Opinie

Geflipt

Marcel van Roosmalen

Tiel ligt in Gelderland, maar ook lekker centraal. De stad afficheert zich als ‘Fruitstad aan de Waal’. Dat is een keuze. De mascotte van Tiel is een overblijfsel van de jamindustrie: Flipje, een mannetje met het lijfje van een framboos en armen van rode bessen.

Flipje was zaterdagmiddag zo nadrukkelijk vaak aanwezig in het stadje dat je bijna een hekel aan het mannetje zou krijgen. Het was de eerste dag van het jaarlijkse smartlappenfestival. Koren uit het hele land waren naar Tiel gekomen om er het leven van zich af te zingen. De veelal oudere zangers stonden in de stromende regen, de inwoners zaten achter het glas van de cafés het gebodene van commentaar te voorzien.

De bezoekers van café Bliss aan het Plein hadden duidelijk geen zwak voor vrouwen op leeftijd die het meisje in zichzelf vrij baan geven. Ze vonden de artiesten maar vreemd.

„Komen die uit Amsterdam, zeker?”, vroeg een vrouw, die aan een tafeltje een sandwich met kruidenkaas en zalm zat te eten. Ze keek uit op de achterwerken van een gemengd koor.

„Nee, Woudenberg, hoorde ik”, zei de man tegenover haar, die mistroostig voor zich uit keek.

„Zo’n reet, en dan zo’n rokje. Ben je ook zestig.”

„Ja,” zei de man, „dat kan natuurlijk ook.”

„Neehee,” zei de vrouw, terwijl ze met een servet haar mond afveegde, „dat kan juist niet.”

De man: „Dan niet.”

Buiten werd ondertussen ‘Een teken van leven’ van Corry Konings ingezet. Het ging harder regenen, de artiesten gingen er harder van zingen, hetgeen het geheel een extra dramatische touch gaf.

Mooie tekst wel:

Een teken van leven

doet mensen vergeten

hoe eenzaam ze zijn.

Toen ze klaar waren klapte er niemand, maar ze maakten toch een buiging. De dirigent deelde regenponcho’s uit en zei: „Ondanks alles toch goed gedaan.”

Twee dames kwamen het café binnen, ze vroegen vriendelijk aan de bar of ze naar het toilet mochten. Het mocht, de rest van de groep wachtte keurig buiten.

„Blaasontsteking”, constateerde de vrouw die een laatste hap van haar sandwich nam. „Ga als bejaarde anders even in een korte rok buiten staan zingen, de wind kan overal bij. Of niet?”

De man tegenover haar mompelde ‘knettergek’, het kwam er geroutineerd uit, alsof hij wel vaker iets ‘knettergek’ moest vinden. Ik had bij het schrijven van dit stukje de neiging om ‘knettergek’ te veranderen in ‘geflipt’, vanwege Flipje.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.