Jamie Bell als neonazi in ‘Skin’.

Jamie Bell in ‘Skin’: verstrikt in haat en zelfhaat

Interview Jamie Bell De Britse acteur speelt een zeer indrukwekkende rol als een Amerikaanse neonazi die spijt krijgt in ‘Skin’. „Ik worstel nog steeds enorm met de film.”

Acteur Jamie Bell kan vermoedelijk niet verder afdrijven van wat nog altijd zijn beroemdste rol is: zijn portret van een jongetje uit een arbeidersmilieu dat balletdanser wil worden in Billy Elliot (2000). In het op feiten gebaseerde Skin speelt hij Bryon Widner: een fanatieke neonazi die uit zijn haatdragende, sektarische wereld wil stappen. Hij wordt daarbij niet in de laatste plaats gehinderd door de extremistische tatoeages die zijn lichaam van top tot teen bedekken. Zijn inkeer en boetedoening worden in de film gesymboliseerd door het langzame en pijnlijke proces van het verwijderen van zijn tatoeages.

Bell speelt een grandioze rol – stevig geholpen door zijn voortreffelijke tegenspeelster Danielle Macdonald. Toch was Skin voor Bell een lastige klus. Meer dan eens werd hij bevangen door twijfels. Maakte Skin zijn personage niet té menselijk? Probeerde de film niet té veel begrip op te brengen voor een haatdragende, gewelddadige extremist, al komt hij weliswaar tot inkeer?

De Nederlandse bioscopen zagen kennelijk geen brood in de film, die in Nederland helaas direct op dvd is uitgekomen. Skin is de eerste Amerikaanse speelfilm van de Israëlische regisseur Guy Nattiv. Eerder maakte hij over hetzelfde thema een korte film die ook Skin heet en waarmee hij vorig jaar een Oscar won.

Bell heeft zelf ook enkele tatoeages, vertelt hij op het filmfestival van Berlijn. „Ik heb een tatoeage gezet toen mijn dochter geboren werd. Maar ik heb geen tatoeages om ideologische redenen. Ik kan me niet voorstellen dat ik ooit een tatoeage zou laten zetten op mijn neus, zoals Byron liet doen. Dat moet echt ongelooflijk pijnlijk zijn.”

Is dit de zwaarste rol die u ooit heeft gespeeld?

„Dit is in ieder geval de rol waarvoor ik de meeste voorbereidingen heb gedaan. Fysiek vergde de rol enorm veel voorbereiding. Ik moest ook op de een of andere manier een persoonlijke toegang ontwikkelen tot dit materiaal. Dat is helemaal niet zo eenvoudig als je een neonazi speelt.”

Heeft u Byron Widner ontmoet tijdens de voorbereidingen?

„Hij zit nu in een beschermingsprogramma voor getuigen, omdat hij is gaan meewerken met justitie bij het onderzoek naar zijn voormalige kameraden. Ik ben hem gaan opzoeken en heb een dag of vier met hem rondgehangen, vooral in zijn garage. In die tijd heeft hij geloof ik wel 4.000 sigaretten gerookt. Op een zeker moment stond de lucht zo blauw van de rook dat ik vroeg of we de garagedeur niet open konden zetten. Maar daar was hij heel nerveus over, omdat hij voortdurend in angst leeft dat hij geliquideerd kan worden. Hij heeft een permanent gevoel van spijt en schuld over zijn verleden. Dat is de last waarmee hij moet leven.”

U bent met uw skinhead-tatoeages ook de buitenwereld ingegaan.

„Het hele doel van al die tatoeages was om mensen angst in te boezemen en te intimideren. Met zulke tatoeages kun je mensen alleen maar op afstand houden. Bryon had net zo goed ‘Fuck off’ op zijn voorhoofd kunnen zetten. Ik merkte zelf vooral dat mensen heel nadrukkelijk deden alsof ze de tatoeages helemaal niet zagen. Dat zegt wel iets over hoe mensen in elkaar zitten.”

De psychologie van uw personage is zeer duister, met al zijn haat en agressie. Was dat moeilijk?

„Hij is iemand die zich volledig heeft afgesneden van de samenleving, maar ook van zichzelf. Misschien heeft hij ergens in zich nog steeds een zeker moreel bewustzijn, maar aan het begin van de film is dat helemaal afgestompt en dood. Hij is in het begin ook voortdurend aan het vechten, of hij is dronken. Op die manier hoeft hij niets te voelen. Zijn grootste angst zijn zijn eigen gevoelens. Hij is verstrikt in haat en zelfhaat.”

U moet ook zijn menselijke kant laten zien. Als u alleen de lelijkheid zou tonen, zouden kijkers weglopen. Was dat een lastige balans?

„Dat is voor mij de grootste kwestie. Moeten we dat überhaupt wel willen? Moeten we de menselijke kant willen zien van een neonazi? Is er niet ook een grens aan de empathie die we met iemand willen opbrengen? Ik heb daar enorm mee geworsteld. Eerlijk gezegd ben ik daar nog steeds niet helemaal uit.”

U heeft daar meer twijfels over dan de film zelf laat zien?

„Ja. Ik weet niet of de producenten het fijn vinden als ik daar nu in het openbaar over praat. Maar ik weet gewoon niet hoe ik daarover niet in tweestrijd kan verkeren. Ik heb heel veel twijfels gehad of dit wel het juiste verhaal was om te vertellen op dit moment. Met Trump in het Witte Huis kan racisme zich systematisch nestelen in het systeem, zonder dat racisme nog langer wordt veroordeeld. Trump zal daarmee doorgaan, want hij weet dat daar zijn kiezers zitten.

„Is dat wel het juiste moment om een film te maken over een neonazi? Er zijn drie, vier momenten dat ik echt bijna met de film was gestopt. Maar Bryon vertegenwoordigt voor mij ook niet het pure kwaad. Het pure kwaad bestaat helemaal niet. Hoe mensen zich ontwikkelen heeft altijd alles te maken met wat ze van kinds af aan hebben meegekregen in hun leven.”

Is de moraal van de film dat elk mens, hoe slecht ook, kan veranderen en opnieuw beginnen?

„Niet als het zo simpel wordt gesteld. Dat zou ik totale bullshit vinden. De film roept misschien wel de vraag op óf zo’n diepe verandering bij iemand mogelijk is, maar zonder direct met een antwoord te willen komen. Is het mogelijk om de haat en het geweld los te laten en echt een beter mens te worden? Daarop weet ik het antwoord ook niet.”

Skin. Regie: Guy Nattiv. Met: Jamie Bell, Danielle Macdonald. DVD en Blu ray-disc met Nederlandse ondertiteling. The Searchers, 16,99 euro