Erdogans greep op Turkije wordt sterker door offensief

Operatie Vredesbron Internationaal oogst Erdogan veel kritiek na zijn inval in Noord-Syrië. Maar binnenslands levert het hem vooralsnog veel op.

Turkse militairen in de buurt van de Syrische grens.
Turkse militairen in de buurt van de Syrische grens. Foto Emrah Gurel / AP

De Turkse militaire operatie in Noordoost-Syrië is misschien wel de grootste gok van president Erdogans lange politieke loopbaan. En vooralsnog pakt die goed voor hem uit. Het offensief leidt de aandacht af van de economische malaise en de muiterij binnen zijn AK-partij, het speelt de ontwaakte en verenigde oppositie uit elkaar, en het verenigt burgers achter de troepen en hun bevelhebber.

Het offensief is internationaal vrijwel unaniem veroordeeld als een roekeloze en destabiliserende zet. Maar dat had Erdogan ongetwijfeld ingecalculeerd. Hij weet dat zijn westerse bondgenoten vaak blaffen, maar niet bijten. Want Turkije is vanwege de geografische ligging en het lidmaatschap van de NAVO simpelweg te belangrijk. De gevolgen blijven daarom vooralsnog beperkt tot het opschorten van enkele Europese wapenleveranties aan Turkije en beperkte Amerikaanse sancties.

De internationale kritiek geeft Erdogan bovendien de kans zich te presenteren als een trotse leider die zijn rug recht houdt terwijl de hele wereld tegen hem is. Daar zijn Turken erg gevoelig voor. Het offensief heeft dan ook overweldigende steun van de Turkse bevolking, zo blijkt uit peilingen. Al is de vraag hoe betrouwbaar die zijn, want kritiek staat gelijk aan verraad en kan leiden tot arrestatie.

Maar de massale publieke steunbetuigingen zijn veelzeggend. Sporters dragen hun overwinning op aan Operatie Vredesbron, zoals het nationale voetbalteam dat vrijdag een EU-kwalificatiewedstrijd tegen Albanië met 1-0 won. Spits Cenk Tosun vierde zijn doelpunt met een militaire groet. „De pers is star struck”, twitterde Selim Koru, analist van de Turkse denktank TEVAP. “‘Veiligheidsexperts’ hebben de ether overgenomen, foto's van commandocentra doen denken aan scènes uit Hollywood-films. Zelfs doorgaans kritische redacteuren geven nu de opperbevelhebber hun enthousiaste aandacht.”

Bloedige burgeroorlog

De strijd tegen de Koerdische Arbeiderspartij (PKK) is een van de weinige onderwerpen die de gepolariseerde Turkse politiek overstijgen. Met uitzondering van linkse Koerden ziet het overgrote deel van de Turken de PKK als een terroristische groepering die al veertig jaar een bloedige burgeroorlog uitvecht tegen de Turkse staat. Erdogan heeft dus brede steun nu hij actie onderneemt tegen de Syrisch-Koerdische militie YPG, die wordt gezien als een verlengstuk van de PKK.

„De Turkse operatie legt het politieke karakter van het land feilloos bloot”, stelt Koru. „Alle politieke partijen, behalve de (pro-Koerdische partij) HDP, staan achter het besluit van Erdogan’s regering. Alleen de (seculiere oppositiepartij) CHP trilde een beetje terwijl ze de knie boog.” Het land gaat achter zijn leider staan, stelt Koru, „en internationale druk zal die dynamiek alleen maar versterken”.

Syrische vluchtelingen

De operatie heeft de CHP, van oudsher de partij van het leger, tijdelijk buitenspel gezet. De CHP zat juist in de lift na de lokale verkiezingen in maart, toen de partij de macht in Istanbul en andere grote steden overnam van Erdogans AKP. De partij profiteerde van de onvrede over de economische crisis en de aanwezigheid van 3,6 miljoen vluchtelingen. Volgens een peiling van MetroPoll ziet 73 procent van de Turken Syrische vluchtelingen als bedreiging voor hun land en wil 78 procent dat ze worden teruggestuurd.

CHP-leider Kemal Kilicdaroglu kon in deze atmosfeer niet anders dan zijn steun uitspreken voor de operatie, die tot doel heeft om een ‘veilige zone’ te creëren voor 1 miljoen Syrische vluchtelingen. „Het succes van ons leger is een gedeelde wens van ons allen,” zei hij. Op één punt wijkt de CHP af van Erdogan. De partij heeft kritiek op de inzet van Syrische rebellen bij de operatie en vindt dat Turkije de relaties met Syrië moet herstellen en met het regime moet samenwerken in de strijd tegen terrorisme in Syrië.

Volg het laatste nieuws over het offensief op ons Syriëblog

Alleen de HDP veroordeelde de operatie als een „extreem gevaarlijke en verkeerde stap” en waarschuwde dat „Turkije in een gevaarlijke valstrik wordt gelokt”. Sommige parlementariërs van de partij konden hun woede niet onderdrukken. „Terwijl jullie Koerden afslachten, zal jullie land worden verscheurd door de imperialistische markten”, twitterde Lezgin Botan, een verwijzing naar de ‘zware sancties’ die Trump aankondigde. „Ik hoop dat jullie zullen sterven als honden.”

Met dit soort uitspraken speelt de HDP Erdogan echter alleen maar in de kaart. Hij is al jaren bezig om de HDP af te schilderen als de politieke arm van de PKK en zo te criminaliseren. Ruim tien parlementariërs en duizenden activisten van de partij zitten in de gevangenis op basis van terreurgerelateerde aanklachten, onder wie leider Selahattin Demirtas. Aanklagers lanceerden vorige week een onderzoek naar de co-voorzitters van de HDP, Pervin Buldan en Sezai Temelli, vanwege hun kritiek op de operatie. Ze worden beschuldigd van „terroristische propaganda”.

De operatie drijft een wig tussen de HDP en de rest van de oppositie, die het offensief wel steunt. Het succes van de CHP bij de lokale verkiezingen was voor een groot deel te danken aan de HDP. De partij schoof in de grote steden geen eigen kandidaten naar voren, maar sprak haar steun uit voor de kandidaten van de CHP. De eendracht van de oppositie vormde een toenemende bedreiging voor Erdogan.

Toch brengt de operatie ook risico’s met zich mee. De lira is de afgelopen week flink gedaald, wat problemen kan opleveren voor Turkse bedrijven met schulden in buitenlandse valuta. Bovendien kan het geweld in Turkije zelf oplaaien. In reactie op het offensief riep de PKK zijn strijders op om hun „acties"in Turkije op te voeren, aldus het persbureau Firat, dat banden heeft met de groep.