Volgen Mark Twain-achtige omzwervingen over de lagunes en rivieren van North Carolina. Onderweg tokkelen banjo’s en galmen spirituals, is er een blinde predikant en moonshine rond het kampvuur. Twee schurken, Duncan en Ratboy, zetten de achtervolging in, alsmede Zaks overbezorgde hulpverlener Eleanor.

The Peanut Butter Falcon is eenvoudig, sfeervol en sentimenteel op de juiste manier, een feelgoodfilm die dit jaar op festivals publieksprijzen bijeen sprokkelde.

De film zoekt het niet in grap of sensatie, het is meer een kalme stroom van momenten, ontmoetingen en avonturen waarin je met brede glimlach wordt meegesleept.

Het debuterende duo van hipster-regisseurs Tyler Nilson en Michael Schwartz biedt de acteurs alle ruimte om naar elkaar toe te groeien. Dakota Johnson is als Eleanor droef aantrekkelijk, Shia LaBeouf verrukkelijk als woest kwetsbare, vertederend stuurse Tyler. Maar wie is die Peanut Butter Falcon?

It Must Be Heaven

Elia Suleiman is een genre op zich: de jury in Cannes riep dit jaar voor It Must Be Heaven dus gewoon maar een speciale prijs in het leven. Denk aan Roy Andersson: ook Suleimans films bestaan uit droogkomische, absurdistische taferelen. Maar dan politiek getint, losjes en eerder ongemakkelijk dan wanhopig.

Ditmaal reist Suleiman van Israël naar Parijs en New York om een film van de grond te krijgen. Overal is hij een stille waarnemer, beurtelings verbaasd en geïntimideerd door brutaliteit en machtsvertoon. Tweemaal spreekt hij. „Nazareth”, zijn geboorteplaats. En „Ik ben een Palestijn”. Iemand verwijt Suleiman namelijk dat zijn werk „onvoldoende Palestijns is”, niet boos en geëngageerd genoeg. Maar elders introduceert acteur Gael García Bernal hem dan weer als Palestijn om daar haastig aan toe te voegen: „Maar hij maakt komedies hoor.”

Ja, wat willen ze nou! Suleimans status als Israëlische Palestijn maakt hem tot ultieme buitenstaander met een vlijmscherp oog voor macht in zijn meest grandioze en kleinzielige gestaltes. Maar Suleimans blik kan ook vallen op een zeer irritant vogeltje. Het alledaagse wordt zomaar een surrealistische hyperbool in zijn unieke wereld. Een film om te koesteren.

Goldie

Regisseur Sam de Jong trok vier jaar geleden veel aandacht met zijn inventieve debuutfilm Prins, die meteen geselecteerd werd voor het filmfestival van Berlijn. Voor zijn tweede film vertrok hij naar Amerika. Goldie is visueel net zo spankelend, maar deze keer heeft De Jong ook een verhaal te bieden met meer structuur en substantie.

In Goldie speelt het succesvolle Afro-Amerikaanse fotomodel Slick Woods – bekend van haar kaalgeschoren hoofd en het spleetje tussen haar tanden – de achttienjarige Goldie. Ze doolt door de Bronx in New York met haar twee zusjes om uit handen te blijven van de kinderbescherming, nadat haar verslaafde moeder is opgepakt. Ze is bang dat de meisjes anders van elkaar zullen worden gescheiden. De enige uitweg die Goldie ziet is een optreden in een rapvideo, waar ze vaag uitzicht op heeft.

De Jong ontwikkelde zijn film in samenspraak met zijn ster en verwerkte een hoop van haar levenservaring in de film. Zelf dook hij enkele maanden onder in de Bronx om het milieu van zijn film beter te leren kennen. Hij werkte onder meer een tijd als vrijwilliger in een centrum voor daklozen. Dat levert een film op die overtuigend een beeld geeft van Goldies wereld. De Jong wrijft het er niet in bij de kijker, maar de boodschap is helder: kinderen horen niet op te groeien in zulke uitzichtloze armoede.