Twijfels of EU Turkije wel in de hand heeft

Sancties De Europese Unie is op zoek naar een manier om Turkije te weerhouden van zijn inval in Noordoost-Syrië en komt met sancties. Maar niet al te zware.

Gevechten tussen Turkse soldaten en Syrische strijders bij de Turkse grens.
Gevechten tussen Turkse soldaten en Syrische strijders bij de Turkse grens. Foto Zein Al RIFAI / AFP

Toen het Turkse leger vorige week Syrië binnenviel en het gevecht aanging met de Koerden moest de Europese Unie spoorslags op zoek naar een strategie. Hoe krijg je greep op een machtige, maar eigenzinnige partner die een militaire operatie begint met mogelijke rampzalige gevolgen – voor de bevolking, voor stabiliteit van de regio en mogelijk ook voor de veiligheid van Europa?

De keuze tussen Turkije en Koerdische strijders in Syrië was uit moreel oogpunt voor veel Europese politici snel gemaakt. De Koerden hebben jaren aan de kant van een westerse alliantie gevochten tegen IS. De Koerden houden IS-strijders en hun vrouwen en kinderen gevangen, tienduizenden mensen in totaal. Daarmee zijn ze van groot belang voor de veiligheid van Europa. Een Turkse inval zou leiden tot een gevaarlijke situatie, meer humanitair leed en zou door de Koerden niet zonder reden als verraad opgevat worden.

Maar het was nog niet eenvoudig om ook in daden vóór de Koerden en tegen Turkije te kiezen. Turkije is een machtsfactor van belang en de EU is met talloze draadjes aan Turkije verbonden – banden die je niet zomaar doorsnijdt, zo blijkt. Turkije is bijvoorbeeld een belangrijke handelspartner, van groot belang voor de opvang van vluchtelingen en voor de strijd tegen IS.

Veel EU-landen zijn ook lid van de NAVO. In het bondgenootschap is Turkije gezien omvang, ligging en de kwaliteit van de krijgsmacht onmisbaar en het geniet in deze zaak ook nog eens de steun van de machtigste NAVO-partner, de Verenigde Staten. Ook op militair gebied is de verwevenheid groot. Eén voorbeeld: Turkije levert het stalen frame van het nieuwe Amerikaanse gevechtsvliegtuig F-35, dat ook door bijvoorbeeld Nederland wordt aangeschaft.

Geen formeel wapenembargo

De EU pakte Turkije uiteindelijk aan, maar niet bijster hard.

Een aantal Europese landen, waar onder Nederland, Frankrijk en Duitsland, besloot op eigen initiatief al tot het opschorten van wapenleveranties. De ministers van buitenlandse zaken van de EU, maandag voor regulier overleg bijeen in Luxemburg, besloten dit voorbeeld collectief te volgen. De EU ging niet over tot een formeel wapenembargo omdat opschorten sneller is, een embargo meestal voorafgegaan wordt door een VN-resolutie én omdat een embargo tot fricties tussen NAVO-bondgenoten zou kunnen leiden.

Een aantal landen wilde hardere maatregelen, zoals het stopzetten van steun die Turkije krijgt met het oog op een eventueel EU-lidmaatschap. Maar daar was geen meerderheid voor. Eén groepje EU-landen wilde de inval in eerste instantie zelfs niet eens formeel veroordelen, maar liet zich daartoe uiteindelijk wel overreden.

Het opschorten van wapenleveranties was dus het hoogst haalbare, maar is een zeer bescheiden ingreep. Verreweg de grootste leverancier aan Turkije zijn de VS, gevolgd door Zuid-Korea. Daarna pas komen Duitsland en Italië.

De bijeenkomst in Luxemburg was voorafgegaan door een ontmoeting tussen president Emmanuel Macron en bondskanselier Angela Merkel, zondagavond in Parijs. De Franse president riep op tot Europese eensgezindheid. Merkel hekelde de humanitaire gevolgen van de inval maar erkende ook dat Turkije het recht heeft om voor zijn eigen veiligheid op te komen. De kanselier had in een telefoongesprek van een uur geprobeerd Erdogan te overreden de militaire campagne te staken. De twee belangrijkste EU-leiders waren eensgezind in hun afkeer, maar Erdogan ging er schouderophalend aan voorbij.

Van de VN-Veiligheidsraad had Erdogan ook niet meteen iets te duchten. De EU-landen in de raad veroordeelden vorige week de inval. De VS wilden toen niet zo ver gaan. Dat was een nieuw schouwspel. De afgelopen jaren stonden EU-landen en de VS steevast schouder aan schouder tegenover Rusland als het in de raad om Syrië ging. Nu stond de EU alleen.

In de NAVO leidt de Turkse opstelling ook tot frictie en discussie, maar ook aan die discussies kan Erdogan vooralsnog eenvoudig voorbijgaan. Op de derde dag van de veldtocht kreeg Turkije bezoek van secretaris-generaal Jens Stoltenberg. Die hekelde de inval, maar hij lauwerde Turkije ook als belangrijke NAVO-partner. Maandagmiddag moest Stoltenberg zijn aanpak verdedigen op een bijeenkomst van de parlementaire assemblee van de NAVO. De conservatieve Franse senator Christian Cambon (Les Républicains) zei verrast te zijn over de toon van Stoltenbergs verklaring en suggereerde dat Stoltenberg zo mild was geweest om Trump ter wille te zijn.

De verwevenheid tussen de EU en Turkije en het NAVO-lidmaatschap betekent ook dat Turkije steeds moet afwegen in hoeverre het zijn belangen schaadt om tegen de EU of zelfs de VS in te gaan. Vooralsnog is Erdogan niet onder de indruk. En als de EU er niet voor kiest om Turkije hard aan te pakken is dat impliciet ook een keuze tegen de Koerden – hoe welgemeend die adhesiebetuigingen ook zijn.