Meeste pluimveebedrijven terecht op slot tijdens fipronilcrisis

In twee gevallen was de door de minister van Voedselkwaliteit opgelegde sluiting van de boerderij niet terecht.

Bij een pluimveehouder in Onostwedde worden eieren vernietigd.
Bij een pluimveehouder in Onostwedde worden eieren vernietigd. Foto Patrick Huisman/ANP

De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit heeft in de zomer van 2017 terecht pluimveehouders verboden om kippen, eieren en mest af te voeren. Dat meldt het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) dinsdag. In twee gevallen was de blokkade niet terecht.

Een groep van 117 pluimveehouders was naar het CBb, een van de hoogste bestuursrechters, gestapt omdat ze de blokkade van hun bedrijven onredelijk vonden. De bescherming van de volksgezondheid woog zwaarder dan de belangen van de pluimveehouders, concludeert het CBb dinsdag. Wel is de toenmalige minister Edith Schippers (VVD) „op de vingers getikt” omdat ze onvolledige dossiers instuurde en pluimveehouders niet tijdig werden gehoord.

In een van de zaken bleek dat het eten van pluimveevlees uit besmette bloedeieren geen gevaar voor de volksgezondheid opleverde. In een andere zaak had de minister mondeling een blokkade opgelegd, terwijl dat schriftelijk moest.

In de zomer van 2017 ontstond de ‘fipronilcrisis’ toen bleek dat Chickfriend de stof gebruikte om bloedluis bij kippen te bestrijden. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) had al acht maanden eerder een signaal ontvangen over mogelijk gif in de eieren. Uit voorzorg deed de minister bedrijven die klant waren bij Chickfriend ‘op slot’. De bedrijven mochten pas weer open toen zeker was dat de eieren geen fipronil meer bevatten.

Lees ook: Hoe fipronil een crisis werd en toen ineens niet meer