Hoe de Libor-fraude tot een revolutie leidt in renteland

Referentierentes Honderden miljarden aan financiële producten zijn gebaseerd op rentebenchmarks als Euribor. Sinds de fraude met Libor wordt gewerkt aan betrouwbare alternatieven. De impact ervan is misschien wel groter dan die van de Brexit.

De meestgebruikte referentierente in de wereld is de Libor, die in Londen wordt vastgesteld.
De meestgebruikte referentierente in de wereld is de Libor, die in Londen wordt vastgesteld. Foto iStock

-0,467. Dat getal was afgelopen vrijdag, 11 oktober, het tarief van de Europese referentierente Eonia, voluit de Euro overnight index average, het nachtelijk euro-indexgemiddelde. Het is een getal dat weinigen buiten de financiële sector iets zal zeggen, en tegelijkertijd is het een van de belangrijkste tarieven die Europa kent. Op Eonia en zijn private zusje Euribor baseren Europese financiële instellingen al hun eigen rentes, op leningen tussen banken onderling, op leningen aan bedrijven, op sommige hypotheken.

Deze zogenoemde referentie- of benchmarkrentes vormen de motor van het financiële stelsel. En juist die rentes zijn fundamenteel aan het veranderen.

Een operatie groter dan de Brexit, zegt een financieel specialist. Ingewikkelder dan de invoering van de euro, zegt een ander. En even ongewis in haar impact als de millenniumbug, die rond de eeuwwisseling computers wereldwijd dreigde plat te leggen. Mislukt de grootschalige operatie om enkele van ’s werelds belangrijkste rentetarieven te hervormen, dan komt het financiële stelsel tot stilstand. Lukt het wel, dan merkt bijna niemand er iets van.

Vijf vragen over deze revolutie in renteland.

1 Wat zijn die rentebenchmarks precies?

Rentebenchmarks zijn een afspiegeling van de gemiddelde marktrente. Ze ontstonden eind jaren zeventig, toen de vraag naar heel grote leningen toenam. De vraag daarbij was hoe de rente vast te stellen. Een vaste rente was geen optie bij hoge bedragen met een langere looptijd: het risico voor banken werd te groot, omdat hun eigen kosten voor geld elke dag variëren. Het moest dus een variabele rente worden, maar hoe stel je die vast?

Een Griekse bankier in Londen, Minos Zombanakis, kwam met een oplossing. Hij hielp de Iraanse regering aan een lening van tientallen miljoenen door een aantal financiers samen te brengen. Om de rente te berekenen vroeg hij de betrokken banken regelmatig door te geven wat hun eigen leenkosten waren. Voor bepaling van de rente voor de Iraanse lening werd daar om de zoveel tijd een gemiddelde van genomen. Een nieuw financieel instrument was geboren: de rentebenchmark.

Sindsdien zijn rentebenchmarks essentieel gereedschap geworden voor de financiële wereld. De internationaal meest gebruikte is de Libor, die in Londen wordt vastgesteld. Rabobank levert daar gegevens voor aan.

In Europa is voor 120.000 miljard euro aan financiële producten gekoppeld aan de Euribor, zoals rentederivaten, bedrijfsleningen en hypotheken. Vanuit Nederland draagt ING bij aan die rentebenchmark.

Referentierentes zijn er voor verschillende looptijden, waardoor ze zowel voor kortlopende als voor langlopende leningen kunnen worden gebruikt. In Europa wordt nu nog voor leningen met de looptijd van één nacht (overnight) gebruikgemaakt van Eonia. Van Euribor zijn versies met rentes voor looptijden van één week tot één jaar. Die vormen samen de rentecurve: de prijs van geld gespreid over de tijd.

2 Wat was het probleem met de oude benchmarks?

De huidige referentierentes werden voorheen bepaald op basis van quotes die een aantal banken ’s ochtends doorgeven aan een beheerder. Zij geven daarbij aan hoeveel rente zij op dat moment dénken te rekenen aan andere banken, mochten die om een lening vragen. De laagste en hoogste quotes worden weggestreept, en het overgebleven gemiddelde vormt dan de Libor of Euribor.

