Rutte: Koning mag zelf weten hoe hij vergoedingen besteedt

Paleisinboedel Allerlei vergoedingen die de koning ontvangt, ook die voor meubels en onderhoud, mag hij naar eigen inzicht besteden, schrijft premier Rutte aan de Tweede Kamer.

Paleis het Loo.
Paleis het Loo. Foto Koen van Weel/ANP

De vergoedingen die het staatshoofd al ruim dertig jaar ontvangt voor het onderhoud van de paleisinventarissen hoeft hij daar niet aan te besteden. Datzelfde geldt voor alle andere kostenvergoedingen die Willem-Alexander jaarlijks ontvangt. De bedragen – dit jaar bijna 5 miljoen euro – zijn in de jaren zestig „indicatief” vastgesteld op basis van de toenmalige uitgaven van het Koningshuis, maar dragen inmiddels het karakter van een „lump sum”.

Dat staat in een brief van zeven kantjes die premier Rutte maandagavond laat naar de Tweede Kamer stuurde. Aanleiding voor de brief zijn publicaties in NRC over de dubbele uitgaven door het Rijk aan de inventarissen van de paleizen. Die zijn in de jaren tachtig aangekocht door de overheid, terwijl het staatshoofd ondertussen recht bleef houden op een jaarlijkse kostenvergoeding voor het onderhoud van de meubels. Die bedroeg dit jaar circa 320 duizend euro. Het onderhoud van de paleisinventarissen wordt sinds de overname betaald door het Rijk.

‘Historische kostensoorten’

Rutte schrijft dat het bedrag van bijna 5 miljoen dat Willem-Alexander jaarlijks ontvangt voor allerhande kosten is gebaseerd op een „indicatieve optelsom van historische kostensoorten uit de jaren zestig”. Volgens hem is de onderbouwing van dit bedrag sinds 2008 niet meer relevant.

„De historische en tijdgebonden herkomst van de oorspronkelijke, historische onderdelen van ruim een halve eeuw eerder is door de wetgever definitief en volledig losgelaten”, schrijft Rutte aan de Kamer. Joost Sneller (D66) had de premier om opheldering gevraagd. De Rijksvoorlichtingsdienst wilde vorige maand niet antwoorden op een aantal gedetailleerde vragen van NRC hierover.

De premier legt in de brief ook uit hoe het kan dat in een ambtelijk stuk in 2015 nog werd vastgesteld dat de koning wel degelijk geld ontvangt voor het onderhoud van de paleisinventarissen. Die opmerking was „per abuis”, aldus Rutte.

Uit onderzoek door NRC bleek vorige maand dat de toenmalige premier Dries van Agt (CDA) eind jaren zeventig akkoord ging met de aankoop van de paleis-inventarissen, onder voorwaarde dat de vergoeding die het staatshoofd voor het onderhoud daarvan ontving, zou worden afgebouwd. Dat is niet gebeurd, schrijft Rutte: „Na overleg tussen de betrokken ministers werd dit voorstel in mei 1979 niet overgenomen.” Dit is volgens hem „niet onlogisch”, omdat het voorstel „tijdens de ambtelijke voorbereiding niet kon rekenen op ieders instemming” en omdat er „misverstanden” bestonden over „de gehanteerde cijfers en begrippen”.

Lees ook: Twee keer betalen voor meubels van Lodewijk

De premier gaat in de brief ook in op een andere bevinding van NRC, namelijk dat er meubels zijn aangekocht van de Oranjes die ooit door de Staat zijn bekostigd. Dat klopt, schrijft hij aan de Kamer. „Een sluitende identificatie en reconstructie van de herkomst van alle individuele meubelstukken behoort, gelet op lacunes in de beschikbare gegevens en het verschillende karakter van bronnen feitelijk niet meer tot de mogelijkheden.”

Onduidelijk blijft vooralsnog hoe het kan dat de Kamer nooit op de hoogte is gesteld van de aankoop van de paleisinventarissen en de implicaties daarvan voor de kostenvergoedingen die aan de Oranjes worden overgemaakt. Voor de huisraad uit de paleizen Noordeinde, Huis ten Bosch en Het Loo betaalde de overheid in de jaren tachtig zo’n 20 miljoen gulden aan prinses Juliana. Dat bedrag heeft nu een waarde van zo’n 17 miljoen euro.