‘Wij zijn pion in een geopolitiek schaakspel’

Syrische vluchtelingen in Turkije Syrische vluchtelingen in Turkije staan na de Turkse invasie mogelijk voor de keuze: vertrek naar Noordoost-Syrië of weg naar Europa. „Wij hebben niet om die veilige zone gevraagd.”

Een man fotografeert vanuit Turkije de gevolgen van de Turkse bombardementen bij de stad Ras al-Ain in het noord-oosten van Syrië.
Een man fotografeert vanuit Turkije de gevolgen van de Turkse bombardementen bij de stad Ras al-Ain in het noord-oosten van Syrië. Foto Erdem Sahin/EPA

Naast het Amerikaanse ziekenhuis in de Zuid-Turkse stad Gaziantep zit een schooltje voor Syrische vluchtelingenkinderen verstopt. Achter een metalen deur ligt een kleine binnenplaats, die is versierd met kleurrijke tekeningen en knip-en-plak-werk van de kinderen. Maar op zaterdag is er geen les. De krakkemikkige tafels en stoelen staan op elkaar gestapeld in de hoek.

Een trap leidt naar het kantoor van Abdulghani Salim, een Syrische Palestijn uit Aleppo die al vier jaar in Gaziantep woont en leiding geeft aan de school. „We geven les aan kinderen die niet naar een Turkse school kunnen omdat ze geen verblijfsvergunning hebben”, zegt Salim, een lange man met een stoppelbaard en een walrussnor die bruin is van de nicotine.

De Turkse militaire operatie in Noordoost-Syrië is onder Syrische vluchtelingen in Gaziantep het gesprek van de dag. Salim checkt voortdurend het laatste nieuws op zijn telefoon, dat wordt gedeeld in besloten Facebook- en WhatsApp-groepen voor Syriërs. Want president Erdogan wil in Noordoost-Syrië een ‘veilige zone’ vestigen voor 1 miljoen Syriërs die nu in Turkije wonen.

Erdogan presenteerde het plan tijdens de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in september. Hij wil 140 dorpen bouwen in 10 districten. Elk dorp krijgt duizend huizen met plek voor vijfduizend Syriërs. Daarnaast komen er twee moskeeën, twee scholen, een jeugdcentrum en een sporthal. Kosten: 24 miljard euro. Als de Europese Unie het plan niet steunt, dan dreigt Erdogan de poort naar Europa weer te openen.

Stabiliteit en huizen

Maar de meeste Syriërs in Turkije komen helemaal niet uit het noordoosten. In provincie Gaziantep leven 451.183 Syriërs die voornamelijk uit de noordelijke stad Aleppo komen, van oudsher het economische hart van het land. Zouden ze naar het noordoosten willen verhuizen als het Turkse leger erin slaagt om daar stabiliteit te creëren en huizen te bouwen? Of vertrekken ze liever naar Europa als de druk in Turkije te groot wordt?

Van de tien Syriërs die voor dit verhaal zijn geïnterviewd, is Salim de enige die overweegt om naar de zone te verhuizen. „Als Syrische vluchteling in Turkije met een tijdelijke verblijfstatus heb je niet dezelfde rechten als vluchtelingen in Europa. De meeste mensen kunnen nauwelijks rondkomen en leven van dag tot dag. Als de omstandigheden in het noordoosten beter zijn dan hier, dan zou ik kunnen gaan, ook al kom ik er niet vandaan.”

De meeste geïnterviewden zien het echter niet zitten om te verhuizen naar een regio waar ze geen wortels en familie hebben. „We voelen ons pionnen is een groot geopolitiek schaakspel”, zegt Asem Firjani een man met een dun, zwart snorretje. „Regeringen nemen besluiten over onze hoofden heen. Wij hebben niet om die veilige zone gevraagd.”

Turks offensief in hele grensstreek Noordoost Syrië.

Firjani komt uit de oasestad Palmyra, waar hij werkte als leraar. Toen de terreurgroep Islamitische Staat de stad veroverde, en het befaamd amfitheater en andere Romeinse ruïnes verwoestte, besloot hij te vluchten. Hij woont sinds drie jaar in Gaziantep en klaagt dat hij geen werk kan vinden. Zijn zoon verdient wat geld als dagloner of straatverkoper.

„Turkije gebruikt een humanitair argument om een operatie te rechtvaardigen die te maken heeft met de nationale veiligheid”, zegt Firjani. „Maar het gaat helemaal niet om de veiligheid van Syriërs, het gaat om het terugdringen van de Koerden aan de Turkse zuidgrens. Als Turkije me zou dwingen om naar die veilige zone te verhuizen, dan zou ik naar Europa vertrekken.”

In Turkije groeit het ongemak over de aanwezigheid van miljoenen Syriërs. Het land heeft opmerkelijke gastvrijheid getoond. Maar sinds de economische crisis van vorig jaar, is de stemming rond Syriërs radicaal omgeslagen. Dit was een van de redenen dat Erdogans AK-partij de macht verloor in veel grote steden bij de lokale verkiezingen eerder dit jaar.

De meeste Syriërs in Turkije hebben geen vluchtelingenstatus, maar een tijdelijke verblijfsstatus (kimlik) die hen beperkte rechten geeft. Dit zorgt voor veel onzekerheid. Velen vrezen dat de autoriteiten in de toekomst steeds strenger zullen zijn bij het verstrekken van kimliks en kleine schendingen van de regels zullen aangrijpen om mensen terug te sturen.

‘Als Syriër ben je handelswaar’

„Ze checken gewoon je papieren en als er iets niet in orde is sturen ze je terug”, zegt Sobhi Jahhan, een zakenman uit Aleppo, die twee computerwinkels heeft in Gaziantep. „Als Syriër ben je handelswaar, die gemakkelijk kan worden afgedankt. Als de druk hier in Turkije toeneemt, en ze mensen onder dwang naar die veilige zone gaan sturen, dan ga ik liever terug naar Aleppo dan naar Europa.”

Schoolhoofd Salim denkt dat de meeste Syriërs liever naar Europa vertrekken als ze de kans krijgen. „Het zou een ramp zijn voor Europa als president Erdogan zijn dreigement uitvoert om de poort voor vluchtelingen te openen. Er zijn 3,6 miljoen Syriërs in Turkije. Als de grens opengaat, vertrekt iedereen naar Europa. Het is moeilijk om hier te overleven, veel mensen zullen de kudde volgen.”

Voor de meeste Syriërs in Turkije is het geen optie om terug te keren naar regimegebied zo lang president Assad aan de macht is. Iedereen die in verband kan worden gebracht met de oppositie, loopt het risico in de gevangenis te verdwijnen. Honderden teruggekeerde Syriërs zijn volgens mensenrechtenorganisaties na aankomst opgepakt en gemarteld.

Nabila Al-Ismael uit Aleppo zegt dat veel mensen die zijn achtergebleven nu spijt hebben dat ze niet naar Turkije zijn gevlucht. „Er is geen veiligheid in Syrië, ook niet in Aleppo. De stad staat onder controle van het regime, maar we willen helemaal niet onder Assad leven. Enkele familieleden van mij zijn uit hun huis gehaald en verdwenen. We hebben niets meer van ze gehoord.”