In 2012 bleek dat met de quotes gesjoemeld werd. Werknemers van banken bleken te hoge of te lage quotes door te geven, al naar gelang dat beter uitkwam voor hun eigen portefeuille, en spelers bleken de quotes met elkaar af te stemmen. Verschillende banken zijn vervolgd voor het schandaal, dat de ‘Liborfraude’ is gaan heten. In Nederland kreeg Rabobank een boete van 774 miljoen euro van de Amerikaanse, Britse en Nederlandse autoriteiten voor zijn aandeel in de fraude.

Lees meer over de Libor-fraude bij Rabobank: Rabo’s ‘Stairway to Heaven’ in de City liep dood

Banken waren vervolgens veel minder happig om mee te doen aan de benchmarkpanels, waardoor die zich moesten baseren op steeds minder quotes. Voor Euribor zakte het aantal panelbanken van ruim veertig naar nu achttien. Bovendien droogde intussen het aantal leningen tussen banken onderling op, door het wantrouwen na de grote crisis, nieuwe liquiditeitsvereisten voor banken en door het ruime opkoopbeleid van de Europese Centrale Bank. Benchmarks gebaseerd op interbancaire leningen zijn daardoor niet langer een goede afspiegeling van de echte gemiddelde marktrente.

3 Wat verandert er nu aan de rentebenchmarks?

Na de Liborfraude kreeg de Financial Stability Board, een club van internationale toezichthouders, van de G20 opdracht een veiliger, stabieler en fraudebestendiger alternatief uit te werken voor de interbancaire rentes. Anders dan het oude systeem met quotes zouden nieuwe rentes tot stand moeten komen op basis van werkelijke transacties tussen banken. Dat geldt zowel voor de ultrakorte rente die banken elkaar rekenen, als voor de langere contracten, van een week tot een jaar.

Sinds begin deze maand tot eind 2021 zal de oude ultrakorte rente, Eonia, door de Europese Centrale Bank vervangen worden door €STR (spreek uit: Euro-STR). De ECB stelt deze een-nachtsrente ook vast en beheert die.

€STR komt tot stand op basis van tarieven die Europese banken berekenen voor overnight financieren zonder onderpand. Dat betreft niet alleen leningen tussen banken onderling, maar bijvoorbeeld ook eennachtsfinanciering vanuit verzekeraars, pensioenfondsen en multinationals. Het reservoir aan transacties waarop de nieuwe rente gebaseerd is, is dus veel groter dan die voor de oude rente.

De eerste notering van €STR, op 2 oktober, was gebaseerd op 432 transacties de dag ervoor, uitgevoerd door 32 banken, en met een totaal volume van 36 miljard euro. Sindsdien is er dagelijks een tarief tot stand gekomen, gebaseerd op transacties van zo’n dertig banken en gemiddeld 32 miljard aan leningen. Deze methode moet een stabieler en minder fraudegevoelig tarief opleveren.

Voor rentecontracten met een looptijd van een week tot een jaar is de Euribor van belang. Ook die werd tot nu toe gebaseerd op quotes van een panel van banken. En ook die gaat veranderen.

Net als €STR wordt Euribor per half oktober zo veel mogelijk gebaseerd op echte transacties, en niet meer alleen op quotes. Anders dan bij €STR gaat het dan wel alleen om leningen die banken elkaar onderling verstrekken. Het probleem daarbij blijft dan ook dat het panel dat die transacties aanlevert nog steeds uit niet meer dan achttien banken bestaat.

Om dat te ondervangen is de nieuwe rekenmethode van Euribor hybride: als er op een bepaalde dag te weinig onderlinge banktransacties zijn, kan worden teruggevallen op transacties van bijvoorbeeld een dag eerder. Als ook dat geen tarief oplevert, kan de oude methode van quotes worden gebruikt.

