Tour 2020: Klimmers blij, vrouwen terug bij af

Parcourspresentatie De Tour de France van 2020 telt bijna dertig cols, slechts één (klim)tijdrit, weinig legendarische beklimmingen, en een ritje in Parijs voor de vrouwen.

Tour-directeur Christian Prudhomme geeft in het Palais des Congrès in Parijs toelichting bij het parcours van de Ronde van Frankrijk 2020.
Tour-directeur Christian Prudhomme geeft in het Palais des Congrès in Parijs toelichting bij het parcours van de Ronde van Frankrijk 2020. Foto Alain Jocard/AFP

De smaakmakers van de voorbije jaargang waren dinsdag present in het Parijse Palais des Congrès, voor de presentatie van het nieuwe Tourparcours, maar die van weleer ontbraken voor het eerst in jaren. Geen zwaaiende Raymond Poulidor op het podium, en ook de vorig jaar nog zo gefêteerde Eddy Merckx zat niet in de zaal. Beide mannen liggen in het ziekenhuis; ‘Poupou’ is uitgeput, Merckx raakte gewond na een valpartij met de racefiets. Maar vanuit organisatie ASO niets van medeleven. La présentation du parcours moest vooral een feest zijn. Het ging om het parcours. Zes conclusies:

1. Spektakel vanaf het begin

Meestal kabbelt de eerste Tourweek wat voort, met vlakke ritten na Le Grand Départ, overgangsetappes richting moeilijker terrein. Maar na een eerste sprintersrit in Nice (opnieuw een kans op geel voor Dylan Groenewegen) gaat het al de bergen in, over de trainingswegen van renners die resideren in Monaco – Steven Kruijswijk en Bauke Mollema bijvoorbeeld. Op dag twee gaat het meteen serieus omhoog, met beklimmingen van de Col de la Colmiane en de Col de Turini – twee lange cols, steil ook, het totaal aantal hoogtemeters is met 4.400 enorm. Twee dagen later een aankomst bergop, in skidorp Orcières-Merlette. Met een beetje mazzel krijgen we gelijk een goed beeld van de renners in vorm. „Je moet meteen goed zijn”, concludeerde Kruijswijk.

Geen Alpe d’Huez, Tourmalet, Mont Ventoux en Galibier.

2. Nieuwe cols

Opvallend is de afwezigheid van klassieke cols als de Alpe d’Huez, de Tourmalet, de Mont Ventoux en de Galibier. In plaats daarvan is de ASO op zoek gegaan naar nieuwe bergweggetjes of vergeten passen. Vanuit Nederlands perspectief is de zesde etappe er eentje om naar uit te kijken, als de finish bovenop de Mont Aigoual ligt, beroemd uit De Renner van Tim Krabbé, uit 1978, zo’n beetje de bijbel voor wielerfanaten. De col in de Cevennen staat centraal in de roman. Dan één ritje vlak en daarna gaat het peloton door naar de Pyreneeën, waar voor het eerst de zware Col de la Hourcère moet worden beklommen. Het dak van de Tour is ook nieuw. Nooit eerder ging men de Col de La Loze (2.304 meter). De weg naar de Alpencol is onlangs geasfalteerd.

3. Soms vlak, maar vooral klimmen

Negen etappes heten ‘plat’ – vanwege de finale – en niet eens alle Franse bergketens worden aangedaan. Op een uitstapje naar de westelijk gelegen Île d’Oléron en Île de Ré na – daar waar het altijd waait en het risico op waaiers groot is – speelt de wedstrijd zich af op heuvel- en bergachtig terrein in zuidelijk Frankrijk, het vlakkere noorden wordt overgeslagen. In totaal zijn er 29 beklimmingen , maar in het Centraal Massief, de Ardèche en in rond de Alpen én de Pyreneeën gaat het ook ongecategoriseerd op en af. Tussen de eerste en de laatste beklimming zitten twintig dagen, uniek volgens de organisatie. Sprinters moeten weten waar ze aan beginnen.

4. Niet voor tijdrijders

Critici zullen beweren dat de Tour opnieuw gemaakt is voor de Fransen. Romain Bardet en Thibaut Pinot zijn in het voordeel als ze veel moeten klimmen en weinig hoeven te tijdrijden. En sinds vorig jaar heeft Frankrijk in Julian Alaphilippe een nieuwe kandidaatwinnaar gevonden, die op een lastigere tijdrit ook prima uit de voeten kan. Daarvan is er één te verrijden, van 36 kilometer, richting de top van de Vogezenklim Planche des Belles Filles. Niet ideaal voor de mannen van de macht (Tom Dumoulin, Primoz Roglic, Chris Froome), wel voor de (Franse) klimmers. Merijn Zeeman, ploegleider van Jumbo-Visma, vond dat „jammer”.

5. ASO gaat met de tijd mee ...

Er is wat gedaan met de kritiek op de wandeletappes in de Tour. Nooit eerder was de langste rit van de Tour zo kort: de twaalfde etappe tussen Chauvigny en Sarron is ‘slechts’ 218 kilometer. Andere ambitie, tijdens de presentatie in Parijs uitgesproken door ASO-directeur Jean-Etienne Amaury: „We streven ernaar om de reclamekaravaan zoveel mogelijk met elektrische auto’s te laten rijden” – wanneer dat helemaal gaat lukken is onduidelijk.

6. ... maar toch niet helemaal

Het is elk jaar weer afwachten of de eendaagse vrouwenwedstrijd La Course tijdens de Tour evolueert of juist stagneert. Dat laatste lijkt, na een wat schrale editie in Pau dit jaar, ook in 2020 het geval – een terugkeer van een volwaardige vrouwenversie van de Tour lijkt verder weg dan ooit. La Course begon na jaren van droogte in 2014 met een paar rondes over de Champs-Élysées en kende spectaculaire edities op de Col d’Izoard (2017) en de Col de la Colombière (2018), maar is in 2020 weer terug bij af, op de beroemde avenue van Parijs.