Brieven

Brieven

Foto Laurens van Putten/ANP

Klokkenluider Marianne van Ooyen-Houben is door een hel gegaan, vertelt zij in ‘Terwijl de minister mij rehabiliteerde, werd ik afgeluisterd’ (9/10). Niet het probleem dat zij aankaartte werd onderwerp van onderzoek, maar hoe haar interne melding van een vermoeden van een structurele misstand bij het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Justitie en Veiligheid bij Nieuwsuur terecht kon komen, en dus openbaar werd. De departementale lekkage was kennelijk belangrijker dan de mogelijke misstand zelf. Inmiddels heeft minister Grapperhaus haar niet alleen zijn ministeriële excuses aangeboden, maar hij heeft haar ook publiekelijk lof toegezwaaid. Onbegrijpelijk dat dan uitgerekend Gerty Lensvelt-Mulders – die als lid van een van de drie commissies die de door Van Ooyen aangemelde affaire moest onderzoeken vond dat er bij het WODC géén structureel probleem was – per 21 oktober de nieuwe directeur van het WODC wordt. Hoe kan een minister die de klokkenluider openlijk heeft geprezen zo’n benoeming laten passeren? Welk Kamerlid vraagt de minister hoe hij iemand kan aanstellen die de kritiek van een klokkenluider naar de prullenmand verwezen heeft? Uit het antwoord van de minister zal blijken of hij wél grip heeft op dit departement, dat door herhaalde affaires onder zijn voorgangers zo moeilijk bestuurbaar is.