Opinie

Drink eens thee met een alien

Als minimale verschillen in kleding en huidskleur tussen mensen al zo’n punt zijn, hoe gaan we dan om met buitenaards leven, vraagt

De illustraties bij dit essay zijn gemaakt in een workshop bij NRC met studenten van de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht (HKU).
De illustraties bij dit essay zijn gemaakt in een workshop bij NRC met studenten van de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht (HKU). Illustratie Melissa de Gier / vrij naar Matisse

Nieuwsbericht, 16 oktober 2619

President Philippa Burcht heeft vandaag onder grote belangstelling in Amsterdam het Buitenaards Monument onthuld. Het monument stelt twee verstrengelde figuren voor die per uur van vorm en kleur veranderen om zo de veelvuldigheid van leven in de ruimte te symboliseren.

Het is het laatste van een serie van monumenten die de afgelopen honderd jaar op verschillende planeten zijn geplaatst. In haar toespraak sprak Burcht de hoop uit dat dit beeld „een eind zal maken aan honderden jaren van kolonisatie en achterstelling” en „een begin is van een toekomst van gelijkwaardigheid en opbloeiende relaties”.

Initiatiefnemer Xstrhylr was minder optimistisch: „Natuurlijk ben ik blij dat deze plek er eindelijk is, maar er moet nog veel gebeuren voor de Terranen ons buitenaardsen werkelijk zullen accepteren.

Leven op andere plaatsen dan de aarde is een science fiction-cliché. Inmiddels ontdekken astronomen steeds meer planeten waarop leven mogelijk kan zijn geweest of mogelijk nog leven is. Het lijkt dus een kwestie van tijd tot het first contact – het moment dat wij een planeet met bewoners ontdekken of zij ons. Wat zullen hiervan de gevolgen zijn?

In science fiction ligt het accent gewoonlijk op de ontmoeting met intelligente wezens, die meestal nogal humanoïde aandoen: ze hebben twee benen en twee armen, ademen zuurstof en zijn verdeeld in twee geslachten, al kunnen ze soms wel van sekse wisselen.

Hoe meer ze op ons lijken, hoe vriendelijker ze zijn. Sommige soorten zijn zelfs aantrekkelijk voor mensen, zodat wij verliefd op ze kunnen worden en zij op ons. Naarmate ze meer schubben, tentakels of andere enge attributen hebben zijn ze kwaadaardiger, met het door H.R. Giger ontworpen monster uit de reeks Alien-films (1979-1997) als hoogtepunt.

Slijmerig, met metalen tanden en bijtend zuur in plaats van bloed, moordt deze griezel keer op keer volledige ruimteschipbemanningen uit, totdat het, in elke film opnieuw, door luitenant Ripley verslagen wordt. Naarmate de reeks vordert, wordt steeds duidelijker dat monster en mens verwikkeld zijn in een darwinistische strijd: welke soort overleeft ten koste van de andere? Toch heeft zelfs dit wezen twee benen en twee armen en loopt het rechtop.

Bij dit alles zijn er maar weinig verhalen waarin het buitenaardse wezen in de verste verte niet lijkt op mensen, dieren of zelfs planten. Een zeldzaam voorbeeld is de nevel waar kapitein Janeway en haar bemanning doorheen willen vliegen in Star Trek: Voyager (1995, seizoen 1, afl. 6). Geleidelijk komen ze erachter dat deze wolk een intelligent organisme is; erdoorheen vliegen doet het pijn. Als blijkt dat ze door dit te proberen het merkwaardige schepsel verwond hebben, genezen ze het – goedmoedig als elke Star Trek-crew. Het Star Trek-universum geeft trouwens een beeld van gelukkige multiculturaliteit, althans tussen mensachtige wezens.

Twee scenario’s

In de populaire cultuur lijken er voor het contact met buitenaardse wezens maar twee scenario’s te zijn: respectvolle omgang, zoals in Star Trek, of een harde strijd om het overleven van de soort, zoals bij Alien. Het tweede scenario is meer in overeenstemming met onze aard, leert de geschiedenis. Europeanen en hun afstammelingen hebben een lange geschiedenis van het onderdrukken en uitbuiten van mensen die er anders uitzien of minder technologisch geavanceerd waren dan zij zelf – ze zijn hierin overigens niet uniek.

Niet-Europese volkeren hadden niet ‘onze’ graad van beschaving bereikt, dus kon je ze onderdrukken. Op zoek naar goud werd het rijk van de Inca’s van de aardbodem geveegd. Afrikanen werden massaal tot slaaf gemaakt. Tegenwoordig kunnen jonge Afro-Amerikaanse mannen vrijwel zonder aanleiding door de politie worden neergeschoten, vrouwen van inheemse komaf in de VS en Canada straffeloos verkracht en in Nederland meisjes en vrouwen met hoofddoek lastiggevallen en uitgescholden.

Tot slaaf gemaakte alien

Als zulke minimale verschillen in kleding en huidskleur tussen mensen al zo’n probleem zijn, hoe gaan we dan om met buitenaardse wezens? Het is meer dan waarschijnlijk dat we hen zullen koloniseren en tot slaaf maken.

In Nederland kostte het ons honderden jaren om de slavernij af te schaffen, ruim een eeuw om vervolgens een nationaal monument op te richten en nog langer om excuses te maken, terwijl kans op een goede opleiding of baan niet bepaald gelijk verdeeld is.

En dan laat ik nog buiten beschouwing wat er kan gebeuren met een planeet waar niet-intelligent leven is, of in elk geval geen leven dat de huidige mensheid als intelligent erkent. Er lopen op zo’n andere planeet misschien dieren die we kunnen opeten of tot bont of leer verwerken. Er is misschien vruchtbare grond voor landbouw of er zijn delfstoffen te winnen. Zo lossen we in een klap het honger- en energieprobleem in de wereld op om maar te zwijgen van overbevolking. Wellicht leveren de daar aanwezige planten medicijnen voor nu nog ongeneeslijke ziekten. Mensen zouden daar een nieuwe toekomst kunnen vinden of we zouden op zo’n wereld gevaarlijke, ongezonde fabrieken kunnen laten draaien, bemand door vanaf de aarde aangestuurde robots. Intussen sterven inheemse dieren uit en wordt natuur vernietigd.

Heer der schepping

Bovenstaand scenario lijkt onvermijdelijk als we doorgaan met de wereld als wingewest te zien en onszelf als heer der schepping. Ecofilosofische en -theologische stromingen bepleiten een andere houding: de aarde te zien als liefdevolle moeder, met wie we respectvol moeten omgaan en die we verzorgen.

Andere planeten kunnen in dit verhaal onze tantes worden. Nog moeilijker is de omgang met andere soorten. Hier helpt alleen het elkaar leren kennen, toch maar weer met elkaar theedrinken.

Laten we niet vergeten ook in gesprek te gaan met diegenen die een etnisch egale maatschappij bepleiten. Ze vrezen ‘verdunning’ van de volksaard en moeten wel nachtmerries hebben bij het idee dat we overstroomd worden door blauwe of groene wezens met tentakels of hoorntjes. Overtuig hen dat ‘samen doen’ – als mensen en later wellicht met wezens van een andere planeet – de enige optie is.

Maar hoe gaat het als zij óns het eerst ontdekken? Laten we dan hopen dat ze meer Star Trek dan Alien zijn – anders loopt het slecht met ons af.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.