Opinie

De Europeanen bij de neus genomen

Peter de Bruijn ‘The Italian Job’ bestaat vijftig jaar. De film gaat niet over Brexit en heeft die ook niet voorspeld. Maar hij laat wel iets zien van de hardnekkige Britse romantiek waar Brexit op kan gedijen, volgens Peter de Bruijn.

Peter de Bruijn

Populaire filmklassiekers zeggen vaak veel over hoe een land zichzelf wil zien. Soldaat van Oranje toont Nederland als een natie van vrijheidslievende, dappere avonturiers. The Wizard of Oz is verweven met het Amerikaanse geloof in magische transformaties, in het land van de onbegrensde mogelijkheden. La Grande Vadrouille met Louis de Funès kijkt spottend naar de Franse obsessie met autoriteit en hiërarchie. In het Verenigd Koninkrijk is The Italian Job zo’n eeuwig populaire film, waaraan het nodige valt af te lezen over het Britse zelfbeeld, zeker in tijden van Brexit.

De film bestaat vijftig jaar en was vorige week nog in het nieuws, omdat er eindelijk meer helderheid zou zijn over het fameuze open einde van The Italian Job. De film eindigt letterlijk met een cliffhanger. Michael Caine speelt de Britse variant van een vrije jongen met een stevig Cockney-accent. Met zijn kompanen maakt hij met een spectaculaire kraak een goudvoorraad buit in Turijn (filmopnamen in Londen of Parijs bleken te duur uit te pakken).

Bij hun vlucht door de Alpen komt het busje van de gangsters vervaarlijk over de rand van een ravijn te hangen. De bus blijft nog net in evenwicht met aan de ene kant het buitgemaakt goud, en de gangsters aan de andere kant van de bus. Laatste zin van de film: „Wacht jongens, ik heb een geweldig idee.”

Bij gebleken succes zou er een vervolgfilm zijn gekomen met de ontknoping. Maar omdat The Italian Job het matig deed in het Verenigd Koninkrijk en in de VS flopte, is dat vervolg er nooit gekomen. Dat was op zich al lang bekend, maar toch brak er vorige week weer discussie uit in Groot-Brittannië of zo’n sequel een goed idee zou zijn geweest, nadat de producent de hele geschiedenis nog eens had opgerakeld.

Alles aan The Italian Job, dat pas door de talloze herhalingen op televisie uitgroeide tot klassieker, ademt Britse vaderlandsliefde en de diepgewortelde overtuiging uit heel ander hout te zijn gesneden dan die rare lui op het vasteland van Europa. „Vergeet niet dat iedereen hier aan de verkeerde kant van de weg rijdt”, houdt Michael Caine zijn mannen voor bij de voorbereidingen van de kraak. De lange, spectaculaire achtervolgingsscène met drie Mini Coopers dwars door Turijn is terecht beroemd. De drie autootjes hebben de kleuren van de Britse vlag: rood, wit en blauw.

Ironische camp en gangster-romantiek ontmoeten elkaar in The Italian Job. Noël Coward speelt gangsterbaas Mr. Bridger, die zijn misdaadimperium bestuurt vanuit een gevangeniscel. Die cel heeft hij compleet volgeplakt met foto’s van de nog jonge Britse koningin Elizabeth. De gangsters laten in de film heel expliciet weten te willen „bijdragen aan de Britse betalingsbalans” door uit roven te gaan op het continent („Europa, de gemeenschappelijke markt, Italië”). Ze zijn de underdogs die met bluf en lef zelfs de overmacht van de Italiaanse maffia aftroeven.

Nee, The Italian Job ‘gaat’ niet over Brexit en de film heeft Brexit ook niet ‘voorspeld’. Maar de film laat wel iets zien van de hardnekkige Britse romantiek waar Brexit op kan gedijen.

Peter de Bruijn is filmrecensent.