Opinie

Relatietherapie

Ellen Deckwitz

Een tijdje geleden kwam ik in de supermarkt een kennis tegen. Ik begon tegen hem aan te babbelen over huisdieren maar hij onderbrak me direct. „Niet zo snel praten, ik heb een hersenschudding, ben vorige maand van mijn fiets gekletterd”, zei hij.

„Wat erg”, zei ik, „heb je er veel last van?”

„Nogal. Ik had gisteren een uitvoering met mijn koor en vergat tussen het zingen door soms te ademen.”

„Ademen gaat toch meestal vanzelf?!”

„Mijn dokter zegt dat door die hersenschudding mijn lichaam en geest een beetje ontkoppeld zijn. Mijn hoofd moet mijn lijf weer leren vertrouwen, en andersom.”

Aha, dat ze elkaar niet weer in de steek zullen laten. Ik kan me zo indenken dat als je zijn lichaam en geest afzonderlijk zou vragen wie er schuld had aan de hersenschudding, ze elkaar zouden aanwijzen. De geest dat het lichaam niet gewoon kon fietsen, het lichaam dat de geest niet snel genoeg reageerde zodat het lichaam de klap met een arm had opgevangen in plaats van met het hoofd, enzovoort.

Het klonk in ieder geval als een fikse vertrouwensbreuk tussen die twee en dat was niet meer dan logisch. Wie de frustratie van een peuter heeft gezien die probeert te leren lopen, weet hoe lang het duurt voordat hoofd en lijf een beetje op elkaar zijn afgestemd. Het kost jaren (en dan alsnog de nodige genetische mazzel) voordat beide zo gestroomlijnd functioneren dat alles vanzelf gaat. Dat je lijf je niet meer onverwacht verrast met een spontaan windje, dat je geest weet wat je met welk pijntje aanmoet, dat je hoofd doorheeft van welke dingen je ingewanden houden. Natuurlijk is zo’n ultieme balans niet meer dan het fysieke interbellum tussen kindertijd en ouderdom, dat levensinterval waarin je als het meezit het minst last hebt van lichaam en geest, maar het is wel vervelend als deze door een valpartij al prematuur wordt verstoord.

Eenmaal buiten vroeg ik aan mijn kennis of hij aan het revalideren was. „Nou ja, ik moet vooral mijn lichaam en mijn geest weer opnieuw aan elkaar laten wennen, die twee helften weer een beetje op elkaar lijmen.”

„Hoe doe je dat? Fysio? Naar de psycholoog?”

„Nee joh. Gewoon wandelen. In mijn eentje. Ik laat een paar keer per dag mezelf uit. Zodat mijn hoofd begrijpt dat mijn lichaam prima in staat is zichzelf te redden, en mijn lichaam dat mijn hoofd het beste met hem voor heeft.”

„Dus je bent in een soort relatietherapie.”

„Eigenlijk wel”, grinnikte hij. Zijn lichaam gaf me een knuffel, zijn hoofd zei me gedag en daar liepen ze naar huis, met elke stap proberend om weer dichter bij elkaar te komen.

Ellen Deckwitz schrijft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.