‘Dit is toch geen kunst?’ klinkt het eensluidend in 5 vwo

Boijmans in de klas Omdat Museum Boijmans Van Beuningen zeven jaar dicht is, komt de kunst naar de klas. Daar blijkt hoe conservatief de kunstopvatting vaak nog is. „Ik vind dit geen kunst, het is meer een grap.”

Zelf een pindakaasvloer leggen, naar voorbeeld van Wim T. Schippers, tijdens de lessen van Museum Boijmans.
Zelf een pindakaasvloer leggen, naar voorbeeld van Wim T. Schippers, tijdens de lessen van Museum Boijmans. Foto Walter Herfst

‘Vinden jullie dit kunst?”, vraagt museumdocent Emily Breedveld (30) aan een 5-vwo-klas van het Wolfert Dalton in Hillegersberg (Rotterdam). Even daarvoor hebben de leerlingen het filmpje Tulips (1966) van Wim T. Schippers gezien. Drie minuten lang hebben ze gekeken naar een vaas met tulpen. Een camera zoomt in, als er een blad valt, zoomt de camera weer langzaam uit. „Nee, ik vind dit geen kunst, het is meer een grap”, antwoordt Abel. De meningen zijn verdeeld of ze hier naar zouden kijken in een museum; als het op YouTube te zien was, zou sowieso niemand ernaar kijken.

Aanleiding voor het filmpje is het project ‘Boijmans in de klas’. Het museum zelf, dat vanwege een grote renovatie de komende zeven jaar dicht is, gaat scholen in (de regio) Rotterdam af om kunst uit het museum in de klas te tonen. Er zijn lessen voor veel verschillende groepen: ‘Beesten van Boijmans’ voor de groepen 1 t/m 4, ‘Babels bouwen’ voor 3 t/m 6, ‘Op reis: de Nederlandse 17de eeuw’ voor groep 6 t/m 8. Voor de middelbare scholen zijn er lessen over conceptuele kunst. Voor komend schooljaar zijn er negentig lessen gepland.

Lees ook: Ingeblikte poep: Manzoni liet zien dat alles kunst kon zijn

De les conceptuele kunst draait om het ‘niets’, en gaat over de vraag of er kunst bestaat die niets voorstelt. Vijftien leerlingen die het vak Cultureel Kunstzinnige Vorming volgen, kijken hoe twee museummedewerkers een sokkel in het middel van de kring zetten. Met handschoenen halen ze voorzichtig iets uit een houten kist: Cadeau van Man Ray. „En dit, vinden jullie dit een kunstwerk?”, vraagt Breedveld terwijl de kinderen kijken naar het strijkijzer met spijkers uit 1921. „Nee, niet echt. Ik zou ook ergens een spijker in kunnen slaan”, merkt Laura op. Sophie duidt de opmerking van haar klasgenoot en legt uit: „Ik vind iets kunst als ik denk dat ik dat niet kan maken. Dit strijkijzer met spijkers is meer een idee.” En kunst moet meer zijn dan een idee, zoveel wordt wel duidelijk bij Sophie: „Een portret maak je niet op basis van een idee of boodschap, maar een portret is echt meer kunst dan zo’n film met tulpen.” Nico vindt ook: „Een concept is niet echt kunst. Het is belangrijk dat iets een object is.”

Erwin Wurm

Al snel is duidelijk dat er aan de museumles over conceptuele kunst genoeg eer te behalen valt, want de scholieren klinken hier als de vroegste critici van surrealistische en conceptuele kunstenaars. Honderd jaar na dato is de kunstopvatting nog stevig in de Romantiek geworteld. Niet dat ze het niet leuk vinden: er wordt geamuseerd gereageerd op een filmpje van Bas Jan Ader uit 1970 waarbij een man vol overtuiging de gracht in fietst.

Enthousiast gaan ze ook zelf aan de slag wanneer ze een bestaand concept moeten uitwerken. In kleine groepjes krijgen ze een opdracht. Drie jongens, de enigen in een klas vol meisjes, moeten naar een idee van de Oostenrijkse kunstenaar Erwin Wurm met drie objecten zelf een kunstwerk maken. Ze pakken een plankje, een meetdriehoek en een verpulverd krijtje. Samen vormen ze volgens de jongens het kunstwerk Surfende paraglider snuift coke, daarmee het concept toch weer figuratief invullend.

De scholieren voeren eveneens een opdracht van de Oostenrijkse kunstenaar Erwin Wurm uit, de bedenker van de one minute sculptures. Ze moeten een positie innemen en één minuut hun adem inhouden, Hold Your Breath and Think of Spinoza. Foto Walter Herfst

Drie meisjes voeren eveneens een opdracht van de Oostenrijkse kunstenaar Erwin Wurm uit, de bedenker van de one minute sculptures. Ze moeten een positie innemen en één minuut hun adem inhouden, Hold Your Breath and Think of Spinoza. Louise gaat zitten. Driekwart minuut houdt ze het vol. „Fuck Spinoza”, mompelt ze wanneer ze opstaat.

Het meeste succes heeft het trio dat met de pindakaas in de weer is. Een van de opdrachten behelst de reconstructie van de beroemde pindakaasvloer van Wim T. Schippers, die voor het eerst in 1962 werd uitgevoerd.

Een van de opdrachten behelst de reconstructie van de beroemde pindakaasvloer van Wim T. Schippers, die voor het eerst in 1962 werd uitgevoerd. Foto Walter Herfst

Pindakaashuis

Wanneer ze de latten waarbinnen de pindakaas gesmeerd moet worden neergelegd hebben, snelt Breedveld naar ze toe. De meisjes hebben de latten in de vorm van een huis gelegd en dat is niet de bedoeling. „Het concept van Schippers dat wij als Boijmans hebben gekocht is een vierkante of rechthoekige vloer. Je kan er nu niet opeens een huis van maken”, waarschuwt ze. Mokkend halen de meisjes de latjes weg om alsnog een keurige rechthoek te smeren.

Lees ook: Het ludieke gedachtengoed van Wim T.

„Belachelijk”, vindt Hilde, „we worden geremd in onze creativiteit. Dat huis hadden we veel leuker gevonden”. „Ja”, vindt ook Juliette, „we hadden bovendien zo’n mooi motto erbij: pindakaas in elk huis.” Maar wanneer ze klaar zijn, kijken ze toch tevreden. Dit hebben ze echt glad gedaan. Strak zelfs. „Dit is toch wel kunst”, vindt Laura. „Ik zou er zelf nooit op zijn gekomen. Wat denk je, zouden we er vormpjes in mogen leggen?”

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.