Foto Tessa Posthuma de Boer

‘Een vrouw moet zich gehoord voelen’

Doula Catharina Ooijens (63) kreeg twee miskramen. Nu is zij doula en staat ze vrouwen voor en tijdens de bevalling bij. „Ik heb zelf destijds niet kunnen zeggen: nee stop, of: het kan anders.”

Ze was pas 15 toen ze zwanger raakte. De schok was groot. Catharina Ooijens (63) weet het nog goed; thuis waren ze boos. Natuurlijk, ze was jong. Haar moeder bleek ook in verwachting. En tussen haar ouders ging het slecht.

Lang duurde de zwangerschap niet. Na tien weken kwam er bloed en pijn. Ze was in paniek. Haar ouders lieten haar alleen naar de huisarts gaan, ze gingen die dag op reis in de hoop hun huwelijk te redden. „Ze waren nogal met zichzelf bezig.” Toen de huisarts haar onderzocht, kreeg Catharina Ooijens een enorme bloeding. Ze werd met de ambulance naar het ziekenhuis gebracht. Daar onderzochten artsen haar, met weinig oog voor haar situatie; jong en alleen. Ze begreep niet waar ze het over hadden. Co-assistenten mochten ook voelen, zonder dat haar iets werd gevraagd.

Na de curettage kwam ze bij op de kraamafdeling, ze lag tussen vrouwen die net allemaal een kind hadden gekregen. Ze noemt het een vernederende ervaring. „Er werd voor mij bepaald hoe het zou gaan, mij werd niets gevraagd. Niemand stond erbij stil hoe het voor mij was.”

Ze was verdrietig door het verlies van de baby. Maar ook aangeslagen door de manier waarop met haar werd omgegaan. „Ik voelde mij niet gezien als mens.” Dat gunde ze niemand. Achteraf denkt ze dat hier de basis is gelegd voor haar huidige werk als doula, op de afdeling verloskunde en gynaecologie van het Amsterdam UMC, locatie AMC.

Een doula staat vrouwen bij tijdens de bevalling, ze is geen medisch zorgverlener maar een bevallingscoach, steun en toeverlaat voor de barende vrouw. Maar ze komt ook op voor de vrouw als ze ziet dat de communicatie tussen arts en patiënt niet goed gaat. Ze luistert voor de bevalling naar de wensen, verwachtingen en angsten van de vrouw en praat over hoe iemand reageert in een stressvolle situatie en wat bij een mogelijk eerdere bevalling niet goed ging. Ze wil vrouwen een positieve beleving van de bevalling laten hebben. „Dat is mijn diepste drive. Ik heb zelf destijds niet kunnen zeggen: nee stop, of: dat wil ik niet, of: het kan anders.”

Voordat ze doula werd, werkte ze als secretaresse op de afdeling verloskunde en gynaecologie. Als pas bevallen vrouwen met hun baby naar huis gingen, printte Ooijens de ontslagbrief uit. Daar zag ze regelmatig in staan dat sprake was geweest van niet vorderende ontsluiting. Hoe kon dat? Voelden de vrouwen zich niet op hun gemak? Konden ze zich niet goed afsluiten om zich te concentreren op de weeën? Het intrigeerde haar, ze wilde helpen.

In het ziekenhuis werd een actie gehouden onder de slogan ‘Het zal je moeder maar wezen’. Het personeel mocht zeggen hoe de zorg volgens hen beter kon. De slogan raakte Ooijens. „Want ja, het zal je moeder maar wezen die getraumatiseerd is. Mijn moeder had van mij een zware stuitbevalling. Als een bevalling zo veel stress en pijn veroorzaakt, hebben moeders soms de neiging om hun kind af te wijzen.” En dat gebeurde bij haar moeder. „Zij is daar in die tijd niet in begeleid.”

