Koerden zitten van alle kanten klem

Volk zonder staat De Koerden zijn één volk maar verdeeld over vier landen. Onderling zijn er ook grote verschillen. In het verleden zijn ze vaak tegen elkaar uitgespeeld.

Turkse en Syrische soldaten belegeren de Syrische grensstad Manbij, in handen van Koerden.
Turkse en Syrische soldaten belegeren de Syrische grensstad Manbij, in handen van Koerden. Foto Zein Al RIFAI/AFP

Met verraad door bondgenoten zijn de Koerden door de jaren heen vertrouwd geraakt. Verraden door de ene na de andere Amerikaanse president, zoals nu weer, en door de Britten, Fransen, Russen. Met dertig tot veertig miljoen mensen vormen ze het grootste volk zonder eigen staat. Ze zijn één volk. Maar ze zijn ook verdeeld: verspreid over Turkije, Irak, Iran en Syrië, en daarbinnen met verschillende talen, godsdiensten en ideologieën. Vanuit die verdeeldheid hebben ze zich vaak als speelbal van de regio laten gebruiken, tégen elkaar.

De nederlaag en de ineenstorting van het Ottomaanse Rijk in de Eerste Wereldoorlog bood de Koerden mogelijk hun beste kans op die eigen staat. In het Verdrag van Sèvres uit 1920 ontmantelden de overwinnaars het Ottomaanse Rijk. Ze namen delen ervan voor zichzelf en kerfden ook een onafhankelijk Koerdistan uit. Maar die toezegging werd nooit gerealiseerd en werd drie jaar later in het Verdrag van Lausanne weer ingetrokken.

De Sovjet-bezetters van Iran in de Tweede Wereldoorlog lieten bij hun vertrek in 1946 de Republiek Mahabad onder de Koerdische Barzani-familie achter. Maar de sjah van Iran maakte er een jaar later korte metten mee. Vandaag de dag komt autonoom Iraaks Koerdistan nog het dichtst bij een onafhankelijke staat. Tot vorige week leek Syrisch Koerdistan zich daarbij te gaan voegen, hoewel de kans klein was dat president Assad zich daarbij zou neerleggen. Hij wil zijn hele land terug. In Iraans en in Turks Koerdistan worden Koerden zwaar onderdrukt.

Irak is het land waar de Koerden hun ergste beproevingen doormaakten en hun grootste succes boekten. In de jaren zeventig lieten de Iraakse Koerden zich graag door de sjah en president Nixon bewapenen om Saddam Hussein, een bondgenoot van de Sovjet-Unie, te bestrijden. Saddam bewapende Iraanse Koerden. Maar in 1975 sloten de sjah en Saddam hun Akkoord van Algiers, en leverden zij hun Koerdische bondgenoten aan elkaar uit.

Saddam vervolgde hen genadeloos. In de Iraaks-Iraanse oorlog (1980-1988) beschouwde hij de Koerden als collaborateurs met de Iraanse vijand. Hij bestreed hen met etnische zuivering en gifgas. Naar schatting werden ruim 100.000 Koerden vermoord.

In 1991 volgde het verraad door president George H.W. Bush, die na de bevrijding van Koeweit het Iraakse volk opriep tot een opstand tegen Saddam Hussein. De shi’ieten in Zuid-Irak en de Koerden in het noorden dachten Bush’ steun te hebben en werden afgemaakt. Uiteindelijk dwongen de tv-beelden van honderdduizenden vluchtende Koerden in de bergen de internationale gemeenschap alsnog tussenbeide te komen. De No-flyzone die door westerse vliegtuigen werd bewaakt, groeide in het Koerdische noorden uit tot een autonome regio – waar nota bene in de jaren negentig rivaliserende Koerdische partijen een bloedige oorlog tegen elkaar uitvochten. Maar toen de Koerdische regio geleidelijk haar grenzen oprekte, greep Bagdad in 2017 een referendum over onafhankelijkheid aan om de Koerden tot binnen hun grondwettelijke territorium terug te slaan.

Conservatieven en marxisten

Iraaks Koerdistan wordt tot dusverre bestuurd door conservatieve partijen, in tegenstelling tot de marxistische Koerdische Arbeiderspartij (PKK) van Abdullah Öcalan, die midden jaren tachtig haar gewapende opstand tegen de Turkse staat lanceerde. De Turkse regering, die de PKK na enkele jaren van vredesonderhandelingen weer fel bestrijdt, onderhoudt tegelijk goede politieke en economische relaties met de Iraaks-Koerdische autoriteiten. Olie uit Iraaks Koerdistan wordt door een pijpleiding via een Turkse haven geëxporteerd. Iraaks-Koerdische leiders gaan op bezoek in Ankara – ook al bombardeert de regering daar Turks-Koerdische steden.

Lees ook hoe Erdogan met het offensief zijn greep op Turkije versterkt.

Wat Erdogan betreft zijn alle Turks-Koerdische politici in dienst van de PKK. Honderden politici van de links-Koerdische HDP zitten op beschuldiging van terroristische activiteit gevangen; gekozen burgemeesters zijn afgezet. PKK-schuilplaatsen in Zuidoost-Turkije én ook in Iraaks Koerdistan worden aangevallen.

De Syrische Koerden leken een tijdlang de enige winnaars van de oorlog in Syrië te worden. Vóórdat in 2011 de opstand tegen Bashar al-Assad begon, werden zij net als de Koerdische minderheden in Iran, Irak en Turkije zwaar onderdrukt. Bashars vader Hafez had onder andere ruim 100.000 Koerden van hun staatsburgerschap beroofd en Arabische burgers op hun land gevestigd. Maar Bashar Assad slaagde erin de Koerden grotendeels buiten de opstand te houden door statenlozen staatsburgerschap te geven en het leger uit overwegend Koerdisch gebied terug te trekken.

De Beschermingseenheden van het Volk, de YPG, ideologisch verwant met de Turkse PKK, kreeg er de overhand over andere Koerdische milities. Na de overwinning op Islamitische Staat in Kobani in 2015 begon de relatie van de YPG met de VS, ondanks fel verzet van Turkije. Terroristen waren het immers, want PKK-klonen. Maar Washington had in Syrië een bondgenoot op de grond nodig om het IS-kalifaat te ontmantelen.

De groeiende macht van de YPG, ook al was die geruststellend ondergebracht in de Syrische Democratische Eenheden (SDF), joeg president Erdogan toenemend angst aan. Hij maakte al maandenlang duidelijk dat de YPG-aanwezigheid aan zijn grenzen voor hem onacceptabel was. Het was dus geen verrassing dat zijn leger in actie kwam zodra president Trump op zijn beurt de Koerden verried en de kleine Amerikaanse militaire presentie in het grensgebied terugtrok.

De Iraaks-Koerdische president Nechirvan Barzani heeft zich „bezorgd” getoond over de Turkse invasie – Iraaks-Koerdische troepen blijven thuis.