Zo moeten iedere dag tarieven ontstaan voor leningen met rentelooptijden van een week tot een jaar. Deze methode is goedgekeurd door de Europese toezichthouders, waarmee het voortbestaan van Euribor als benchmark voorlopig is gewaarborgd.

4 Is deze dubbele herziening genoeg of moet er nog meer gebeuren?

Voorlopig is het genoeg, maar het werk is nog niet gedaan. Want hoewel het nieuwe systeem al veel robuuster is dan het oude, moet er ook gewerkt worden aan een wettelijk verplichte terugvaloptie, voor het geval Euribor geen betrouwbaar tarief oplevert. Vergelijk het met de stroomvoorziening van een ziekenhuis: als daar de elektriciteit uitvalt, moet er een noodaggregaat klaarstaan dat ervoor zorgt dat alles gewoon blijft draaien.

Sinds 1 januari 2018 zijn ook financiële instellingen verplicht een ‘noodaggregaat’ te hebben voor de bestaande rentebenchmark. Dat tarief doet contractueel hetzelfde als de weggevallen rente, om te voorkomen dat het financiële stelsel tot stilstand komt.

Voor het ontwikkelen van deze terugvaloptie en de vervanger van Eonia hebben de Europese Commissie, de ECB en de Europese Autoriteit voor Effecten en Markten een werkgroep geformeerd. Binnen deze werkgroep, voorgezeten door ING, werken in totaal 81 Europese partijen – banken, verzekeraars, toezichthouders, regelgevers – aan deze klus, die uiterlijk in 2022 afgerond moet zijn. De meest logische variant die daar uitgewerkt wordt, is een rentecurve die gebaseerd is op de nieuwe overnightrente €STR. Die moet dan wel via allerlei complexe berekeningen worden omgevormd naar rentes met langere looptijden dan één nacht.

Uiteindelijk is het de bedoeling dat €STR „een diepe, liquide markt zal worden waarop veel rentederivaten gebaseerd zijn”, zegt Aerdt Houben, divisiedirecteur financiële markten van De Nederlandsche Bank. Halverwege volgend jaar wordt daarin een belangrijke stap gezet, als twee grote clearing houses, die banktransacties afhandelen, overgaan op de nieuwe €STR-rente.

5 Wat zijn de consequenties voor klanten en de banken zelf?

Volgens Marjoleine de Jong, die namens ING in de rentewerkgroep zit, kan de omschakeling van referentierentes meer impact hebben op de financiële wereld dan de omschakeling naar de euro. Zo moeten hypotheekverstrekkers contact opnemen met iedere klant die een flexibele hypotheektarief heeft dat is gebaseerd op Euribor. Het contract dient te worden aangepast, zodat de eventuele terugvaloptie wordt opgenomen voor het geval dat Euribor ophoudt te bestaan. Hetzelfde geldt voor verstrekkers van kredieten aan bedrijven.

De wijziging van tarief mag geen financieel nadeel opleveren voor een van beide partijen. Van een simpele omzetting is daardoor geen sprake. Voor elk contract moet bedacht worden of compensatie nodig is.

Ook financiële instellingen als pensioenfondsen, die gebruikmaken van de referentierentes voor de berekening van de waarde van rentederivaten, krijgen werk. Ze moeten hun ict-systemen aanpassen zodat die niet vastlopen bij de omschakeling naar een ander tarief. Clearing houses moeten uitzoeken of klanten extra onderpand moeten storten of juist iets terug moeten krijgen, als de waarde van hun producten verandert door de omschakeling.

Nu sinds begin deze maand €STR live is kunnen alle partijen aan de slag. In Nederland houdt de toezichthouder op de financiële markten, de AFM, in de gaten of iedereen zich goed voorbereidt en of de voorlichting aan klanten voldoet. De deadline is 1 januari 2022: dan mogen de oude onbetrouwbare rentebenchmarks als Eonia definitief niet meer gebruikt worden.

De rentebenchmarks zijn momenteel negatief. Lees onze antwoorden op lezersvragen over de negateve rente.