Jens (Jesper Christensen) is niet per se een nobele man in ‘Før Frosten’.

Zijn land verkopen, of zijn dochter

Interview Michael Noer In ‘Før Frosten’ probeert de Deense regisseur Michael Noer zo dicht mogelijk bij het agrarische bestaan in de 19de eeuw te komen. „Dat is evenzeer een verhaal van nu.”

Alles draait om land en status in de negentiende-eeuwse uithoek van Denemarken waar Før Frosten zich afspeelt. Het dilemma waar vader Jens zich voor geplaatst ziet is van vele tijden. Het land is bar, de oogst is schraal, een huwelijk van zijn oudste dochter Signe met een boerenzoon uit het dorp kan de familie van de hongersnood redden. Maar dan dienen zich kopers aan van zijn land. En een betere deal. Althans zo lijkt het.

Regisseur Michael Noer pakte zijn film minder als een sociaal-historisch drama aan, dan als een portret van hoofdrolspeler Jesper Christensen. Zijn gezicht is het landschap, de horizon, vertel ik hem als we elkaar spreken op het filmfestival van Toronto, waar de film in 2018 zijn wereldpremière beleefde. Zijn blik is soms killer dan de vorst die de titel aankondigt. „Dat is precies hoe ik de film van het begin af aan voor me zag”, bevestigt Noer (1978). „Het klinkt afgezaagd, want zoveel regisseurs hebben de western willen verplaatsen naar hun eigen land, of specifieke omstandigheden, maar ik heb met Før Frosten een Deense western willen maken en Jesper is mijn Clint Eastwood. De oudere Clint Eastwood uit Unforgiven, waarin de morele dilemma’s minder van belang zijn voor de plot dan voor de karakterstudie van een ondoorgrondelijke man. Ik heb de hele film met hem in gedachten geschreven.”

Ik leg hem voor dat ik even advocaat van de duivel moet spelen: die ‘ondoorgrondelijke man’ is zo’n clichébeeld van de filmgeschiedenis geworden, waarom ging zijn interesse daarnaar uit, en niet naar dochter Signe die als een schaakstuk heen en weer wordt geschoven? Er zijn zoveel minder verhalen vanuit het gezichtspunt van vrouwen bekend, dat dat interessante nieuwe gezichtspunten had kunnen opleveren. Noer legt uit dat dat door zijn ambivalente houding ten opzichte van kostuumdrama’s komt. Zijn achtergrond ligt in documentaires en misdaadfilms. „Eigenlijk haat ik kostuumfilms. En als ze vrouwelijke hoofdpersonen hebben dan zijn het meestal liefdesverhalen. Niet echt mijn genre. Tijdens de research voor Før Frosten viel het me op dat de meeste historische drama’s zijn gebaseerd op boeken die vijftig jaar na dato zijn geschreven. Voor Før Frosten heb ik alle secundaire bronnen opzijgeschoven en ben direct met historici gaan praten om een zo accuraat mogelijk beeld van die tijd rond 1850 te kunnen creëren.”

Een van de meest opvallende dingen van de film betreft de rol van de kerk. Geen oord van troost of solidariteit, maar bestierd door een dominee met een haarscherpe antenne voor het vaststellen van sociale ongelijkheid. Dat wil niet zeggen dat ze niet godvrezend waren, maar meer dat God werd voorgesteld als een landeigenaar. Jens is een soort Job en God een superkapitalist. Als de familie van Jens een koe heeft moeten verkopen omdat ze geen geld meer hebben voor voer, dan moeten ze een paar rijen naar achteren naar „de bank voor de dagloners en de dronkaards”. Het dilemma van Jens, zijn land verkopen of zijn dochter, wordt nog versterkt doordat hij niet per se een nobele man is. Hij is gesteld op zijn natje en zijn droogje, de toekomst van zijn kinderen lijkt hem minder te interesseren dan zijn pensioen. Hij wil „elke dag een eitje en een warme plek om te kakken”. Het ondermaanse heeft hem al genoeg zorgen opgeleverd.

„Dat kwam ook uit onze research”, aldus Noer. „De kerk was in die tijd op het platteland meer een soort dorpshuis of gemeentehuis, dan een plek voor spiritualiteit. Die preken kenden ze nu wel, de ene dag gingen ze naar de hemel, de andere naar de hel. Maar wat er echt toe deed was of je oogst was mislukt, of je koe dood. Voor mij is Før Frosten bovenal een film over overleven. Dat materialisme, die overgang van een rurale naar een geïndustrialiseerde samenleving, dat is evenzeer een verhaal van 1850 als van nu.”