Opinie

Turks vlagvertoon van Istanbul tot Rotterdam

Lotfi El Hamidi

Ontlading in het Ülkerstadion in Istanbul na de winnende goal van Turkije tegen Albanië, in de slotminuten van de kwalificatiewedstrijd voor het Europees kampioenschap 2020. De spelers vieren het doelpunt uitbundig, en dan, vlak voordat ze richting de eigen speelhelft moeten lopen, brengen ze gezamenlijk een saluut, vermoedelijk bedoeld voor de Turkse soldaten in Noord-Syrië. De UEFA is een onderzoek begonnen naar dit voorval: politieke statements zijn verboden en kunnen een boete opleveren.

Daar zullen de Turken niet wakker van liggen. Wanneer de nationalistische geest uit de fles is kan geen boete daartegenop. Of wapenembargo. Sinds Erdogan met zijn Operatie Vredesbron Noord-Syrië is binnengetrokken, hangen de Turkse vlaggen op veel plekken uit het raam. Niet alleen in Turkije maar ook in Rotterdam-Zuid. De steun lijkt immens.

De afgelopen jaren hebben we kunnen zien hoe diep verdeeld de Turkse gemeenschap kan zijn. De religieuzen kunnen de seculieren niet luchten en vice versa, en dan heb je binnen de conservatieve stroming nog allerlei groepen die elkaar naar het leven staan. Maar wanneer het Turkse leger in actie komt, dan sluiten de rijen.

De centrum-linkse burgemeester van Istanbul, Ekrem Imamoglu, die onlangs nog zo bewierookt werd omdat hij Erdogans kandidaat wist te verslaan, twitterde na het begin van de inval: „Wij staan altijd achter onze soldaten en bidden voor ze.” En twee dagen later deelde hij de foto van de saluerende Turkse voetballers.

Nationalisme is uiteraard geen exclusief Turks fenomeen, maar zelden zie je dat zo omslaan in een massapsychose als in Turkije. Van politiek tot sport, van journalistiek tot entertainment. En de paradox is ook nog eens dat het Turks nationalisme grensoverschrijdend is, waardoor de spanningen dus ook in West-Europa voelbaar zijn.

Mijn Turks-Nederlandse vrienden zijn wat dat betreft niet te benijden. Kritiek op Erdogans beleid wordt algauw beschouwd als verraad, en zelfs een apolitieke of pacifistische houding is verdacht. Vaderlandsliefde, zelfs als je niet in dat land geboren bent, is onvoorwaardelijk.

Naarmate de oorlog voortduurt, vrees ik voor de confrontatie tussen Turkse en Koerdische Nederlanders. De propagandaoorlog woedt hevig op sociale media, en zodra de lijken zich opstapelen zal het ook hier escaleren. Wie kan de boel bij elkaar houden, om met Job Cohen te spreken? Het kabinet-Rutte (van I tot III) heeft zich de afgelopen jaren niet bepaald populair gemaakt binnen vooral de Turkse gemeenschap.

„Ik kan het verschil tussen een Hutu en een Tutsi niet zien”, zei Stef Blok in 2018 cynisch. „Ook niet tussen een sjiiet en een soenniet. Ze kunnen het helaas zelf wel.” Het is maar dat Turken en Koerden van vlagvertoon houden.

Lotfi El Hamidi (L.elHamidi@nrc.nl @Lotfi_Hamid) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Tom-Jan Meeus.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.