Gevangen Nederlandse IS-vrouw: ‘Nederland, haal onze kinderen’

Syrië In Al-Roj, het kleinste kamp met gevangen IS’ers, heerst grote angst dat de Koerdische bewakers vertrekken.

Gevangen vrouwen in kamp Al-Hol, een ander kamp met IS-strijders in de Hasakeh provincie in Syrië.

Gevangen vrouwen in kamp Al-Hol, een ander kamp met IS-strijders in de Hasakeh provincie in Syrië.

Foto Maya Alleruzzo

Het nieuws dat honderden vrouwen en kinderen van IS-strijders zondag zijn ontsnapt uit het kamp Ain Issa is hard aangekomen in Al-Roj, een ander kamp in Noord-Syrië waar zeven Nederlandse vrouwen en achttien kinderen vastzitten. „Heel het kamp praat over wat er in Ain Issa is gebeurd”, zegt een Nederlandse vrouw in Al-Roj op voorwaarde van anonimiteit omdat telefoonbezit verboden is.

Lees ook: Ik garandeer u dat het nog vele jaren oorlog is in Syrië

„Veel vrouwen zijn water en proviand aan het inslaan omdat wij bang zijn dat we straks zonder eten komen te zitten. Andere vrouwen zijn aan het huilen omdat zij bang zijn dat de [door Turkije gesteunde] rebellen het kamp gaan overnemen als de Koerden wegrennen of naar het slagveld gaan. Van die rebellen hebben wij gezien wat zij met meisjes en vrouwen doen. Het is IS met een andere pet op.”

Al-Roj is het kleinste van de drie kampen in Noord-Syrië waar families van IS-strijders worden vastgehouden. Er wonen in totaal 1.700 vrouwen en kinderen, waarvan zo’n 1.400 buitenlanders.

Voorlopig zijn er nog geen gevechten in de buurt van het kamp. Maar Al-Roj ligt vlakbij het drielandenpunt van Syrië, Turkije en Irak, en het bevindt zich in de bufferzone van 35 kilometer die de Turkse president Erdogan in Noord-Syrië wil creëren.

Lees ook: Moskou bepaalt de speelruimte van Erdogan

„We horen bommen vallen in de verte, en er vliegen veel vliegtuigen over”, zegt de Nederlandse vrouw. „Daar kijken de kids wel van op. ”

In Al-Roj is er vooralsnog geen sprake van dat de Koerdische bewakers het kamp zouden verlaten. Sinds de Turkse invasie woensdag begon, is samenscholing er verboden en zijn de controles verscherpt. Alleen de dokters en verplegers die de kampkliniek bemannen, zijn niet komen opdagen.

De stem van de vrouw breekt

„Maar de bewakers hebben ons persoonlijk gezegd dat als de strijd dichterbij komt dat zij dan naar het slagveld vertrekken. Dat is het moment waar iedereen hier bang voor is.”

De stem van de vrouw breekt wanneer ze een ‘noodkreet’ doet naar Nederland toe. „Alle vrouwen hier zeggen: als Nederland ons niet wil ophalen, of Nederland dan onze kinderen kan komen halen? Wij kunnen echt niet nog een oorlog aan en onze kinderen helemaal niet. Wij hebben de middelen niet om hen te beschermen, de Koerden hebben die niet. Dat jullie ons vrouwen en mannen niet willen, ik begrijp dat. Maar haal onze kinderen alsjeblieft op want ze zijn hier echt in gevaar.”

De Nederlandse vrouwen in Al-Roj weten dat het heel onwaarschijnlijk is dat dat gebeurt. Ook toen de situatie in Noordoost-Syrië nog relatief rustig was, stelde het kabinet dat het te gevaarlijk was om de Nederlanders op te halen. Slechts twee Nederlandse weeskinderen zijn gerepatrieerd maar die hebben meegelift met een Frans transport.

„Het ideale plaatje zou zijn dat Turkije het kamp overneemt en dat wij dan op een veilige manier naar een Nederlands consulaat in Turkije worden gebracht. Maar dat is de realiteit niet. Dit gebied gaat veroverd worden met een strijd, een bloedige strijd, en wij zitten er middenin.”

Er gaan geruchten in het kamp dat de meest geradicaliseerde vrouwen van de chaos willen profiteren om een aanval te doen op de kampbewakers. Maar de vrouw zegt dat zelfs de radicale vrouwen bang zijn voor wat komt. „We weten dat we slachtoffer kunnen worden van bombardementen. Dat we misschien moeten vluchten. En dat we dan buiten het kamp in een jungle van diverse strijdgroepen terechtkomen.

„We hadden ergens hoop dat het niet zo ver zou komen, dat andere landen zouden ingrijpen. Dat tenminste de kampen veiliggesteld zouden worden. Want je hebt hier ook echte vluchtelingen die met IS niets te maken hebben.”