Veteranen moeten ‘onaanvaardbaar lang’ wachten op invaliditeitspensioen

Veteranenombudsman Defensie beschikt over te weinig verzekeringsartsen voor de keuringen van arbeidsongeschikte veteranen, stelt Reinier van Zutphen.

Nationale ombudsman en Veteranenombudsman Reinier van Zutphen.
Nationale ombudsman en Veteranenombudsman Reinier van Zutphen. Foto Koen van Weel/ANP

Veteranen die (gedeeltelijk) arbeidsongeschikt zijn, moeten veel te lang wachten op een beslissing over hun militair invaliditeitspensioen. De officiële termijn van een half jaar wordt „in alle gevallen ruimschoots overschreden”.

Dit constateert Veteranenombudsman Reinier van Zutphen deze maandag in een brief aan minister Ank Bijleveld (Defensie, CDA), met de resultaten van vier maanden onderzoek. Dat veteranen die een Militair Invaliditeitspensioen (MIP) aanvragen „onaanvaardbaar lang” moeten wachten, komt vooral doordat er voor de keuringen te weinig verzekeringsartsen zijn. De Veteranenombudsman, een rol van de Nationale Ombudsman, stelt dan ook voor dat er meer verzekeringsartsen worden aangesteld.

Lees ook Interview met de ombudsman over veteranen met PTSS

Militairen die arbeidsongeschikt raken, bijvoorbeeld doordat ze tijdens een missie een post-traumatische stress-stoornis (PTSS) hebben opgelopen, kunnen invaliditeitspensioen aanvragen bij pensioenfonds ABP. Bij die aanvraag wordt een veteraan gekeurd door een verzekeringsarts, die moet vaststellen in hoeverre de veteraan arbeidsongeschikt is. Hoe minder iemand kan werken, hoe hoger het uiteindelijke pensioen uitvalt.

Tal van klachten

De behandeling van de aanvragen duurt echter zo lang dat veteranen geregeld psychische en soms ook financiële problemen krijgen. Zo meldde het AD half mei dat 115 veteranen op dat moment een conflict hadden met het ministerie van Defensie over hun invaliditeitspensioen. De veteranenombudsman kreeg de afgelopen jaren tal van klachten over het het invaliditeitspensioen en had daarover in maart een gesprek met Defensie en het ABP, dat beloofde extra verzekeringsartsen in te zetten. De ombudsman besloot in mei te beginnen met een onderzoek. Dat is nu afgerond en is maandag aangeboden in een inloophuis voor veteranen in Amsterdam.

Behalve van de stelselmatige overschrijding van de officiële termijn van 180 dagen, hebben veteranen ook last van bureaucratie en onduidelijkheid. Zo hebben arbeidsongeschikte veteranen vaak niet alleen te maken met het ABP, maar ook met het UWV, de uitkeringsinstantie voor de WAO-uitkering. De ombudsman stelt dan ook voor om de keuringen door het ABP en het UWV te combineren tot één keuiring. Verder moet de informatievoorzienig beter, want „het ABP informeert de veteraan onvoldoende over de voortgang of vertraging van de procedure”.