Opinie

De universiteit is niet gevrijwaard van racisme

Het wordt tijd dat de Universiteit Leiden erkent welke ongelijkheid er wordt gefaciliteerd, schrijven en
Universiteit Leiden
Universiteit Leiden Foto Rudolphous, GFDL

Deze week werd de Universiteit Leiden in verlegenheid gebracht toen via Twitter naar buiten kwam dat omstreden tekst op het whiteboard van een studieorganisatie met vooral leden van kleur was gekalkt. Op het bord staan in een wat kinderlijk maar goed leesbaar handschrift de eerste regels van het omstreden volkslied, geschreven door Hendrik Tollens (1780-1856): „Wien Neêrlandsch bloed door d’aderen vloeit, / van vreemde smetten vrij.” In combinatie met een getekend VOC-vlaggetje worden deze regels omgebogen tot een racistisch wapen: een wapen dat dient om te kwetsen en te intimideren op basis van ras.

Carel Stolker, rector magnificus van de Universiteit Leiden, reageerde op Twitter: „Dit wil je niet. We zijn daarom al een poosje met de betrokken studenten in gesprek, en dus ook met wie zich zorgen maken.”

Wat ons betreft bagatelliseert Stolker het probleem door te suggereren dat het om enkele rotte appels gaat. Daarnaast heeft hij het over „wie zich zorgen maakt”. Wat ons betreft zou dat moeten zijn: iedereen.

Wij vinden dat de academische wereld het niet moet laten bij een veroordeling. We dragen namelijk allemaal verantwoordelijkheid voor een omgeving waarin dit soort racistische acties niet enkel denkbaar zijn, maar actief worden uitgevoerd.

Geruggesteund door wereldleiders van bedenkelijk allooi zijn racisme, antisemitisme, seksisme en islamofobie volop aanwezig in onze samenleving. Hoe graag we als universitaire gemeenschap ook willen geloven dat we daarbuiten staan, het is niet waar. We werken vaak, bedoeld of onbedoeld, mee aan het reproduceren van ongelijkheid. Dat zie je alleen al aan het gebrek aan vrouwelijke bestuurders en de afwezigheid van promovendi met een migratieachtergrond.

We zijn onderdeel van de samenleving

Als academische wereld blinken we uit in een kritische analyse van de buitenwereld. We hebben oog voor nuance en gaan discussie over ongelijkheid in de samenleving doorgaans niet uit de weg. Maar we lijken nog te vaak te vergeten dat wij onderdeel zijn van die samenleving. Sterker nog, we geven die mede vorm, door de manier waarop we opleiden, in de intellectuele ruimte die we daarvoor creëren, en door de manier waarop we deelnemen aan debat.

Het is niet voldoende om verontwaardigd te roepen dat racisme ‘niets te zoeken heeft’ op de universiteit. Dat impliceert immers dat we de ongelijkheid uit de samenleving buiten de universiteit kunnen houden, en dat is onzinnig.

We houden racisme in stand door niet snel en adequaat te handelen wanneer een probleem opduikt. ‘We zijn al een poosje met de betrokken studenten in gesprek’ is niet genoeg.

Een melding wordt gevolgd door oorverdovende stilte

Erger nog: we faciliteren intimidatie en ongelijkheid maar al te vaak door studenten die een gevoelige kwestie aankaarten zelf als een (tijdrovend) probleem te zien. „Stuur maar een mailtje”, krijgt de student dan te horen. Daarna: oorverdovende stilte.

Het is tijd om de technieken en methoden waarmee we als academici zo gemakkelijk de ander analyseren, eens op onszelf toe te passen. Om de universiteit écht een bolwerk van vrijheid te laten zijn.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.