Opinie

Polen blijft een probleemgeval voor Europese Unie

verkiezingen

Commentaar

De parlementsverkiezingen van zondag in Polen zijn uitgelopen op een pijnlijke teleurstelling voor diegenen in de Europese Unie en daarbuiten die hoopten op herstel van gangbare democratische verhoudingen en eerbiediging van elementaire regels van de rechtsstaat in dit qua inwonertal zesde land van de Europese Unie.

Volgens de voorlopig uitslag heeft de nationaal-conservatieve regeringspartij Recht en Rechtvaardigheid (PiS) van partijleider en informeel leider van het land Jaroslaw Kaczynski bij een ongekend hoge opkomst (61 procent) gewonnen ten opzichte van de vorige verkiezingen in 2015. Toen behaalde de partij 38 procent van de stemmen, nu een kleine 44 procent.

Net als vier jaar geleden zal PiS als gevolg van het gecompliceerde systeem van zeteltoedeling in het parlement over een meerderheid kunnen beschikken. Maar de voor het wijzigen van de grondwet benodigde tweederdemeerderheid in het parlement, waar de partij zo vurig op hoopte, is niet gehaald. Dat is in elk geval een geruststellende gedachte bij deze voor het overige weinig opwekkende verkiezingsuitslag.

In zijn overwinningsrede zei partijleider Kaczynski op de ingeslagen weg door te willen gaan. „We hebben veel bereikt, maar we verdienen meer.” Maar dat ‘meer’ zal dus als gevolg van het ontbreken van de tweederdemeerderheid niet ongeclausuleerd kunnen. Het betekent dat bijvoorbeeld abortuswetgeving en de rechten voor de lhbt-gemeenschap – twee belangrijke thema’s voor PiS - niet direct op de schop gaan.

De populistische politiek, bestaande uit weliswaar dure maar aanspreekbare maatregelen zoals verlaging van de pensioengerechtigde leeftijd en verhoging van de kinderbijslag, heeft in Polen een gunstige uitwerking gehad op het electoraat. Het was vooralsnog economisch verantwoord. Polen kent aanhoudende economische groei en de werkloosheid staat op een historisch laag niveau. Maar de economie is fragiel en de rekening voor de cadeaus zal ook in mindere tijden betaald moeten blijven worden.

Het is duidelijk dat voor de Poolse kiezers materiële welvaart van aanzienlijk meer betekenis is dan het in stand houden van de rechtsstaat, waar de Europese Unie de afgelopen jaren zo op heeft gehamerd.

Kaczynski en zijn partij hebben de kritiek van buiten op Polen de afgelopen tijd handig en vilein uitgebuit door in te spelen op het in het land altijd aanwezige minderwaardigheidssentiment. Hoe kritischer Brussel was, des te populairder PiS werd.

Het is een beweging die de afgelopen jaren ook elders viel waar te nemen zoals in het Hongarije van Viktor Orbán, de pleitbezorger van de ‘illiberale democratie’. Hoewel in dit laatste land Orbáns partij Fidesz bij de gemeenteraadsverkiezingen van zondag een gevoelige nederlaag leed. Boedapest ging naar de oppositie. Ook in de Poolse hoofdstad Warschau scoorde de oppositie relatief goed. Het wijst op een andere trend: meer verlichte steden versus het conservatieve platteland.

De kiezers in Polen hebben gesproken in een verkiezing die volgens waarnemers ordentelijk is verlopen. Dat geldt niet voor de campagne die hieraan voorafging, waar de oppositie nauwelijks toegang kreeg tot de door de staat gedomineerde media. De rest van Europa kan niet anders dan zich neerleggen bij deze uitslag. Maar dat laat onverlet dat de Europese Unie Polen zal moeten blijven aanspreken op het naleven van kernwaarden waar het voor tekende toen het in 2004 tot de Europese Unie toetrad.