63.000 liter bio-ethanol per uur

Brandstof Europa’s grootste bio-ethanolproducent staat in Rotterdam. Kan Alco de vraag aan nu Nederland deze brandstof moet bijmengen?

Nederlandse tankstation zijn verplicht E10, E5 en B7 aan te bieden – benzine vermengd met bio-ethanol.
Nederlandse tankstation zijn verplicht E10, E5 en B7 aan te bieden – benzine vermengd met bio-ethanol. Foto Novi Zijlstra

Wie aan het einde van de middag bij Alco Energy Rotterdam komt, treft er vrijwel niemand. De productie van bio-ethanol is volledig geautomatiseerd. Aan de kade ligt een binnenschip dat maïs lost, de losse korrels rollen via de lopende band de fabriek in. Deze band vormt over heel het terrein de verbinding tussen de enorme silo’s en opslagruimtes. Een enkele medewerker beweegt zich per fiets tussen de bouwwerken.

Van de vele duizenden tonnen maïs maakt de fabriek dag en nacht bio-ethanol, alcohol uit plantaardige producten: gemiddeld 63.000 liter per uur. „Eigenlijk zijn we een soort bierbrouwerij. Het proces is precies hetzelfde”, zegt Robine Koning, fabrieksmanager bij Alco.

De fabriek in de Rotterdamse Europoort is de grootste producent in Europa, en ze draait op volle capaciteit, nu Nederlandse tankstations sinds deze maand verplicht zijn benzine met bio-ethanol te vermengen, maximaal 10 procent. Met dit benzinetype, E10 geheten, moet de uitstoot van schadelijke stoffen door wegverkeer afnemen.

Goed nieuws voor Alco Energy. En dat terwijl de fabriek drie jaar eerder failliet ging. In 2010 bouwde het Spaanse Abengoa de fabriek in Rotterdam. Het moederbedrijf specialiseerde zich in onder meer biotech en duurzame energie. In 2016 bezweek Abengoa onder een miljardenschuld: te grote ambities en een reeks van overnames kostten het bedrijf te veel geld.

Doorstart

De Belgische Alcogroup nam de fabriek in hetzelfde jaar met twee andere investeerders over en realiseerde een doorstart. De Belgen, die al een vergelijkbare, maar kleinere fabriek in Gent hadden, zagen wel kansen op de Europese markt. Ze zetten er een nieuwe directie neer, en staken 20 miljoen euro in de Rotterdamse fabriek om die tot de meest efficiënte van Europa te maken.

De fabriek draait inmiddels op volle capaciteit en maakt winst: 6 miljoen euro vorig jaar, op 400 miljoen omzet, zo blijkt uit de jaarrekening over 2018. Ook levert het productieproces nagenoeg geen afval op. Als van het zetmeel uit de maïskorrels alcohol is gemaakt, de bio-ethanol, eindigt de pulp in eiwitrijk veevoer. Alco vangt de CO2 die bij de productie vrijkomt bovendien op, waarna het per ondergrondse pijpleiding direct naar het Westland gaat, die de tuinders gebruiken voor het verwarmen van de kassen.

Alco had het tij mee. De Europese Unie besloot in 2009 dat het energiegebruik van lidstaten in 2020 voor 20 procent hernieuwbaar moet zijn. Met het oog op klimaatverandering en te hoge uitstoot door fossiele brandstoffen besloten tal van nationale overheden ook alternatieve energiebronnen te stimuleren.

Om bio-ethanol als alternatief onder de aandacht te brengen, voerde Alco een stevige lobby. Dat deed het samen met onder meer de ANWB en Bovag, de belangenbehartigers van automobilisten, autobedrijven en tankstations. Het doel: Nederland aan de bio-ethanol krijgen. De Tweede Kamer was snel om; in 2017 stemde die ermee in om meer biobrandstoffen in te zetten om zo de emissie van broeikasgassen te verminderen. Per 1 oktober zijn pompstations verplicht benzine aan te bieden waarin tot 10 procent bio-ethanol zit. België, Duitsland en Frankrijk deden dit al eerder.

Klimaatwinst

Alco Eenergy gaat prat op de milieuvriendelijkheid van zijn product en productieproces. „E10 is een stap naar een beter klimaat”, zegt Rob Vierhout, die als lobbyist op het Alco-hoofdkantoor in Brussel werkt.

Lees ook: Hoe duurzaam is biodiesel eigenlijk?

Bij Milieudefensie denken ze daar anders over. De milieuorganisatie verzet zich tegen het gebruik van voedsel als suikerbieten, granen en maïs als brandstof. Beleidsspecialist Ton Sledsens: „Het is helemaal geen goed idee om voedsel in je tank te stoppen.” Grond kan beter gebruikt worden voor andere doelen, vindt hij. Gewassen nemen bij de groei wel CO2 op, maar als je ze daarna verbrandt, komt dat gas ook weer vrij. Sledsens ziet liever dat deze grond gebruikt wordt voor het groeien van bomen – die houden wel CO2 vast.

Alco stelt dat bio-ethanol 1,34 keer meer energie oplevert dan het kost om deze brandstof te maken. Maar, zegt Sledsens: waarom zou je? „Investeringen in producten als E10 vertragen de volledige overgang op écht duurzame alternatieven, zoals elektrisch rijden.”

Martin Junginger, hoogleraar bio-energie en duurzaamheid aan de Universiteit Utrecht, nuanceert dat. „Het is een enorme uitdaging om alle Nederlandse auto’s op elektriciteit te laten rijden voor 2050. Bio-ethanol toevoegen aan benzine is een zinnige bijdrage aan het tegengaan van klimaatverandering. Maar Nederland kan ook nooit volledig op ethanol rijden.”

Alco Energy maakt nu met 110 werknemers 550 miljoen liter bio-ethanol per jaar, goed voor 10 procent van de Europese markt. Vierhout kan niet zeggen hoeveel Alco daarvan in Nederland verkoopt; de klanten zijn oliemaatschappijen en die bepalen uiteindelijk waar de E10 naartoe gaat.

Wel is het zeker dat de Nederlandse markt potentie heeft: van de 8,5 miljoen Nederlandse auto’s, rijden er bijna 7 miljoen op benzine.