Veel meer ongevallen, veel minder politie op snelweg

Verkeersveiligheid Het aantal ongevallen op de snelweg is in vijf jaar verdubbeld. Mogelijke oorzaak: veel minder toezicht door de politie.

Op de snelwegen is de laatste jaren vooral het aantal ‘kop-staartbotsingen’, vooral in de staart van een file, en het aantal eenzijdige bermongevallen gestegen.
Op de snelwegen is de laatste jaren vooral het aantal ‘kop-staartbotsingen’, vooral in de staart van een file, en het aantal eenzijdige bermongevallen gestegen. Roland Heitink

De veiligheid op Nederlandse snelwegen is de afgelopen jaren dramatisch verslechterd. Er doen zich veel meer ongevallen voor, en daarbij vallen ook meer doden. De belangrijkste oorzaken zijn een te hoge snelheid en afleiding, vooral door gebruik van smartphones, én mogelijk door afgenomen handhaving door de politie. Dat blijkt uit een omvangrijk rapport van de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV) in opdracht van onderzoeksprogramma Politie en Wetenschap dat deze maandag wordt gepubliceerd.

Lees ook: Niet eerder zoveel fietsongelukken met ernstig letsel

Het aantal ongevallen op autosnelwegen is de afgelopen vijf jaar meer dan verdubbeld; van 17.000 in 2014 naar ruim 38.000 in 2018. Van de 678 dodelijke slachtoffers in het verkeer, vorig jaar, vielen er 81 op snelwegen. Dat waren er in 2014 nog 63. „Dit is een zorgwekkende ontwikkeling”, zegt SWOV-directeur Peter van der Knaap.

Op de snelwegen is de laatste jaren vooral het aantal ‘kop-staartbotsingen’, vooral in de staart van een file, en het aantal eenzijdige bermongevallen gestegen. Als belangrijkste oorzaak geldt onoplettendheid gecombineerd met ander ‘bewust risicogedrag’ zoals door het gebruik van een smartphone of infotainment in de auto. Andere oorzaken zijn gebruik van alcohol en drugs. Daarnaast wordt te veel vertrouwd op rijden met cruisecontrol. Ook worden ongevallen veroorzaakt door „excessieve snelheidsovertredingen” van veertig kilometer per uur boven de limiet.

Een tweede belangrijke oorzaak voor het gestegen aantal ongevallen is mogelijk het grotendeels wegvallen van gericht, planmatig toezicht door de politie. Aanvankelijk controleerden agenten van de Korps Landelijke Politie Diensten (KLPD) dagelijks op „agressief en gevaarlijk rijgedrag”, volgens het onderzoek. De politie voerde daarnaast dagelijks onder meer alcohol-, gordel- en snelheidscontroles uit. De naderende vorming van de Nationale Politie (voltooid in 2013) en een verandering binnen KLPD zorgden voor een koerswijziging. De opsporing van crimineel gedrag in het verkeer kwam vanaf dat moment centraal te staan en handhaving van de verkeersregels schoof naar de achtergrond.

Deze wijziging is ook terug te zien in het aantal zogenoemde ‘staandehoudingen’, blijkt uit het rapport. Dit zijn momenten waarop weggebruikers door de politie aan de kant worden gezet en een bekeuring kunnen krijgen. In 2017 waren er ongeveer 20.000 staandehoudingen door de landelijke politie-eenheid, terwijl het streefcijfer inmiddels 30.500 is. Ter vergelijking: In 2006 ging het nog om meer dan 100.000 staandehoudingen, blijkt uit het onderzoek.

„Handhaving op snelwegen is absoluut noodzakelijk, maar heeft jarenlang geen prioriteit gehad”, zegt Van der Knaap. Hij verwijst naar de nationale veiligheidsagenda van minister Grapperhaus (Justitie, CDA) in de jaren 2019-2022, met prioriteiten voor de politie. „Daarin wordt veel moois gezegd over ondermijning en financiële criminaliteit, maar niets over verkeersveiligheid.” Uit het SWOV-onderzoek blijkt dat in 2017 driekwart van de locaties voor radarcontrole (om de snelheid van passerende auto's te meeten) niet alleen werd gekozen om redenen van verkeersveiligheid, maar ook vanwege de opsporing van algemene criminaliteit, zoals openstaande boetes of belastingschuld, door kentekenplaatherkenning.

Naast de landelijke politie-eenheid zijn ook de regionale eenheden op snelwegen actief. „Maar als je de snelwegen veiliger wilt maken, zal het aantal controles en het niveau van toezicht echt omhoog moeten,” zegt Van der Knaap. Uit internationaal onderzoek blijkt dat de (zichtbare) aanwezigheid van politie een positieve invloed heeft op het rijgedrag van automobilisten. „Als er merkbaar wordt gecontroleerd”, schrijven de SWOV-onderzoekers, „zullen weggebruikers de kans dat ze zelf op een overtreding worden gecontroleerd hoger inschatten en zullen ze hun verkeersgedrag aanpassen om een mogelijke straf te ontwijken”.

De onderzoekers wijzen op de resultaten van een reeks proeven op de snelwegen A12 en A16, waarbij reguliere radarcontroles werden gecombineerd met actieve surveillance en staandehoudingen door een team van vier tot zes agenten. In zes weken tijd werden zeshonderd automobilisten staande gehouden, van wie vierhonderd voor het gebruik van smartphones. „Surveilleren naast cameratoezicht is heel belangrijk”, aldus Van der Knaap. Opmerkelijk is ook de bevinding dat juist zichtbare controles en surveillances, liefst vooraf aangekondigd, op veel meer begrip kunnen rekenen bij de automobilisten dan alleen cameratoezicht. „Dat wordt stiekem gevonden”, aldus Van der Knaap.

Weggebruikers zijn de afgelopen jaren iets minder tevreden over de verkeersveiligheid van Nederlandse autosnelwegen. Was in 2013 nog 83 procent van de ondervraagden (zeer) tevreden over de snelwegen, in 2017 ging het om 78 procent. Een fractie (5 procent) is inmiddels (zeer) ontevreden over autowegen.