Opinie

Ik hoop dat Aboulouafa de weg van de meeste weerstand kiest

‘Ik gun de politie zijn Aboulouafa’s zeer’ – het publieke optreden van de geschorste politievrouw dwingt bij Piet van Reenen groot respect af, in de Veiligheidscolumn.

Fatima Aboulouafa, politiechef Leiden
Fatima Aboulouafa, politiechef Leiden Photo & Copyright ROGER CREMERS

Fatima Aboulouafa lijkt me een stevige vrouw. Een vrouw met idealen die bij de politie horen: een groot rechtvaardigheidsgevoel en de bereidheid om naar voren te stappen waar anderen een stap terugdoen; een van de slogans van de Nationale politie.
Ze kwam naar de Randstad, waar politiewerk heftiger is. De cultuur is er harder, de humor botter, de tegenstellingen groter. Wie heeft meegemaakt dat je politiebureau wordt belegerd en bekogeld, wie multiculturaliteit in zijn schoonheid maar ook in zijn conflict-geladen rauwheid heeft meegemaakt, wie zijn collega’s verdachte van misdrijf heeft zien worden, kijkt anders de wereld in dan anderen.

Moed

Fatima is naar voren gestapt, maar nu binnen de politie, en heeft zich uitgesproken over discriminatie binnen de eenheid. Ze stapte eerst naar de leiding en toen ze daar onvoldoende gehoor vond, zocht ze de openbaarheid. Dat vraagt nogal wat moed. Loyaliteit aan de organisatie waarin je jaren hebt gewerkt en met mensen waarmee je een sterke band hebt opgebouwd is een krachtig bindmiddel. Het disciplineert ook. Ambtelijke geheimhoudingsplicht en professionele loyaliteit versterken elkaar. Naar buiten gaan om te protesteren vraagt dus moed en het vormt ook een risico, het risico van kritiek, van frontvorming en van uitsluiting.

Een klokkenluider maakte de NRC van haar. Misschien is die kwalificatie een vondst van de koppensneller van de NRC, net als de passage in de kop: “ik heb een paar mannen pissed off gemaakt”. Verkoopt goed, maar Fatima heeft iets anders gedaan, ze heeft een paar taaie misstanden aan de orde gesteld: vooroordelen en discriminatie en daarnaast ontwijkend leiderschap. Ik weet niet of de kwalificatie klokkenluider voor Aboulouafa terecht is. Maar ik houd mijn hart vast. Klokkenluiders zijn immers op weg naar de uitgang van de organisatie en vaak vergaat het ze slecht. Ik gun de politie zijn Aboulouafa’s zeer.

Lange adem

Hirschman schreef in 1970 zijn beroemde studie “Exit, Voice and Loyality”. Die ging over de vraag wat je kunt doen wanneer je trouw aan een organisatie op de proef wordt gesteld. Protesteren of weggaan zijn de twee hoofdrichtingen. Loyaliteit, het bindmiddel, bemoeilijk weggaan(exit), en activeert “voice”. In de praktijk gaat het niet om de tweedeling maar meer om het subtiele spel, over het vinden van effectieve combinaties van protest en loyaliteit en af en toe het gebruik van de optie van weggaan. De onrust die ontstond bij collega teamchefs door het optreden van Aboulouafa, laat zien dat ze tegen de grens van de aanvaarding binnen de organisatie aanloopt. Het is een kunst, het vraagt veranderkundige brille om met de hardnekkige discriminatie om te gaan en om loyaliteit en protest te combineren tot een strategie. Het is niet alleen een kunst in dit geval, het vraagt een heel lange adem. Als dat doet, als je hervormer wilt zijn doe je dat binnen de politie. Dat kan zomaar te veel gevraagd zijn, maar eigenlijk hoop ik dat Aboulouafa die weg kiest, de weg van de meeste weerstand . Maar ik heb gemakkelijk praten.

Ongeneeslijk

In de jaren zeventig was het bureau Warmoesstraat het moeilijkste bureau van Amsterdam. Een politieman die daar werkte meldde me destijds dat je daar binnen een paar jaar verloederde; ongeneeslijke vooroordelen tegen Surinamers, snel met geweld, informele praktijken die het daglicht niet konden zien en vormen van corruptie. Het lukte districtschefs en hun inspecteurs soms om een einde te maken aan die praktijken, steeds ten koste van vrije tijd, van vakanties, van populariteit. Het bracht grote eenzaamheid en soms bedreiging. En steeds bleef de kans op nieuwe neergang aanwezig. Het zijn steeds de bureaus in de moeilijkste wijken waarin het grootste risico voor politiemensen schuilt. Sommige werkomgevingen zijn zo moeilijk, dat ze soms vormen van verharding en soms ook corruptie als nevenproduct hebben. De politieliteratuur zit er vol mee. Het gevecht tegen discriminatie, vooroordelen en non-integriteit is een lastige en ook een voortdurende.

Excessief

Maar ook als je die strijd niet wilt aangaan, als je het compromis te slap vindt en besluit te vertrekken is er hoop. In de jaren tachtig waren er twee jonge inspecteurs in Amsterdam, vrienden, die gewetensbezwaren hadden tegen het politieoptreden bij de Nieuwmarktrellen. De ene inspecteur hielp de kraakbeweging met het verzamelen van klachten, juridisch advies en het doen van aangifte tegen politiemensen die excessief geweld gebruikten, de ander maakte deel uit van het klachtenbureau van de politie zelf was ingesteld. Beiden protesteerden tegen dat geweld. Ze namen ontslag en wierpen zich op hun studie rechten en sociale psychologie.
Jan Naeye werd hoogleraar strafrecht en was tot zijn emeritaat bezig met politiegeweld en de juridische aspecten van politiewerk, gerespecteerd binnen de politie. Jaap van der Steen, ging onderzoek doen naar politieoptreden bij conflicten en ontwierp uiterst effectieve trainingen in conflictbeheersing voor de politie. Beiden worden binnen de politie al lang weer zeer gewaardeerd. Ook wanneer je bezwaren zo sterk zijn dat je besluit de politie te verlaten, kun je een effectieve hervormer worden. Dat geldt ook voor Fatima Aboulouafa. Fatima, wat je ook kiest: ik heb groot respect voor je.

Piet van Reenen was politieman, onderzoeker, directeur van de Politieacademie en hoogleraar politie en mensenrechten. De Veiligheidscolumn wordt geschreven door experts uit de politiewereld.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.