Zwakste groei wereldeconomie in tien jaar

Prognose De wereldeconomie draait het slechtst sinds de financiële crisis, volgens het IMF.

De groei van China blijft afremmen, volgend jaar is die het laagste sinds 1990
De groei van China blijft afremmen, volgend jaar is die het laagste sinds 1990 Foto STR / AFP

De wereldeconomie vertoont dit jaar maar 3 procent groei. Dat is de zwakste economische expansie sinds 2008 en 2009, toen de financiële crisis op zijn hevigst was. Volgend jaar bedraagt de groei 3,4 procent. Dat is een lichte toename, maar het blijft zwak.

Dit stelt chef-econoom Gita Gopinath van het Internationaal Monetair Fonds (IMF), in de dinsdag verschenen halfjaarlijkse World Economic Outlook. Ten opzichte van de vorige editie, in april, is de raming voor de groei van de wereldeconomie in 2019 met 0,3 procentpunt teruggebracht, en die voor 2020 met 0,2 procentpunt.

Als belangrijkste oorzaken voor de lage groei noemt het IMF oplopende handelsconflicten, met name die tussen de Verenigde Staten en China, toenemende geopolitieke spanningen en twijfel over „internationale samenwerking in het algemeen”. Die eisen hun tol bij investeringsbeslissingen, het vertrouwen van bedrijven en internationale handel.

Een actief monetair beleid, met lage of negatieve rentes en de hervatting van de aankoop van staatsleningen – langlopend in de eurozone, en kortlopend in de VS – heeft het vertrouwen van de financiële markten weten te stutten, aldus het IMF.

Lees ook de analyse over de vorige World Economic Outlook, van afgelopen april: IMF: economie danst op het slappe koord

Met de dienstensector, die veel lokaler opereert dan de industrie, gaat het in de meeste landen nog relatief goed. Dat pakt gunstig uit voor de ontwikkeling van de werkgelegenheid. Maar zelfs als dit in overweging wordt genomen, blijft de situatie precair, zo stelt Gopinath.

Directe investeringen

Het IMF gaat er bij zijn voorspelling vanuit dat de invoertarieven die de regering-Trump heeft ingesteld voor China intact zullen blijven. Het Fonds besteedt aandacht aan de opvallende ontwikkeling in de zogenoemde directe investeringen. Dat zijn investeringen in daadwerkelijke fysieke productie in het buitenland, anders dan beleggingen in aandelen of schulden.

Normaal bedragen de directe investeringen elk jaar gemiddeld 3 procent van het wereldwijde bbp, maar in 2018 zijn ze volledig stilgevallen. Dat betekent dat er geen nieuw geld wordt gestoken in grensoverschrijdende productie. Bedrijven trekken hun buitenlanse vestigingen niet terug, maar breiden ze ook niet langer uit. Dat kan een teken zijn van een stagnatie van de globalisering.

Topeconoom Gopinath gaat uit van een wereldwijde synchrone groeivertraging, die in de laatste kwartalen van vorig jaar al begonnen is. Ten opzichte van 2018 doet vrijwel elk land en elk blok het dit jaar slechter. Voor volgend jaar komt de verbetering per saldo voor rekening van de opkomende markten, met name India. China blijft overigens afremmen, met een economische groei van nog maar 5,8 procent in 2020. Dat is de laagste groei sinds 1990, toen de Chinese economie op stoom begon te komen.

Groei Nederland zakt

De economische groei in Nederland zal dit jaar naar verwachting 1,8 procent bedragen en volgend jaar licht zakken naar 1,6 procent. Dat is in lijn met de prognoses die het Centraal Planbureau (CPB) vorige maand deed bij de begroting 2020 van het kabinet-Rutte III. Het IMF ziet de werkloosheid, met 3,3 procent in dit en volgend jaar, iets lager uitkomen dan het CPB.

Opvallend is dat het Planbureau het Nederlandse overschot op de betalingsbalans sterker ziet dalen, tot 8,7 procent van het bruto binnenlands product. Het IMF blijft op 9,6 procent. Beide getallen zijn overigens zeer hoog in internationaal perspectief en weerspiegelen per saldo een spaaroverschot in de Nederlandse economie. Het Duitse overschot, dat net als het Nederlandse leidt tot veel internationale kritiek, daalt volgend jaar naar 6,6 procent.

De kritiek op de overschotten heeft indirect te maken met onderbesteding in Nederland en Duitsland, terwijl beide landen de internationale economie juist zouden kunnen helpen met een binnenlandse bestedingsimpuls.

Het IMF dringt dan ook aan op een belangrijker rol voor het begrotingsbeleid, om de binnenlandse bestedingen op te jagen, mits daar de ruimte voor bestaat. Nederland komt daar, met een daling van het begrotingsoverschot van 1,2 procent van het bbp in 2019 naar 0,3 procent in 2020, gedeeltelijk aan tegemoet.

Handelsoorlog

Het IMF ziet ‘significante’ risico’s voor de wereldeconomie volgend jaar. De lopende handelsconflicten kunnen alsnog omslaan in een daadwerkelijke handelsoorlog. En de financiële markten kunnen overgaan in een zogenoemde risk-off-periode waarin beleggers elke vorm van risico uit de weg gaan en de koersen dalen. Brexit is daar een mogelijke oorzaak van, net als verdere geopolitieke spanningen of een aanhoudende reeks van tegenvallende economische cijfers.

Op de middellange termijn vestigt het IMF de aandacht op de verzwakkende invloed van klimaatverandering op de economie.

Het IMF pleit voor een oplossing van de handelsspanningen op multilateraal niveau en het weer afbreken van de barrières die inmiddels zijn opgeworpen. De multilaterale aanpak geldt ook voor het beperken van de uitstoot van broeikasgassen. Het Fonds stelt zich achter het zeer soepele monetaire beleid van de centrale banken, maar constateert dat lage rentes de kwetsbaarheid van het financiële systeem kunnen vergroten. Beter toezicht moet de bijbehorende ‘systeemrisico’s’ in de hand houden.