D66 wil Everhardt als opvolger opgestapte Amsterdamse wethouder Kock

De ervaren Utrechtse wethouder wordt gezien als de ideale man voor de verdere ontwikkeling van de Zuidas. Zijn benoeming moet nog worden goedgekeurd.

De 51-jarige Everhardt is sinds negen jaar wethouder in Utrecht.
De 51-jarige Everhardt is sinds negen jaar wethouder in Utrecht. Foto Julius Schrank

De Amsterdamse fractie van D66 heeft Victor Everhardt dinsdag voorgedragen als nieuwe wethouder financiën in Amsterdam. Hij is de beoogde opvolger van wethouder en locoburgemeester Udo Kock, die vorige maand opstapte in verband met de aanhoudende problemen bij afvalverwerker AEB.

De Amsterdamse gemeenteraad stemt op 6 november over de nieuwe wethouder. Die neemt volgens D66 de volledige portefeuille van Kock over, met naast financiën ook economische zaken, lucht- en zeehaven, deelnemingen, Zuidas en het marineterrein. Het locoburgemeesterschap gaat naar zittend D66-wethouder Simone Kukenheim.

Everhardt is sinds negen jaar wethouder in het stadsbestuur van Utrecht. Daar is hij sinds 2014 ook locoburgemeester en verantwoordelijk voor onder meer de portefeuilles volksgezondheid, werk en inkomen, jeugdzorg en het Utrechtse stationsgebied, dat sinds 2011 grondig gerenoveerd wordt.

Zuidas verder ontwikkelen

D66 ziet Everhardt als de ideale man voor de verdere ontwikkeling van de Zuidas, waar nieuwe voorzieningen zoals scholen, jeugdcentra, sportvelden en een bibliotheek moeten komen. Ook zal hij zich gaan inzetten voor het midden- en kleinbedrijf in de stad.

De Amsterdamse fractievoorzitter van D66, Reinier van Dantzig, wijst op de ervaring die Everhardt meebrengt. „Met Victor hebben we een wethouder die er direct staat”, aldus Van Dantzig. „We hebben er vertrouwen in dat hij met ons het coalitieakkoord verder gaat uitvoeren met aandacht voor de Amsterdamse schatkist en de lokale economie.”

Wanneer Everhardt volgende maand definitief wordt benoemd, zal hij niet naar Amsterdam verhuizen. Twee van zijn drie kinderen zitten op de middelbare school in Utrecht, wat hij als reden noemt om in die stad te blijven wonen. Sinds 2017 is het niet langer wettelijk verplicht om als wethouder te wonen in de gemeente waar je werkt.