CETA-verdrag verliest meerderheid Eerste Kamer

Europees verdrag Het vrijhandelsverdrag tussen Canada en de EU was al grotendeels in werking getreden, maar is nog niet geratificeerd.

De PvdA heeft haar steun ingetrokken voor het vrijhandelsverdrag CETA, dat handelsbelemmeringen wegneemt tussen de EU en Canada. Hiermee steunt niet langer de meerderheid van de Eerste Kamer het Europese verdrag, dat al grotendeels in werking is getreden maar nog door het Nederlandse parlement moet worden geratificeerd. Dat zou dit najaar gebeuren.

Volgens Tweede Kamerlid Kirsten van den Hul (PvdA) moet opnieuw over het verdrag onderhandeld worden, omdat het de belangen van grote bedrijven te veel zou behartigen en er te weinig aandacht zou zijn voor de verdeling van economische groei. Ook zijn eerlijke arbeid, milieu en dierenwelzijn in de ogen van haar partij onvoldoende beschermd: „Het kabinet moet terug naar de onderhandelingstafel. De lat moet en kan hoger.”

De kritiek van de PvdA richt zich vooral op de investeringsarbitrage in het verdrag: een mechanisme dat bedrijven in staat stelt overheden aan te klagen die beslissingen nemen die ingaan tegen gemaakt afspraken of geplande investeringen. In het verleden ging dat via ISDS (Investor State Dispute Settlement), oftewel via tijdelijke arbitragetribunalen, achter gesloten deuren en buiten de reguliere rechtsgang van een land om. In reactie op de publieke onvrede over de macht van bedrijven die was ontstaan, werd ISDS later in EU-verband hervormd tot het ICS: het Investor Court System. Dit is een meer permanent en bovendien openbaar hof. De PvdA vindt echter dat het ICS niet ver genoeg gaat.

Lilianne Ploumen (PvdA) was, als minister van Buitenlandse Handel in Rutte II, in 2015 een van de drijvende krachten achter de totstandkoming van het ICS-hof. Is de PvdA van mening veranderd? Nee, zegt de partij desgevraagd. Een woordvoerder wijst op een Kamerbreed aangenomen motie uit oktober 2016, ingediend door toenmalig PvdA-Kamerlid Jan Vos. De motie roept het kabinet op het geschillenmechanisme niet alleen open te stellen voor bedrijven, maar ook voor maatschappelijke organisaties en vakbonden. Aan die motie zou geen gehoor zijn gegeven.

Het CETA-verdrag trad in 2017 bijna in zijn geheel in werking, ook al moesten de parlementen van de betrokken landen het nog goedkeuren. Circa de helft van de 28 EU-landen moet het verdrag nog ratificeren.

In de vorige kabinetsperiode was de PvdA-fractie nog wel voorstander van het verdrag. In het Europees Parlement onthield de PvdA zich echter van stemming. Ook was nog niet bekend hoe de beide Kamerfracties over het voorstel zouden stemmen.

Eerder werd al bekend dat andere linkse partijen zich tegen het verdrag hebben gekeerd. GroenLinks liet zondag weten dat het met twee boerenbonden optrekt tegen CETA uit vrees voor oneerlijke concurrentie. De gezamenlijke bekendmaking in tv-programma Buitenhof was opmerkelijk, omdat GroenLinks en de boerenorganisaties op onder meer het stikstofdossier lijnrecht tegenover elkaar staan.