Amsterdamprijs voor de Kunst voor Van Haver, Amini en Brandsen

Amsterdamprijs voor de Kunst 2019 De drie winnaars van de Amsterdamprijs voor de Kunst 2019 blinken volgens de jury niet alleen uit in hun kunst, maar ook in maatschappelijke betrokkenheid. „Ze zijn allemaal fucking goed”, aldus de jury.

De winnaars van de Amsterdamprijs voor de Kunst 2019. Van links naar rechts: Raquel van Haver, Ted Brandsen en Aboozar Amini. EVA PLEVIER
De winnaars van de Amsterdamprijs voor de Kunst 2019. Van links naar rechts: Raquel van Haver, Ted Brandsen en Aboozar Amini.

EVA PLEVIER

Door onze cultuurredactie

Schilder Raquel van Haver (1989), documentairemaker Aboozar Amini (1985) en choreograaf/artistiek directeur van Het Nationale Ballet Ted Brandsen (1959) ontvangen de Amsterdamprijs voor de Kunst 2019. Dit maakte het Amsterdams Fonds voor de Kunst dinsdagmiddag bekend. Volgens de jury tonen ze alle drie in hun werk sterke maatschappelijke betrokkenheid. „Ze zijn allemaal fucking goed”, schrijft de jury – bestaande uit juryvoorzitter Simone Weimans, curator en NRC-criticus Hans den Hartog Jager, curator Pieter Verbeke, zakelijk directeur van mugmetdegoudentand Talitha Stijnman en choreograaf Kalpana Raghuraman van Kalpanarts – in het juryrapport. De jury zegt bovendien dat ze zich gezegend voelt met zoveel talent in de stad Amsterdam. Aan de prijzen is per winnaar een geldbedrag van 35.000 euro verbonden.

Raquel van Haver

Van Haver, die de stimuleringsprijs krijgt, maakte dit jaar veel indruk met haar solotentoonstelling in het Stedelijk Museum. Haar doeken zijn gemaakt met dikke lagen olieverf waarin ook bierdoppen, sigarettenpeuken en zelfs oude mobieltjes verwerkt zijn. Ze portretteert de mensen die ze tegenkomt tijdens haar reizen naar Afrika, de Caraïben en Latijns-Amerika – veelal gemarginaliseerde bewoners van townships en favela’s. Bewust schildert Van Haver de verhalen van zwarte mensen, omdat die in de westerse kunstgeschiedenis zo ondervertegenwoordigd zijn. Van Haver is een verbinder, aldus de jury. „Ze verhoudt zich nadrukkelijk tot de wereld buiten Nederland. En ze verwerkt die invloeden op een dusdanige manier in haar schilderijen dat iedere Amsterdammer, met welke achtergrond dan ook, zich met haar werk verbonden kan voelen.”

Lees ook dit interview met Raquel van Haver: ‘Ik zag geen representatie van mezelf’

Aboozar Amini

Datzelfde merkt de jury op voor regisseur Amini, die vorig jaar de openingsfilm had bij IDFA met zijn debuutfilm Kabul, City in the Wind. In deze documentaire toont hij de Afghaanse hoofdstad waar bewoners voor zover mogelijk een normaal leven leiden, waar kinderen een klimrek vinden in een achtergelaten tank. Amini werd zelf geboren in Afghanistan en kwam als veertienjarige met zijn broer naar Nederland. Hij studeerde aan de Rietveld Academie en aan de London Film School. De jury, die hem de categorie Beste Prestatie toekent, prijst hem omdat hij het „ware gezicht van Kabul” laat zien en omdat hij een „verhalenverteller pur sang is en met zijn films toegang tot ‘de ander’ geven”.

Lees ook deze recensie van ‘Kabul, City in the Wind’: Onsentimentele docu over een uitzichtloze situatie

Ted Brandsen

Brandsen wint de categorie Bewezen kwaliteit. Die krijgt hij niet alleen omdat hij choreograaf en artistiek directeur van Het Nationale Ballet is, maar ook omdat hij zich richt op de danswereld eromheen. Hij richtte in 2013 de Junior Company op waar dansers na hun opleiding de overgang naar de beroepspraktijk leren maken, en was in 2016 mede-oprichter van het fonds Dance for Peace. De jury merkt op: „Brandsen ziet daarnaast de urgentie om Het Nationale Ballet te blijven ontwikkelen op het gebied van inclusiviteit, diversiteit, verjonging en digitalisering. Het zijn deze – voor het grote publiek soms onzichtbare maar zeer belangrijke activiteiten en initiatieven – waarvoor de jury hem alle lof wil geven.”

Lees ook dit interview met Ted Brandsen: ‘Ons ballet hoort bij de wereldtop’

In een eerdere versie was juryvoorzitter Simone Weimans niet genoemd. Deze is later toegevoegd