Ooijens bedacht dat er vaak te weinig emotionele ondersteuning vóór en tijdens de bevalling is. Omdat ze in het verleden had gewerkt als zwangerschapsyoga-docent wist ze dat voorbereiding en ontspanning bij een bevalling heel belangrijk zijn. „Hoe goed kun je je ontspannen als je in het ziekenhuis moet bevallen, terwijl je onzeker bent over wat je te wachten staat?”

Ze diende bij de raad van bestuur een voorstel in voor onderzoek naar het nut van een bevallingscoach. Drie keer werd het afgewezen, „omdat het niet nuttig was voor het gehele AMC”. Toch besloot ze om de doula-opleiding te volgen. „Gewoon voor mezelf, omdat ik er de zin van inzag.”

Ze mocht stage lopen op haar eigen afdeling, omdat ze haar daar al kenden. Ze vertelt hoe ze op een dag een vrouw begeleidde, die zat op haar knieën op het bed, ze leunde voorover met haar armen om de nek van haar man, die voor het bed stond. Ooijens masseerde de rug en de billen van de vrouw en net op dat moment kwam het hoofd van de afdeling binnen. Die zei meteen: ‘Mevrouw, gaat u maar weer even op uw rug liggen’, vertelt Ooijens. „Ik vroeg hem om even niet in te grijpen, ze was net zo goed bezig.”

Hij stemde in, zegt Ooijens, zij het wat onwennig – een doula was in zijn ziekenhuis een nieuw fenomeen. Na afloop was hij volgens haar enthousiast en zorgde hij ervoor dat haar eerdere plan werd goedgekeurd. Ze wilde onderzoeken of de zorg van een bevallingscoach meerwaarde had voor zowel zwangeren als zorgverleners. Dat bleek het geval.

Ze weet uit eigen ervaring hoe een bevalling ook kan verlopen en hoe dat je gevoel van eigenwaarde versterkt. Toen ze 27 was, was ze opnieuw zwanger. En kreeg ze opnieuw een miskraam, dit keer met twaalf weken. „Ook toen zei mijn huisarts: ga maar naar het ziekenhuis. Ik dacht: ik ga naar huis, dit komt goed. Daar heb ik de hele nacht intense weeën gehad, acht uur lang, en ’s morgens werd er een vrucht geboren. Ik was verdrietig over het verlies, maar voelde mij heel goed over mijn beslissing om thuis te blijven.”

Ze is tot nu toe de enige doula in Nederland die bij een ziekenhuis in dienst is. Ze heeft een contract van 36 uur, maar is 24/7 beschikbaar. Een paar jaar geleden heeft ze om die reden vlakbij het ziekenhuis een tuinhuis gekocht. „Een plek om op te laden tussen bevallingen door.” Soms maakt ze heftige bevallingen mee. „Dan ben ik van de leg. De tuin is dan een natuurlijke plek voor reflectie en verwerking. Wat is er gebeurd? Had het anders gekund?”

Lees ook: Bevallen doe je maar ergens anders

Vrouwen zijn haar vaak dankbaar, zegt ze. Laatst kreeg ze een berichtje: ‘We denken zo vaak aan jou, onze kleine is nu twee jaar, op zijn verjaardag doen we een gebed voor jou, dat je maar geen kwaad mag overkomen.’ „Ontzettend lief. We hadden een intens traject achter de rug, waarin we ook veel aandacht hebben besteed aan de baby’s die ze eerder had verloren.” Dan zie je hoe belangrijk dat voor iemand is, zegt ze. „Door met elkaar te praten, van hart tot hart, haalde ik haar verdriet naar boven. Ik zag haar pijn, kon me ermee verbinden omdat ik het verdriet van het loslaten van een kind zelf zo goed ken.” Soms krijgt ze een cadeautje van ouders. „Maar mijn werkelijke beloning zit ergens anders in: vrouwen die positief terugkijken op hun bevalling omdat ze zich gehoord hebben gevoeld.”