Opinie

Gedeputeerde Kramer had niet moeten zwichten voor boeren

Binnenlands Bestuur

Commentaar

Op maandag daadkrachtig je handtekening zetten onder een kloek provinciaal stikstofbesluit, maar dat dezelfde week op vrijdag alweer schriftelijk intrekken omdat een groepje boze boeren „het zat” is. Dat deed gedeputeerde Johannes Kramer (Fryske Nasjonale Partij) van de provincie Friesland afgelopen week. Bij nader inzien was de „communicatie met de boeren over de beleidsregels inderdaad niet voldoende geweest”. En nu willen gedeputeerden deze maandag met de boeren gaan praten om „draachflak” te krijgen voor het beleid. Woensdag volgt waarschijnlijk een spoeddebat in Provinciale Staten. Vanuit het kabinet worden de wenkbrauwen gefronst. De Friese maatregel was onderdeel van een uitwerking die alle twaalf provincies geven aan eerder deze maand verstuurde kabinetsbrief over de terugdringing van stikstofuitstoot.

Maar de vraag is: wat dacht Kramer eigenlijk? Dacht hij dat je als provinciaal bestuurder zonder overleg met de Staten kon besluiten om ongebruikte stikstofrechten van landbouw over te hevelen naar niet-boerenbedrijven? Dacht hij dat het handiger was om achteraf draagvlak te krijgen bij de door de maatregel getroffen sector? Dacht hij bovendien dat je met een pennenstreek een maatregel kunt nemen die veel burgers treft, en dan bij een beetje tegenwind dat met een andere pennenstreek, die wederom vele burgers, maar andere, treft, ongedaan kan maken? En dan doorgaan met besturen alsof er niks gebeurd is? Dacht hij dat dát behoorlijk bestuur is?

Vicepremier Hugo de Jonge (CDA) oordeelde vrijdag voorzichtig dat de Friese gang van zaken „bijzonder” was. Hij verwees naar afspraken met de provincies dat er eerst een wetswijziging moet komen voordat stikstofrechten van boeren kunnen worden gebruikt in een andere sector.

Nu komt het wel vaker voor dat voorgestelde wet- of regelgeving door bestuurders wordt ingetrokken. Soms is daar echter een goede reden voor. Zo trok dit kabinet een ouder wetsvoorstel voor kraamverlof in, omdat in het regeerakkoord een verdergaande maatregel voor ‘geboorteverlof’ was afgesproken. Ander voorbeeld: minister Bruno Bruins (Medische Zorg, VVD) trok vorige week na een opstand onder verpleegkundigen het wetsvoorstel BIG II in. Die wet moest onder meer door invoering van zogenoemde ‘regieverpleegkundigen’ boven de gewone verpleegkundigen meer „functiedifferentiatie” in de pleegzorg brengen.

Het intrekken van de wet is zeker een nederlaag voor de bewindsman. Maar in dit geval is de schade beperkt: de voorstellen voor ‘functiedifferentiatie’ kwamen onder Bruins’ voorganger uit de sector zelf. En hij kwam pas na een externe evaluatie tot het intrekkingsbesluit. Zo wordt het bestuur transparant gemaakt.

Maar het elastieken bestuurlijke gedrag van de Friese gedeputeerde Kramer is een loepzuiver voorbeeld van onbehoorlijk bestuur. Burgers hebben het recht op transparant bestuur dat weloverwogen volgens bestaande processen van inspraak en democratische controle tot stand komt. De beide besluiten die Kramer nam, eerst om een maatregel te nemen en een paar dagen later om die weer in te trekken, voldeden niet. Dit alles is des te pijnlijker omdat de indruk ontstaat dat in Friesland de trekker regeert. En dat is een verkeerd signaal nu overal boeren zich kennelijk opmaken om het land deze week weer plat te leggen.

De boodschap moet zijn: heel Nederland moet bijdragen aan de oplossing van het stikstofprobleem. Júíst ook de landbouw, die bijna net zo veel stikstof uitstoot als alle andere sectoren samen.

Lees ook: Ook provincie Drenthe trekt stikstofregels in na boerenprotest